ECLI:NL:HR:2025:1123 Hoge Raad , 08-07-2025 / 25/00947
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Zwitserland t.z.v. invoer van cocaïne en witwassen. Kon Rb oordelen dat (summier onderbouwd) verweer van verdediging m.b.t. chronische darmziekte van dochter van opgeëiste persoon niet tot conclusie kan leiden dat sprake is van reeds voltooide mensenrechtenschending i.v.m. feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht? HR: ...
2 min de lecture · 302 mots
Inhoudsindicatie. Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Zwitserland t.z.v. invoer van cocaïne en witwassen. Kon Rb oordelen dat (summier onderbouwd) verweer van verdediging m.b.t. chronische darmziekte van dochter van opgeëiste persoon niet tot conclusie kan leiden dat sprake is van reeds voltooide mensenrechtenschending i.v.m. feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht?
Inhoudsindicatie. HR: art. 81.1 RO.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00947 U
Datum 8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2025, nummer UTL-I-2024039173, op verzoek van Zwitserland tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de opgeëiste persoon.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...