ECLI:NL:GHARL:2025:6497 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 21-10-2025 / Wahv 200.343.991

Appelverbod. Beroep tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep door de officier van justitie. De appelgrens geldt ook voor zaken die gaan over niet tijdig beslissen. Artikel 14, eerste lid, van de Wahv eist niet dat de sanctie onderwerp van geschil is geweest. Van strijd met het discriminatieverbod is geen sprake.

Source officielle

13 min de lecture 2 761 mots

Inhoudsindicatie. Appelverbod. Beroep tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep door de officier van justitie. De appelgrens geldt ook voor zaken die gaan over niet tijdig beslissen. Artikel 14, eerste lid, van de Wahv eist niet dat de sanctie onderwerp van geschil is geweest. Van strijd met het discriminatieverbod is geen sprake.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.343.991/01 e.v. (zie bijlage)

CJIB-nummer

: 257443282 e.v. (zie bijlage)

Uitspraak d.d.

: 21 oktober 2025

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de rechtbank MiddenNederland van

7 mei 2024, betreffende

[de betrokkene] e.a (hierna: de betrokkenen),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkenen is Y. el Mathari, kantoorhoudende te Almere.

De beslissing

De rechtbank heeft de 116 in de bijlage genoemde beroepen van de betrokkenen tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het administratief beroep door de officier van justitie nietontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank in de 116 in de bijlage genoemde zaken. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De gemachtigde van de betrokkene heeft hierop nog een reactie gegeven. Een kopie daarvan is doorgestuurd naar de advocaat-generaal.

De beoordeling

1. De rechtbank heeft beslist op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het beroep door de officier van justitie. Voor het instellen van hoger beroep merkt het hof de beslissing van de rechtbank aan als beslissing van de kantonrechter als bedoeld in artikel 13 van de Wahv. De sancties bedragen in alle zaken niet meer dan € 110,-.

2. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat het appelverbod van artikel 14, eerste lid, van de Wahv hier niet geldt.

3. Artikel 14, eerste lid, van de Wahv bepaalt dat geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter als de opgelegde sanctie bij die beslissing niet meer bedraagt dan € 110,-.

4. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat deze appelgrens niet van toepassing is op een (hoger) beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep door de officier van justitie. De gemachtigde verzoekt het hof terug te komen op zijn eerdere rechtspraak op dit punt. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wahv en de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen blijkt volgens de gemachtigde niet dat de wetgever met artikel 9, eerste lid, van de Wahv heeft beoogd de mogelijkheid van beroep tegen niet tijdig beslissen uit te sluiten in Wahv-zaken. Dat de wettekst van artikel 9, eerste lid, van de Wahv bij een eerste lezing mogelijk anders doet vermoeden is in feite niet meer dan een ‘weeffout’. De gemachtigde verwijst daarbij naar het arrest van het hof van 25 juni 2024. In de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen wordt evenmin ingegaan op de verhouding van die wet en artikel 14, eerste lid, van de Wahv, zodat daaruit niet kan worden afgeleid dat de wetgever heeft beoogd om de appelgrens van artikel 14, eerste lid, van de Wahv ook van toepassing te laten zijn bij een beroep tegen het niet tijdig beslissen. Dat zou ook niet in lijn zijn met de strekking van artikel 14, eerste lid, van de Wahv. De gemachtigde wijst er daarbij op dat de appelgrens ertoe strekt om de verhouding te waarborgen tussen de inzet van middelen en het gewicht van de zaak en dat daarom niet valt in te zien waarom men wel in hoger beroep kan procederen over een boete van € 120,-, maar niet over een dwangsom van € 1.442,-. Een redelijke wetsuitleg brengt met zich dat, net zoals artikel 9, eerste lid, van de Wahv alleen van toepassing is bij een beroep tegen een reëel besluit op administratief beroep ex artikel 6, van de Wahv, ook de appelgrens alleen van toepassing is bij een hoger beroep tegen een uitspraak van de kantonrechter ex. artikel 13 van de Wahv op een beroep tegen een reëel besluit op administratief beroep ex artikel 6 van de Wahv. Dat is ook in lijn met de wettekst van artikel 14, eerste lid, van de Wahv. Volgens de wettekst is het appelverbod alleen van toepassing indien hoger beroep wordt ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, indien de bij die beslissing opgelegde sanctie niet meer dan € 110,- bedraagt. In de onderhavige zaken is daar geen sprake van. De rechtbank heeft zich in het geheel niet uitgelaten over de rechtmatigheid en de hoogte van de opgelegde sancties. Daar komt bij dat de werking van artikel 14, eerste lid, van de Wahv zoals deze bepaling eerder door het hof is uitgelegd in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14, van het van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM. In de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 14, eerste lid, van de Wahv en de Wet beroep en dwangsom bij niet tijdig beslissen wordt op geen enkele wijze gemotiveerd of toegelicht waarom voor dwangsomprocedures in verband met het niet tijdig beslissen in Wahv-zaken een appelverbod dient te gelden, in tegenstelling tot alle andere dwangsomprocedures. Dit onderscheid is niet voorzien van een redelijke en objectieve rechtvaardiging. De gemachtigde merkt daarbij – naar aanleiding van het verweerschrift van de advocaat-generaal – op dat dwangsommen en proceskostenvergoedingen formeel juridisch niet worden toegekend aan de gemachtigde, maar aan de betrokkene. Het is evident dat de betrokkenen met het toepassen van de appelgrens bij beroep tegen het niet tijdig beslissen worden beperkt in hun recht op effectieve toegang tot de rechter. De enkele stelling dat de Wahv een wet sui generis is en dus bepaalde bijzonderheden kent, kan in ieder geval niet worden aangemerkt als een objectieve en redelijke rechtvaardiging.

