ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.019

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 16 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.019 Rolnummer: A. 242482/VII-42587 Zaak: Cassatiebeschikking 16019 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 16/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-17 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-05 00:34 Fiche Beschikking nr 16.019 van 16 september 2024...

Source officielle

7 min de lecture 1 435 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Beschikking van 16 september 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.019

Rolnummer:

A. 242482/VII-42587

Zaak:

Cassatiebeschikking 16019 – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen – 16/09/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-09-17

Raadplegingen:

76 – laatst gezien 2026-06-05 00:34

Fiche

Beschikking nr 16.019 van 16 september 2024 Vreemdelingen – Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Afdeling administratie

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID
IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE
nr. 16.019 van 16 september 2024
in de zaak A. 242.482/VII-42.587
In zake : XXXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonathan Waldmann kantoor houdend te 4000 Luik Rue Paul Devaux 2
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN
DE STAATLOZEN
—————————————————————————————————————-
Het cassatieberoep, ingesteld op 15 juli 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 308.167 van 12 juni 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het dossier van de zaak is op 26 juli 2024 aangekomen ter griffie.
Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
1. Verzoeker voert over het al dan niet voorhanden zijn van voldoende informatie over de toestand in Afghanistan in essentie aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen “geen of alleszins niet afdoende uitleg [geeft] en […] haar stelling niet [motiveert], terwijl dit de kern van het betoog van verzoeker betreft”. Verder zou de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verzoekers grieven, uiteengezet in punt 6.1.3
van het beroepschrift en verder in punt 2.2 van de aanvullende nota, niet beantwoorden.
Verzoeker stelt “dat er geen afweging en onderzoek van de argumenten van verzoeker die
VII-42.587-1/4
door verzoeker werden aangehaald in het verzoekschrift en de aanvullende nota heeft plaatsgevonden en dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich zonder verdere motivering volledig bij de motieven van de aanvankelijk bestreden beslissing aansluit”.
2. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet)
aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde jurisdictionele motiveringsplicht heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepaling wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Alleen een gemis aan motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van de voornoemde bepalingen. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek. De rechterlijke motiveringsverplichting houdt niet in dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moet antwoorden op elk argument dat tot staving of weerlegging van een middel is aangevoerd, maar dat geen afzonderlijk middel of afzonderlijke weerlegging vormt.
3. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verwijst in punt 2.2 van het bestreden arrest naar de bij de aanvullende nota van de verwerende partij gevoegde geüpdatete informatie, waaronder een COI Focus Afghanistan van 14 december 2023, een rapport van UNAMA van juni 2023 en een Country Focus van het EUAA over Afghanistan van december 2023.
In punt 5.1.4 van het bestreden arrest gaat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in op het door verzoeker voorgehouden gevaar ingevolge (gepercipieerde) verwestering bij een terugkeer naar Afghanistan. Hierbij sluit de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich aan bij het verweer in de aanvullende nota van de verwerende partij betreffende de algemene situatie in Afghanistan, dat hij citeert. Hij geeft vervolgens de door verzoeker in zijn aanvullende nota aangevoerde elementen weer en beoordeelt deze concreet.
VII-42.587-2/4
In punt 5.2.5 van het bestreden arrest beoordeelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de door verzoeker voorgehouden situatie van geweld in Afghanistan. Hij treedt verzoeker bij dat het aantal informatiebronnen eerder beperkt is doch hij merkt op dat de verwerende partij in haar aanvullende nota de landeninformatie heeft geüpdatet met onder andere de Country Focus van het EUAA over Afghanistan van december 2023. Hij citeert en sluit zich aan bij het verweer uit de voormelde aanvullende nota waarin op concreet gemotiveerde wijze wordt uiteengezet dat in vergelijking met de periode voor de machtsovername door de taliban “heden mindere gedetailleerde en betrouwbare informatie over de situatie in Afghanistan voorhanden is” doch dat de berichtgeving niet is gestopt, dat tal van bronnen nog beschikbaar zijn en dat er nieuwe zijn verschenen, zoals blijkt uit de voorgelegde landeninformatie, en dat het gaat om informatie afkomstig van gezaghebbende experten, analisten en (internationale) instellingen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen sluit zich aan bij het verweer “dat er actueel voldoende informatie beschikbaar is om het risico voor een burger om het slachtoffer te worden van willekeurig geweld te kunnen beoordelen”, “dat er sprake is van een significante daling van het willekeurig geweld in geheel Afghanistan, en dat de incidenten die zich wel nog voordoen hoofdzakelijk doelgericht van aard zijn” en bij de conclusie “dat er actueel geen aanwijzingen zijn dat er in Afghanistan een situatie zou bestaan waarbij een burger louter door zijn aanwezigheid in het land een reëel risico zou lopen om blootgesteld te worden aan een ernstige bedreiging van zijn leven of zijn persoon in de zin van artikel 48/4, § 2, c) van de Vreemdelingenwet”. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen beoordeelt vervolgens de situatie in de provincie waarvan verzoeker afkomstig is en waarbij sprake is van hetzij gericht geweld hetzij “op beperkte schaal willekeurig geweld […] als collateral damage ingevolge de gerichte veiligheidsincidenten”. Volgens de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen toont verzoeker als valide jongeman ook geen persoonlijke omstandigheden aan die voor hem het risico zouden verhogen om slachtoffer te worden van ernstige schade in de zin van artikel 48/4, § 2, ), van de vreemdelingenwet.
Met de voormelde motivering, waarbij onder meer wordt verwezen naar landeninformatie die dateert van december 2023, geeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen duidelijk aan dat en op welke gronden hij van oordeel is dat bij een terugkeer naar Afghanistan geen reëel risico bestaat op ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het geval van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Het is hiertoe niet vereist dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op ieder door verzoeker aangehaald individueel geval van
VII-42.587-3/4
geweld in Afghanistan ingaat, vermits als dusdanig niet wordt betwist dat er wel degelijk geweld voorkomt. Uit het voorgaande blijkt ook dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in antwoord op verzoekers kritiek de in de aanvullende nota van de verwerende partij ontwikkelde elementen weergeeft en ze zich eigen maakt en verder aanvult, zodat hij zich niet beperkt tot het verwijzen naar de beslissing van de verwerende partij, zoals verzoeker voorhoudt.
5. Verzoeker toont geen schending aan van de in artikel 149 van de Grondwet en artikel 39/65 van de vreemdelingenwet vervatte jurisdictionele motiveringsplicht.
Het enige middel is kennelijk ongegrond.
BESLUIT:
1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zestien september tweeduizend vierentwintig, door:
Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier.
De griffier De voorzitter
Bryan Geerts Carlo Adams
VII-42.587-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.019

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.019

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.