ECLI:NL:GHAMS:2025:2059 Gerechtshof Amsterdam , 20-03-2025 / 23-000646-24
Mishandeling door tegen het lichaam te duwen. Vrijspraak. Het hof constateert dat de tenlastegelegde mishandeling ziet op het geven van een duw tegen het lichaam. Voor een veroordeling ter zake van mishandeling is vereist dat opzettelijk lichamelijk letsel of pijn is toegebracht. Het vastgestelde letsel bij de aangever kan niet door de duw zijn ontstaan. Het hof is van oordeel dat de tenlastege...
4 min de lecture · 854 mots
Inhoudsindicatie. Mishandeling door tegen het lichaam te duwen. Vrijspraak. Het hof constateert dat de tenlastegelegde mishandeling ziet op het geven van een duw tegen het lichaam. Voor een veroordeling ter zake van mishandeling is vereist dat opzettelijk lichamelijk letsel of pijn is toegebracht. Het vastgestelde letsel bij de aangever kan niet door de duw zijn ontstaan. Het hof is van oordeel dat de tenlastegelegde mishandeling niet kan worden bewezen.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000646-24
datum uitspraak: 20 maart 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 augustus 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-297737-21 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd, en voor zover nog in hoger beroep aan de orde, dat:
1.
hij, op of omstreeks 7 mei 2021 te Velsen-Zuid, gemeente Velsen [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] tegen het lichaam te duwen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 250 euro.
Vrijspraak
Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Op 7 mei 2021, naar aanleiding van een verkeerskwestie op de A9 nabij en in de Velsertunnel, hebben de verdachte en aangever hun voertuigen na de tunnel op de vluchtstrook tot stilstand gebracht en zijn zij uitgestapt. Beide mannen zijn naar elkaar toegelopen. Op een gegeven moment sloeg de aangever de telefoon uit de handen van de verdachte. Omdat de mannen op dat moment dicht bij elkaar stonden, heeft de verdachte de aangever vervolgens van zich afgeduwd.
Uit de aangifte volgt verder dat de aangever bij de kraag van zijn jas is vastgepakt, waarbij de nagels van de verdachte in zijn nek/borst terechtkwamen. Hierdoor is bij aangever letsel ontstaan.
Het hof constateert dat de tenlastegelegde mishandeling echter ziet op het geven van de duw tegen het lichaam. Voor een veroordeling ter zake van mishandeling is vereist dat opzettelijk lichamelijk letsel of pijn is toegebracht. Aangezien het hiervoor vastgestelde letsel bij de aangever niet door de duw kan zijn ontstaan, is het hof van oordeel dat de tenlastegelegde mishandeling niet kan worden bewezen. Het hof betrekt bij dit oordeel dat gesteld noch gebleken is dat de aangever door de duw pijn heeft gehad dan wel een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording aan het lichaam heeft ervaren.
Gelet hierop zal het hof de verdachte vrijspreken van de ten laste gelegde mishandeling.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
De verdachte wordt vrijgesproken ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. C.J. van der Wilt en mr. L.I.M. van Bergen, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Fritsche, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
20 maart 2025.
mr. C.J. van der Wilt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...