ECLI:NL:HR:2026:655 Hoge Raad , 14-04-2026 / 25/00561
Herziening. Medeplegen diverse Opiumwetdelicten (art. 2.A, 2.B en 10a Opiumwet), als oprichter en leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.2 Sr jo. 11b.2 Opiumwet), gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr) en (medeplegen) voorhanden hebben en overdragen van vuurwapens en patronen, meermalen gepleegd (art. 26.1 en 31.1 WWM). Aangevoerd wordt dat Rb het OM n-o zou hebben ve...
4 min de lecture · 715 mots
Inhoudsindicatie. Herziening. Medeplegen diverse Opiumwetdelicten (art. 2.A, 2.B en 10a Opiumwet), als oprichter en leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.2 Sr jo. 11b.2 Opiumwet), gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr) en (medeplegen) voorhanden hebben en overdragen van vuurwapens en patronen, meermalen gepleegd (art. 26.1 en 31.1 WWM). Aangevoerd wordt dat Rb het OM n-o zou hebben verklaard in vervolging van aanvrager (zoals hof deed in zaak tegen medeverdachte A) als Rb bekend was geweest met wat is gebleken bij behandeling van die zaak in hoger beroep over vormverzuimen i.v.m. verklaringen van medeverdachte B, art. 457.1.c Sv.
Inhoudsindicatie. Om redenen vermeld in HR:2026:562 is aanvraag ongegrond.
Inhoudsindicatie. Afwijzing aanvraag. Samenhang met 25/00562 H en 25/00577 H.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00561 H
Datum 14 april 2026
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 1 augustus 2017, nummer 18-950041-15, ingediend door de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes,
namens
[aanvrager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de aanvrager.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De rechtbank heeft de aanvrager veroordeeld voor ‘medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voorbereiden, meermalen gepleegd’, ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’, ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’, ‘als oprichter en leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vierde en/of vijfde lid en/of artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet’, ‘als oprichter en leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven’, ‘gewoontewitwassen’, ‘medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, en artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en de feiten begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en/of een vuurwapen van categorie II, meermalen gepleegd’ en ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III’ tot een gevangenisstraf van acht jaren.
2De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering. In de aanvraag wordt daartoe in de kern aangevoerd dat sprake is van het ernstige vermoeden dat de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou hebben verklaard in de vervolging van de aanvrager – zoals het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deed in de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] die is gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2024:7367 – als de rechtbank bekend was geweest met de eerst bij de behandeling van die zaak in hoger beroep bekend geworden informatie over de vormverzuimen in verband met de verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte 2] .
3De conclusie van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot afwijzing van de aanvraag tot herziening en heeft voor de redenen daarvoor verwezen naar zijn conclusie in de zaak van de voormalige medeverdachte van de aanvrager op grond van een identiek herzieningsverzoek in de zaak met nummer 25/00562 H.
De raadslieden van de aanvrager hebben daarop schriftelijk gereageerd en daarbij verwezen naar hun schriftelijke reactie op de conclusie van de advocaat-generaal in de zaak met nummer 25/00562 H.
4Beoordeling van de aanvraag
De aanvraag is ongegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00562 H, ECLI:NL:HR:2026:562.
5Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...