ECLI:NL:HR:2025:1094 Hoge Raad , 08-07-2025 / 23/02429
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder broer van klager t.z.v. verdenking van hennepteelt door klager en zijn broer. Motivering ongegrondverklaring van klaagschrift, art. 33a.1.a Sr. Kon Rb oordelen dat verbeurdverklaring niet hoogst onwaarschijnlijk is? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Rb heeft niet maatstaven aangelegd die gelden bij beoordeling van beklag ex art. 552a Sv...
3 min de lecture · 452 mots
Inhoudsindicatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder broer van klager t.z.v. verdenking van hennepteelt door klager en zijn broer. Motivering ongegrondverklaring van klaagschrift, art. 33a.1.a Sr. Kon Rb oordelen dat verbeurdverklaring niet hoogst onwaarschijnlijk is? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Rb heeft niet maatstaven aangelegd die gelden bij beoordeling van beklag ex art. 552a Sv door derde maar maatstaven die gelden bij zo’n beklag door beslagene. V.zv. Rb wel juiste maatstaven voor ogen heeft gehad, is ongegrondverklaring ontoereikend gemotiveerd. Motivering Rb komt erop neer dat verbeurdverklaring van auto niet hoogst onwaarschijnlijk is op de grond dat het een voorwerp is dat geheel of grotendeels is verkregen uit baten van strafbaar feit (art. 33a.1.a Sr). Klager zou volgens ontnemingsrapport wederrechtelijk voordeel hebben verkregen door hennepteelt maar auto is ruim daarvoor door klager aangeschaft en op zijn naam gesteld, zodat niet z.m. begrijpelijk is dat auto de (gedeeltelijke) opbrengst is van die hennepteelt. Voorts blijkt uit ingewonnen inlichtingen dat in strafzaak tegen klager inmiddels uitspraak is gedaan en dat bij onherroepelijk vonnis niet is beslist over beslag op auto. Daarom zal het tot verbeurdverklaring van auto door later oordelende strafrechter niet meer kunnen komen.
Inhoudsindicatie. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02429 B
Datum 8 juli 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 15 mei 2023, nummer RK 23/004419, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat D.J.M. Dammers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Noord-Holland teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel keert zich tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2, 3.6 en 3.7.
3Beslissing
De Hoge Raad:
– vernietigt de beschikking van de rechtbank;
– wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...