ECLI:NL:OGEAA:2025:235 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 15-08-2025 / 51 van 2025
Strafvorderlijk kort geding ex artikel 43 Sv, verzoeken afgewezen, verkapt appel.
3 min de lecture · 514 mots
Inhoudsindicatie. Strafvorderlijk kort geding ex artikel 43 Sv, verzoeken afgewezen, verkapt appel.
Zaaknummer: 51 van 2025
Datum beschikking: 15 augustus 2025
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING IN STRAFVORDERLIJK KORT GEDING
gegeven op het verzoek op grond van artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering van Aruba (Sv) van:
[Verzoeker],
te [woonplaats],
hierna ook te noemen: verzoeker,
gemachtigden: de raadslieden mrs. D.G. Croes en D.L. Emerencia,
tegen:
het Openbaar Ministerie van het Land Aruba,
zetelende in Aruba.
1DE PROCEDURE
Op 12 augustus 2025 is namens verzoeker bij het Gerecht een verzoek op grond
van artikel 43 Sv ingediend. Dit verzoek strekt ertoe het openbaar ministerie te gebieden:
1. verzoeker in detail te informeren over de aard en oorzaak van de beschuldigingen tegen hem, inclusief de concrete beschuldigingen waarop het vermeende strafbare handelen is gebaseerd;
2) niet later dan 23 augustus 2025, dan wel binnen een goede justitie te bepalen termijn, ten aanzien van verzoeker een vervolgingsbeslissing te nemen.
De beschikking is bepaald op heden.
2BEOORDELING
Ingevolge artikel 43 lid 1 Sv kan in alle gevallen waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt en daaromtrent in geen wettelijke regeling is voorzien, een verzoek om zodanige voorziening in een strafvorderlijk kort geding worden gedaan door de verdachte of degene die daarbij een rechtstreeks hem bepaaldelijk aangaand belang heeft. Ingevolge artikel 43 lid 4 Sv wijst de rechter, indien hij aanstonds van oordeel is dat degene die het verzoek of de vordering heeft gedaan niet-ontvankelijk is of dat elke redelijke grond aan het verzoek of de vordering ontbreekt, zonder nader onderzoek en met eenvoudige redengeving de gevraagde voorziening af. In dit kader overweegt het Gerecht het volgende.
Verzoeker heeft op 15 juli 2025 (nagenoeg) gelijkluidende verzoeken met dezelfde strekking bij het Gerecht ingediend, welke verzoeken het Gerecht bij beschikking van
17 juli 2025 met toepassing van het bepaalde in artikel 43 lid 4 Sv heeft afgewezen.
Het door verzoeker tegen deze beschikking ingestelde hoger beroep is door het Hof bij beschikking van 8 augustus 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is de beschikking van het Gerecht van 17 juli 2025 onherroepelijk geworden.
Het voorgaande betekent dat het Gerecht reeds onherroepelijk heeft beslist op de verzoeken die verzoeker thans opnieuw voorlegt. Het Gerecht is bij die stand van zaken van oordeel dat de door verzoeker gevraagde voorziening gelet op het belang van een goede strafrechtsbedeling niet dringend noodzakelijk is. Het betreft in feite een verkapt appel tegen de eerdere afwijzing daarvan en daarvoor is artikel 43 Sv niet bedoeld.
Gelet op het voorgaande is de rechter aanstonds van oordeel dat aan de verzoeken elke redelijke grond ontbreekt. Gelet hierop zal de rechter de verzoeken zonder nader onderzoek afwijzen, zoals voorgeschreven in artikel 43 lid 4 Sv.
3DE BESLISSING
Het Gerecht wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven in raadkamer op 15 augustus door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit Gerecht, in aanwezigheid van mr. J. van der Vegte, griffier.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...