ECLI:NL:OGEAC:2025:251 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 14-04-2025 / 500.10174/24

Atrako op minimarket. Kapmes en letsel. Feitelijke aanranding tijdens woningoverval. Het slachtoffer, dat naakt op bed lag, werd wakker omdat zij voelde dat er iemand tegen haar aan lag. De verdachte bevond zich op dat moment ook in haar slaapkamer. Hij heeft haar zijn geslachtsdeel getoond en heeft haar meermalen op haar mond heeft gekust.

Source officielle

34 min de lecture 7 455 mots

Inhoudsindicatie. Atrako op minimarket. Kapmes en letsel.

Inhoudsindicatie. Feitelijke aanranding tijdens woningoverval. Het slachtoffer, dat naakt op bed lag, werd wakker omdat zij voelde dat er iemand tegen haar aan lag. De verdachte bevond zich op dat moment ook in haar slaapkamer. Hij heeft haar zijn geslachtsdeel getoond en heeft haar meermalen op haar mond heeft gekust.

Parketnummer: 500.00174/24

Uitspraak: 14 april 2025

Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [1990] te [land],

wonende [adres],

thans alhier gedetineerd.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van Zetten en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw

mr. A.M. Tromp, naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

De verdachte wordt – na wijziging van de tenlastelegging – tenlastegelegd:

Feit 1:

Dat hij op of omstreeks 7 februari 2024 te Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer NAF 300,00 en/of een hoeveelheid aan opwaardeerkaarten (ter waarde van NAF 400,00) in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan Minimarket en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

• (dreigend) achter de balie/toonbank/kassa te springen en achter die [slachtoffer 1] te gaan staan en/of

• (vervolgens) dreigend tegen die [slachtoffer 1] zeggen: "geef mij alles", en/of"

• (vervolgens) een (kap)mes tevoorschijn halen en dreigend tegen die [slachtoffer 1] zeggen: "geef mij het geld", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

• (vervolgens) met een (kap)mes in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zwaaien en/of;

• daarbij met voornoemd (kap)mes, die [slachtoffer 2] in zijn gezicht/hoofd en/of (rechter)hand, althans het lichaam heeft gesneden,

ten gevolge waarvan, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (zwaar)

lichamelijk letsel, te weten een of meerdere snijwonden en/of een gesneden

extensor pees (gesneden strekpezen);

Feit 2

Dat hij op of omstreeks 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer € 360,00 en/of een of meerdere pinpassen en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een tas (van het merk Coach) en/of een parfum en/of draadloze oortjes (van het merk Sony) en/of een horloge en/of een helm en/of een schoen(en) (van het merk Nike), in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) uit:

zich naar de woning van die [slachtoffer 3] begeven en/of vervolgens die woning binnentreden en/of (vervolgens) op het bed naast die [slachtoffer 3] te gaan liggen, terwijl die [slachtoffer 3] (naakt) lag te slapen, en/of (daarbij) de mond van die [slachtoffer 3] dicht heeft/hebben gehouden en/of;

dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen: "ssssshhhht stil blijven" en/of 'heb je geld ?" en/of "heb je en pin pas ?", en/of "geef me je pincode" en/of “waar is de sleutel van je scooter" en/of “waar is de GPS tracker van je scooter", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of;

het tonen van zijn/hun penis aan die [slachtoffer 3] en/of;

het (meermalen) zoenen/kussen van die [slachtoffer 3] (op haar mond) en/of;

het vastbinden van die [slachtoffer 3] (op bed) en/of;

het weg/ naar binnen duwen van die [slachtoffer 3]

EN/OF

Dat hij op of omstreeks 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer € 360,00 en/of een of meerdere pinpassen en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een tas (van het merk Coach) en/of een parfum en/of draadloze oortjes (van het merk Sony) en/of een horloge en/of een helm en/of een schoenen (van het merk Nike), in elk geval van enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) uit:

zich naar de woning van die [slachtoffer 3] begeven en/of vervolgens die woning binnentreden en/of (vervolgens) op het bed naast die [slachtoffer 3] te gaan liggen, terwijl die [slachtoffer 3] (naakt) lag te slapen, en/of (daarbij) de mond van die [slachtoffer 3] dicht heeft/hebben gehouden en/of;

dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen: "ssssshhhht stil blijven" en/of “heb je geld ?" en/of "heb je en pin pas ?", en/of "geef me je pincode" en/of “waar is de sleutel van je scooter" en/of “waar is de GPS tracker van je scooter", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of;

