ECLI:NL:GHAMS:2025:2593 Gerechtshof Amsterdam , 12-09-2025 / 23-001705-24
Vernietiging van het vonnis. Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging omdat de verdachte is overleden.
2 min de lecture · 313 mots
Inhoudsindicatie. Vernietiging van het vonnis. Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging omdat de verdachte is overleden.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001705-24
datum uitspraak: 12 september 2025
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2024 in de strafzaak onder parketnummer
13-218901-23 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
12 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging
Blijkens een op 4 juli 2025 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Borger-Odoorn opgemaakte akte van overlijden, nr. [nummer] , is de verdachte op [datum] 2025 overleden.
Daarom is ingevolge het bepaalde bij artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht het recht tot strafvordering vervallen en dient het openbaar ministerie, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk te worden verklaard in de strafvervolging.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, mr. H.A. Stalenhoef en mr. L. Daum, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 september 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...