5. Het hof stelt voorop dat artikel 14, eerste lid, van de Wahv een regeling biedt in welke gevallen hoger beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen van de kantonrechter. Deze bepaling moet worden beoordeeld in het licht van de bedoeling van de wetgever, namelijk dat niet tegen alle beslissingen die de kantonrechter in het kader van de Wahv neemt, hoger beroep kan worden ingesteld. De wetgever heeft bagatelzaken uitgezonderd van hoger beroep. Artikel 9, eerste lid, van de Wahv is een bepaling van andere orde. Dit artikellid bepaalt welke beslissingen van de officier van justitie (een bestuursorgaan) aan een beoordeling door een rechter (de kantonrechter) kunnen worden onderworpen. Gelet op het verschil in strekking tussen deze twee bepalingen, behoeft de uitleg die gegeven moet worden aan artikel 14, eerste lid, van de Wahv niet noodzakelijkerwijs even ruim te zijn als de uitleg die aan artikel 9, eerste lid, van de Wahv gegeven moet worden.

6. Het is vaste rechtspraak van het hof dat beroepen tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep en nevenbeslissingen die de officier van justitie neemt of behoort te nemen (over de toekenning van proceskostenvergoeding en over de bepaling van de verschuldigdheid en hoogte van en dwangsom in verband met het niet tijdig beslissen op het administratief beroep) wel door de kantonrechter kunnen worden getoetst maar de beslissingen van kantonrechters daaromtrent door het hof slechts indien geen sprake is van een bagatelzaak. De wetgever heeft voor de bepaling wanneer sprake is van een bagatelzaak aansluiting gezocht bij de hoogte van het sanctiebedrag, de hoofdbeslissing in het kader van de Wahv.

7. Het hof volgt de gemachtigde niet in zijn stelling dat de appelgrens alleen geldt indien de kantonrechter oordeelt over beroep tegen de (reële) beslissing van de officier van justitie. Uit het arrest van het hof van 25 juni 2024 kan niet anderszins worden afgeleid. Het hof overweegt verder dat uit de tekst van artikel 14, eerste lid, van de Wahv niet volgt dat alleen hoger beroep kan worden ingesteld indien de kantonrechter in diens beslissing heeft geoordeeld dat de sanctie niet meer bedraagt dan € 110,- of dat de appelgrens alleen geldt indien de kantonrechter zodanige beslissing neemt. Artikel 14, eerste lid, van de Wahv eist niet dat de sanctie onderwerp van geschil is. Aangezien het niet de kantonrechter is die sancties oplegt, moet deze bepaling aldus worden verstaan dat hoger beroep mogelijk is indien, na de beslissing van de kantonrechter, een sanctie van meer dan € 110,- resteert.