het tonen van zijn/hun penis aan die [slachtoffer 3] en/of;

het (meermalen) zoenen/kussen van die [slachtoffer 3] (op haar mond) en/of;

het vastbinden van die [slachtoffer 3] (op bed) en/of;

het weg / naar binnen duwen van die [slachtoffer 3]

feit 3

Dat hij op of omstreeks 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geldbedrag, te weten van in totaal ongeveer 360 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een pinpas tot het gebruik waarvan hij/zij niet gerechtigd was/waren en (de bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 3],
door meerdere malen, althans eenmaal een of meerdere geldbedragen bij een of meerdere pinautomaten te pinnen;

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 en 3 is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

onder 1:

hij op 7 februari 2024 te Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer NAf 300,00 en een hoeveelheid aan opwaardeerkaarten ter waarde van NAf 400,00, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit:

• het achter de balie/toonbank springen en achter die [slachtoffer 1] gaan staan en

• tegen die [XX.F.] zeggen: "geef mij alles", en

• een kapmes tevoorschijn halen en dreigend tegen die [slachtoffer 1] zeggen: "geef mij het geld", althans woorden van gelijke strekking en

• met een kapmes in de richting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaaien en;

• daarbij met voornoemd kapmes die [slachtoffer 2] in zijn gezicht/hoofd en hand, snijden,

ten gevolge waarvan, die [slachtoffer 1] lichamelijk letsel, te weten een snijwond en [slachtoffer 2] lichamelijk letsel, te weten meerdere snijwonden en een gesneden extensor pees (gesneden strekpezen) heeft opgelopen;

onder 2

hij op 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen;

een of meerdere pinpassen en

twee mobiele telefoons en

een tas van het merk Coach en

een parfum en

draadloze oortjes van het merk Sony en

een horloge en

een helm en

schoenen(van het merk Nike),

toebehorende aan [slachtoffer 3],

welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit:

het zich naar de woning van die [slachtoffer 3] begeven en die woning binnentreden en het op het bed naast die [slachtoffer 3] gaan liggen, terwijl die [slachtoffer 3] (naakt) lag te slapen, en de mond van die [slachtoffer 3] dicht houden en;

het tonen van zijn penis aan die [slachtoffer 3] en;

het meermalen zoenen/kussen van die [slachtoffer 3] op haar mond en;

dreigend tegen die [slachtoffer 3] zeggen: "ssssshhhht stil blijven" en “heb je geld?" en "heb je een pinpas?" en "geef me je pincode" en “waar is de sleutel van je scooter" en “waar is de GPS tracker van je scooter", althans woorden van gelijke strekking en;

het vastbinden van die [slachtoffer 3] en;

naar binnen duwen van die [slachtoffer 3].

onder 3

hij op 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander een geldbedrag van in totaal 360 euro, toebehorende aan [slachtoffer 3], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een pinpas en (de bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 3] tot het gebruik waarvan zij niet gerechtigd waren, door meermalen, geldbedragen bij een pinautomaat te pinnen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn door het Gerecht verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2025. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik heb op 7 februari 2024 in Curaçao een overval gepleegd op de minimarket. Ik heb telefoonkaarten en geld weggenomen. Ik had een kapmes bij me. Ik ben achter de balie gesprongen en heb tegen de vrouw die daar stond, gezegd dat ze me geld moest geven. Ik heb met de eigenaar van de minimarket geworsteld. Het klopt dat de eigenaar verschillende kapwonden heeft opgelopen.

Ik heb op 16 juni 2024 samen met [medeverdachte] een woninginbraak gepleegd op [adres] te Curaçao. Wij zijn samen de woning binnengegaan. We hebben eerst de woonkamer doorzocht. Daarna zijn we naar de slaapkamer gegaan. Op het bed lag een meisje te slapen. Zij was naakt. Terwijl zij nog op haar bed lag, heb ik mijn hand op haar mond gelegd. Ik hing daarbij als het ware over haar heen. Ik heb gezegd dat ze stil moest zijn. Ik heb haar om geld gevraagd en ik heb haar vastgebonden.

Ik heb geld weggenomen en een bankpas. We zijn met die bankpas naar een pinautomaat gereden. Daar heb ik met de bankpas van die vrouw gepind. Het kan kloppen dat ik NAf 600,- heb gepind. Ik heb de helft van het geld aan [medeverdachte] gegeven. De andere helft heb ik zelf gehouden.

