ECLI:NL:HR:1991:ZC0400 Hoge Raad , 01-11-1991 / 7949

Personen- en familierecht. Alimentatie. Zijn de Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak te beschouwen als ‘recht’ in de zin van art. 99 Wet RO?

Source officielle

4 min de lecture 804 mots

Inhoudsindicatie. Personen- en familierecht. Alimentatie. Zijn de Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak te beschouwen als ‘recht’ in de zin van art. 99 Wet RO?

1 november 1991

Eerste Kamer

Rek.nr. 7949

Br.

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: Mr. P. Garretsen,

t e g e n

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 27 oktober 1989 gedateerd verzoekschrift heeft verweerster in cassatie — verder te noemen de vrouw — zich gewend tot de Rechtbank Almelo met verzoek de bij vonnis van deze Rechtbank van 11 augustus 1982 vastgestelde alimentatiebijdrage te wijzigen in die zin dat verzoeker tot cassatie — verder te noemen de man — aan haar als bijdrage in het levensonderhoud zal betalen een bedrag van ƒ 3.000,– per maand, bij vooruitbetaling te voldoen en vermeerderd met de wettelijke indexering, vanaf 1 november 1989 althans een zodanig bedrag en met ingang van zodanige datum als de Rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren en aan haar zal betalen de tot 1 november 1989 opgelopen achterstand ad ƒ 6.613,88.

Nadat de man tegen het verzoek verweer had gevoerd, heeft de Rechtbank bij beschikking van 31 januari 1990 in conventie het verzoek van de vrouw afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.

Bij beschikking van 19 februari 1991 heeft het Hof de bestreden beschikking van de Rechtbank vernietigd en met wijziging in zoverre van de overeenkomst tussen partijen de alimentatie voor de vrouw met ingang van 1 november 1989 vastgesteld op ƒ 2.775,– per maand en met ingang van 1 januari 1990 op ƒ 2.560,– per maand, voor de toekomst steeds bij vooruitbetaling te voldoen, en het meer of anders verzochte afgewezen.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Fokkens strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Het aan de primaire klacht van het middel ten grondslag liggende betoog komt daarop neer dat de recente uitspraken van de Hoge Raad, volgens welke beleidsregels als ‘’recht’’ in de zin van art. 99 eerste lid onder 2°, hebben te gelden, aanleiding geven tot heroverweging van het door de Hoge Raad in een constante jurisprudentie tot uitdrukking gebrachte oordeel dat de richtlijnen vervat in het rapport Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak niet als ‘’recht’’ in voormelde zin kunnen worden aangemerkt.

Bij zijn door dit betoog kennelijk bedoelde uitspraken — HR 28 maart 1990, 19 juni 1990 en 29 juni 1990, NJ 1991, 118, 119 en 120— heeft de Hoge Raad geoordeeld dat onder ‘’recht’’ in meergemelde zin mede zijn te begrijpen door een bestuursorgaan binnen zijn bestuursbevoegdheid vastgestelde en behoorlijk bekendgemaakte regels omtrent de uitoefening van zijn beleid, die weliswaar niet kunnen gelden als algemeen verbindende voorschriften omdat zij niet krachtens enige wetgevende bevoegdheid zijn gegeven, maar die het bestuursorgaan wel op grond van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur binden, en die zich naar hun inhoud en strekking ertoe lenen jegens de bij de desbetreffende regeling betrokkenen als rechtsregels te worden toegepast.

Het middel miskent dat het in het rapport Alimentatienormen niet gaat om regels die in de hiervoor bedoelde zin zijn vastgesteld door een orgaan van het openbaar bestuur met het oog op de uitoefening van zijn eigen beleid, maar om richtlijnen die genoemde Vereniging, een privaatrechtelijke instelling, aanbeveelt ten gebruike door rechterlijke instellingen die zich met de vaststelling van alimentatie bezighouden. Om zodanige richtlijnen onder art. 99, eerste lid onder 2°, te begrijpen, bestaat geen grond.

Uit het vorenstaande volgt dat de primaire klacht van het middel faalt.

3.2 Subsidiair ervan uitgaande dat meergenoemde ‘’alimentatienormen’’ vrij algemeen worden toegepast en dat ook het Hof blijkens de inhoud van zijn beslissing van deze toepasselijkheid is uitgegaan, klaagt het middel dat een ‘’wezenlijke en niet-direct verklaarbare afwijking in de toepassing van die alimentatienormen respectievelijk de uitkomst daarvan’’, als waartoe het Hof is gekomen, noopte tot extra motivering.

Deze klacht kan reeds wegens gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden, aangezien uit 's Hofs beslissing niet blijkt dat het de ‘’alimentatienormen’’ toepasselijk heeft geacht.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door de president Royer als voorzitter en de raadsheren De Groot, Hermans, Haak en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Hermans op 1 november 1991.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.