ECLI:NL:GHAMS:2016:4803 Gerechtshof Amsterdam , 21-11-2016 / 200.172.612/01 OK
OK; Enquête; Bepaling kosten onderzoek; art. 2:350 lid 3 BW
4 min de lecture · 804 mots
Inhoudsindicatie. OK; Enquête; Bepaling kosten onderzoek; art. 2:350 lid 3 BW
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.172.612/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 21 november 2016
inzake
1. de rechtspersoon naar het recht van Curaçao
SPALA INVESTMENTS N.V.,
gevestigd te Curaçao,
2. [A],
wonende te [….] ,
3. [B],
wonende te [….] ,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. J.F. Ouwehand en mr. D.J.F.F.M. Duynstee, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TEKA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. J.W. de Groot en mr. Y.A. Wehrmeijer, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1 [C] ,
wonende te [….] , Zwitserland,
2. [D],
wonende te [….] , Zwitserland,
3. [E],
wonende te [….] , Zwitserland,
4. [F],
wonende te [….] , Zwitserland,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. A.R.J. Croiset van Uchelen, mr. R.G.J. de Haan en mr. S.B. Garcia Nelen, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
5. de rechtspersoon naar het recht van Zwitserland
EHAG A.G.,
gevestigd te [….] , Zwitserland,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. A.C. Siemons, kantoorhoudende te Amsterdam.
1Het verloop van het geding
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoeksters tezamen met Spala c.s.;
verweerster met Teka;
belanghebbenden 1 tot en met 4 tezamen met de familie [G] .
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 3 augustus 2015, 2 december 2015, 8 december 2015, 11 mei 2016, 23 september 2016 en 24 oktober 2016 in de zaak met nummer 200.172.612/01 OK en naar haar beschikking van 15 februari 2016 in de zaak met nummer 200.172.612/02 OK.
Bij de beschikking van 2 december 2015 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Teka over de periode vanaf 1 juli 2012, een door de Ondernemingskamer nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 75.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij de beschikking van 8 december 2015 heeft de Ondernemingskamer vervolgens mr. M. Holtzer te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker.
Bij de beschikking van 11 mei 2016 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het bij de beschikking van 2 december 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Teka ten hoogste mag kosten, verhoogd tot € 120.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij de beschikking van 23 september 2016 heeft de Ondernemingskamer dit bedrag verhoogd tot € 126.500, de omzetbelasting daarin niet begrepen.
Bij de beschikking van 24 oktober 2016 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag met bijlagen van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Teka ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
De onderzoeker heeft bij zijn brief met bijlagen aan de Ondernemingskamer van 2 november 2016 een specificatie, met daarbij een overzicht van declaraties en tussentijdse verslagen, overgelegd van alle in deze zaak verrichte werkzaamheden met betrekking tot het onderzoek. Hieruit volgt dat hij kosten in verband met het onderzoek aan Teka in rekening heeft gebracht ten bedrage van € 126.500, de omzetbelasting daarin niet begrepen.
De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de in 1.6 genoemde stukken. Daarop zijn op 17 november 2016 de volgende reacties ontvangen door de Ondernemingskamer:
e-mailbericht van mr. I.M. Hendriks, advocaat te Amsterdam, namens Teka;
e-mailbericht van mr. C.C.M. de Smet, advocaat te Amsterdam, namens Spala c.s.;
e-mailbericht van mr. Croiset van Uchelen voormeld namens de familie [G] .
2De gronden van de beslissing
Tegen het door de onderzoeker gedeclareerde bedrag aan onderzoekskosten zijn geen bezwaren aangevoerd; blijkens de in 1.7 genoemde e-mailberichten heeft Teka met deze kosten ingestemd en hebben zowel Spala c.s. als de familie [G] zich gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer over de vergoeding van de onderzoeker. Dit bedrag komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 126.500, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. C. Smits-Nusteling RC, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 21 november 2016.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...