En ten aanzien van feit 1

2. Een proces-verbaal van aangifte van 14 februari 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 17 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 februari 2024 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer 1]:

Ik ben samen met mijn echtgenoot eigenaar van minimarket, gevestigd op [adres]. Ik stond vandaag achter de kassa. Ik zag dat een mij onbekende man de minimarket binnen kwam. De man kocht vier sigaren. Hij vroeg mij daarna om meer goederen. Ik draaide me om, om die goederen voor hem te pakken. Op dat moment sprong de man over de balie heen en kwam hij achter mij staan. Hij zei dat ik alles aan hem moest geven. Hij haalde direct een kapmes tevoorschijn en hij zei met dreigende stem dat ik hem geld moest geven. Ik was erg geschrokken. Ik voelde dat mijn leven en veiligheid in gevaar waren. Ik riep mijn echtgenoot. De man nam geld en beltegoedtelefoonkaartjes weg. Inmiddels was mijn echtgenoot erbij gekomen. Toen mijn echtgenoot de goederen terug pakte, zwaaide hij het kapmes in de richting van mijn echtgenoot. Ik zag dat hij mijn echtgenoot met het kapmes op zijn hoofd verwondde. Hij zwaaide het kapmes en verwondde mijn echtgenoot op verschillende plaatsen in zijn gezicht. Mijn echtgenoot schreeuwde van pijn en riep mij om hulp. Ik pakte een honkbalknuppel en ging op die man af. In de tussentijd vochten die man en mijn echtgenoot en vielen ze van de trap op de vloer buiten de minimarket. Mijn echtgenoot lag op de grond en die man lag op hem, waarbij die man het kapmes in zijn hand had. Ik liep naar hen toe en gaf die man enkele klappen op zijn rug met de honkbalknuppel. Die man liet mijn echtgenoot los en het kapmes viel. Mijn echtgenoot nam het kapmes. Die man liep weer op mijn echtgenoot af. Mijn echtgenoot zwaaide het kapmes om de man van hem weg te houden. Hierna liepen mijn echtgenoot en ik terug de minimarket in. Ik zag dat die man goederen van de grond oppakte. Daarna stapte hij op zijn scooter en vluchtte hij met mijn goederen weg. Mijn echtgenoot bloedde hevig aan de verwondingen die hij had opgelopen, toen die man hem met het kapmes had gekapt. Die man heeft mij ook aan een van mijn handen gekapt. Die wond was hevig aan het bloeden. Ik ben door een verpleegkundige behandeld, waardoor de bloeding stopte maar ik ervoer hevige pijn aan mijn hand. Mijn echtgenoot werd ook door de verpleegkundige van de ambulance behandeld. Zijn verwondingen waren zo erg dat hij met spoed met de ambulance naar de polikliniek moest worden gebracht voor verdere medische behandeling.

Weggenomen goederen:

Geld – 300 Antilliaanse gulden

Telefoonkaart van Digicel van 5 en 10 – waarde 400 Antilliaanse gulden.

3. Een proces-verbaal van aangifte van 14 februari 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 33 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 februari 2024 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer 2]:

Ik ben eigenaar van de minimarkt te [adres]. Op 7 februari 2024 zat ik achterin in de minimarket. Ik hoorde mijn echtgenote [slachtoffer 1] schreeuwen. Zij zat achter de kassa. Ik ging direct naar de kassa en zag een mij onbekende man, gewapend met een kapmes, achter de toonbank bij de kassa staan. Ik zag dat de man met een kapmes zwaaide in de richting van [slachtoffer 1]. Ik schreeuwde dat de man moest stoppen. Ik ging op de man af. Ik hield hem vast aan de arm waarin hij het kapmes had. Wij begonnen met elkaar te worstelen. De man viel mij aan met het kapmes. Ik weerde hem af, maar constateerde later dat ik verschillende kapwonden op mijn hoofd en gezicht had opgelopen. Ook heb ik een fractuur en een kapwond aan mijn linkerhand opgelopen. Mijn hand moest in het gips worden gezet. De man en ik vielen op de grond. [slachtoffer 1] heeft de man toen met een honkbalknuppel geslagen. Het lukte mij om op te staan en ik nam het kapmes van die man af. Ik sloeg hem er enkele keren mee. Hierna renden [slachtoffer 1] en ik weer de zaak binnen en hebben wij de hoofdingang op slot gedaan. Ik constateerde naderhand dat de man een onbekend geldbedrag uit de kassa had weggenomen. Ook trof ik later buiten op de grond belefoonbeltegoedkaarten aan. Ik heb door mijn verwondingen veel bloed verloren en moest met de ambulance naar het ziekenhuis worden vervoerd voor een medische behandeling.