8. Het hof ziet in wat de gemachtigde aanvoert geen reden terug te komen op deze rechtspraak. Het hof heeft in het arrest van 8 april 2021 overwogen dat de wetgever in de invoering van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen geen aanleiding heeft gezien om artikel 14, eerste lid, van de Wahv te wijzigen en dat daarom aan de omstandigheid dat bij het instellen van de appelgrens de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet bestond, niet de conclusie kan worden verbonden dat de wetgever met de appelgrens niet het oog heeft gehad op een situatie als deze. Het hof heeft daarbij overwogen dat het bij geschillen aangaande de vaststelling van de dwangsom bij niet tijdig beslissen kan gaan om bedragen die aanzienlijk hoger zijn dan de appelgrens, terwijl in geschillen die voortvloeien uit een Wahv-procedure mogelijk in een niet onbelangrijk deel daarvan de kantonrechter de eerste en enige rechter zal zijn en dat het, voor zover dit uit een oogpunt van rechtseenheid ongewenst wordt geacht, op de weg van de wetgever ligt om dat belang af te wegen. De wetgever is niet tot aanpassing van artikel 14, eerste lid, van de Wahv overgegaan.

9. Artikel 14 van het EVRM en artikel 1 van het Twaalfde Protocol van het EVRM verbieden niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen, maar alleen die waarvoor geen objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Het onderscheid tussen dwangsomzaken in het kader van de Wahv en dwangsomzaken in het kader van andere wetgeving is geen onderscheid op grond van een inherent, dat wil zeggen onafscheidelijk aan een persoon verbonden criterium, zoals geslacht of ras. Bij de beantwoording van de vraag of het gemaakte onderscheid discriminerend is, is de vraag of Wahv-dwangsomzaken en de overige dwangsomzaken als gelijke gevallen zijn aan te merken. Als dat zo is, is vervolgens de vraag of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor de ongelijke behandeling. In dat kader moet worden beoordeeld of sprake is van een legitiem doel en of de gekozen ongelijke behandeling redelijk en geschikt is om dat doel te bereiken. Aan de wetgever komt in het algemeen een ruime beoordelingsvrijheid toe bij het beantwoorden van de vraag of gevallen als gelijk moeten worden beschouwd, en, als dat zo is, of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen toch verschillend te behandelen.

10. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken van strijd met het discriminatieverbod. Wahv-dwangsomzaken verschillen weliswaar met andere bestuursrechtelijke dwangsomzaken in die zin dat niet in alle gevallen hoger beroep mogelijk is, maar datzelfde geldt in geval van beslissingen omtrent de sanctie, beroepen tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep en andere nevenbeslissingen dan die inzake de dwangsom. Dit hangt samen met de appelgrens, waarvan het hof eerder geoordeeld dat deze niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter. Het hof heeft geoordeeld dat artikel 14, vijfde lid, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 6 EVRM geen onbeperkt recht op een hogere voorziening toekennen in geval van bagateldelicten en dat in geval van gedragingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wahv, met een sanctiebedrag onder de appelgrens van artikel 14, eerste lid, van de Wahv, deze als bagateldelicten dienen te worden gekwalificeerd. Voor de uitsluiting van deze categorie van zaken van hoger beroep bestaat een objectieve en redelijke rechtvaardiging, namelijk het geringe belang dat blijkens het bedrag van de sanctie, de hoofdbeslissing in het kader van de Wahv, aan de orde is.

11. Gelet op het voorgaande zal het hof zal het hoger beroep in de in de bijlage genoemde zaken niet-ontvankelijk verklaren. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep in de 116 in de bijlage genoemde zaken niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Wahv-nummer

CJIB-nummer

Naam betrokkene

200.343.991

257443282

[de betrokkene]

200.343.992

257448615

[naam]

200.343.994

257814948

[naam]

200.343.995

257205405

[naam]

200.343.996

257839382

[naam]

200.343.997

257449751

[naam]

200.343.999

257458352

[naam]

200.344.001

256302375

[naam]

200.344.008

257843423

[naam]

200.344.014

257844286

[naam]

200.344.015

257465938

[naam]

200.344.016

257237820

[naam]

200.344.018

257468114

[naam]

200.344.019

256979195

[naam]

200.344.021

257847810

[naam]

200.344.028

257860687

[naam]

200.344.031

257477211

[naam]

200.344.034

257963906

[naam]

200.344.041

258103505

[naam]

200.344.043

258242918

[naam]

200.344.047

256793991

[naam]

200.344.048

258380763

[naam]

200.344.050

258411063

[naam]

200.344.051

257499900

[naam]

200.344.053

256794066

[naam]

200.344.054

258516568

[naam]

200.344.055

257266398

[naam]

200.344.057

256981031

[naam]

200.344.059

257508495

[naam]

200.344.060

258667732

[naam]

200.344.061

256981081

[naam]

200.344.062

258668111

[naam]

200.344.063

257511723

[naam]

200.344.065

258668585

[naam]

200.344.066

256828505

[naam]

200.344.067

260582569

[naam]

200.344.069

257514344

[naam]

200.344.072

257514666

[naam]

200.344.073

256981608

[naam]

200.344.074

257275311

[naam]

200.344.075

257279093

[naam]

200.344.077

257515020

[naam]

200.344.080

256982806

[naam]

200.344.082

257296165

[naam]

200.344.083

256982831

[naam]

200.344.087

256982935

[naam]

200.344.088

257307422

[naam]

200.344.089

257535315

[naam]

200.344.090

257309096

[naam]

200.344.091

256982944

[naam]

200.344.093

257309590

[naam]

200.344.096

257310368

[naam]

200.344.099

257312699

[naam]

200.344.100

257570448

[naam]

200.344.101

257039186

[naam]

200.344.103

257571479

[naam]

200.344.105

256861384

[naam]

200.344.107

257578030

[naam]

200.344.109

257040266

[naam]

200.344.110

256861859

[naam]

200.344.111

257314662

[naam]

200.344.112

257591777

[naam]

200.344.114

257316285

[naam]

200.344.116

256863835

[naam]

200.344.117

257316804

[naam]

200.344.125

256869177

[naam]

200.344.130

257327610

[naam]

200.344.131

257633379

[naam]

200.344.134

257634443

[naam]

200.344.137

257649666

[naam]

200.344.141

257649762

[naam]

200.344.143

257683096

[naam]

200.344.144

257356514

[naam]

200.344.145

256879502

[naam]

200.344.146

257684228

[naam]

200.344.148

257702711

[naam]

200.344.151

257366160

[naam]

200.344.152

257376956

[naam]

200.344.153

257737652

[naam]

200.344.156

257420969

[naam]

200.344.157

257738511

[naam]

200.344.163

257059457

[naam]

200.344.164

257794228

[naam]

200.344.168

257795376

[naam]

200.344.170

257066754

[naam]

200.344.172

256904244

[naam]

200.344.173

257074824

[naam]

200.344.175

257075028

[naam]

200.344.176

256910311

[naam]

200.344.177

257091553

[naam]

200.344.180

257101907

[naam]

200.344.182

257101972

[naam]

200.344.184

256914616

[naam]

200.344.185

257102155

[naam]

200.344.187

257106697

[naam]

200.344.189

257134357

[naam]

200.344.192

257141941

[naam]

200.344.193

256918843

[naam]

200.344.194

257141985

[naam]

200.344.196

257633379

[naam]

200.344.198

257143634

[naam]

200.344.199

256934189

[naam]

200.344.201

256934749

[naam]

200.344.205

257146409

[naam]

200.344.207

257176726

[naam]

200.344.210

256944795

[naam]

200.344.211

257202399

[naam]

200.344.213

256971422

[naam]

200.344.215

256973435

[naam]

200.344.216

256973864

[naam]

200.344.217

256974023

[naam]

200.344.218

256976859

[naam]

200.344.219

256977316

[naam]

200.344.220

256977436

[naam]

200.344.223

256977521

[naam]

200.344.225

256978647

[naam]

Voetnoten

  1. ECLI:NL:GHARL:2024:4251.
  2. vgl. het arrest van het hof van 3 april 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:2333.
  3. vgl. het arrest van het hof van 5 januari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:65.
  4. ECLI:NL:GHARL:2021:3383.
  5. vgl. o.a. Europees Hof voor de Rechten van de Mens 19 december 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:1219JUD002045214, Molla Sali v Griekenland.
  6. vgl. het arrest van het hof Leeuwarden van 14 juni 2000, ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ:0004.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.