4. Een geschrift, te weten een letselverklaring van [slachtoffer 1] opgemaakt door de arts [naam] op 7 februari 2024 (pagina 36 e.v.). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Mevrouw [slachtoffer 1] bezocht op 7 februari 2024 de Spoedeisende Hulp van het Curaçao Medical Center.

Lichamelijk onderzoek

Kleine snee van ongeveer 2 cm linker onderarm mid dorsale zijde.

5. Een geschrift, te weten een letselverklaring van [slachtoffer 2] opgemaakt door de arts [naam] op 7 februari 2024 (pagina 36 e.v.). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Meneer [slachtoffer 2] bezocht op 7 februari 2024 de Spoedeisende Hulp van het Curaçao Medical Center.

Lichamelijk onderzoek

Snijwond 2x behaarde hoofdhuid, 1x neusbrug, 1x achter rechteroor.

Rechterhand snijwond dorsum mid metacarpaal met zichtbare gesneden extensor pees prox dig 3 afwezige extensie van dig 3-4-5. Sensibiliteit verminderd maar niet afwezig van dig 3-4-5 radiaire/ulnaire zijde. Dig 2 intact.

En ten aanzien van de feiten 2 en 3

6. Een proces-verbaal van aangifte van 18 juni 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 96 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 16 juni 2024 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer 3]:

Ik ben op 16 juni 2024 omstreeks 00.30 uur in slaap gevallen. Midden in de nacht werd ik wakker. Ik zag dat het licht in mijn slaapkamer brandde. Ik voelde dat er iemand naast mij op bed lag. Die persoon deed zijn hand op mijn mond. De jongen zei: “shhhttt shhht, je moet stil zijn, je moet stil zijn, shhhttt.” Toen ik rondkeek, zag ik een jongen naast mijn bed staan.

De twee jongens wilden geld. Ze vroegen mij of ik een bankrekening had en of ik contant geld in huis had liggen. Ik dacht ik geef ze alles en antwoordde dat ik een Nederlandse bankrekening heb. Ik zei dat ze mijn Nederlandse bankpas moesten pakken. Ik weet de volgorde nu niet meer, het ging heel snel. Ik slaap altijd naakt. Ik lag naakt in bed. De jongen die naast mijn bed stond, liet zijn piemel zien. Ik zei: “Nee nee, alsjeblieft niet doen. Je mag alles hebben maar niet dat.” De andere jongen (met de bivakmuts) lag toen niet meer half op me. Hij was van me afgegaan. Hij zei: “Nee dat zal hij niet doen”. Daarvoor waren ze niet gekomen. Ik vroeg of ik een T-shirt aan mocht doen. Ze zeiden dat dat goed was. Ik moest wel stil blijven. Ik deed alles wat ze zeiden. Ik deed een shirt en een broek aan. De jongen met de bivakmuts bleef dicht bij me staan voor als ik zou gillen, maar dat durfde ik niet. Ik zei dat we naar de woonkamer moesten omdat mijn portemonnee met mijn pasjes daar lag. We liepen naar de woonkamer. Ze liepen heel dicht bij me. Ik zag dat mijn wasrek was verplaatst. Overal lagen spullen. Ik zag mijn portemonnee op tafel liggen. Mijn Nederlandse pinpas zat erin. Ze wilden ook mijn pincode hebben. Ik pakte mijn telefoon en liet hen een foto met de pincode zien. Nadat ze de pincode hadden gekregen bleven ze vragen of ik meer geld had of andere spullen. Ik bleef zeggen dat ze moesten vertrekken. De jongen had zijn piemel toen al weer teruggedaan in zijn broek. Ik smeekte ze om mij niets aan te doen. Ik denk dat wij toen naar mijn slaapkamer zijn gegaan. Daar moest ik op het bed gaan zitten. De jongen die zijn penis had laten zien, heeft mij toen drie kussen op mijn mond gegeven. Ik heb hem terug gekust omdat ik niet wist wat ik moest doen. Ze vroegen me welke auto van mij was. Ik zei dat ik geen auto had. Ik zei dat de scooter die buiten staat van mij is. Ze vroegen me om de sleutels. Ik ben toen weer naar de woonkamer gegaan waar mijn sleutels lagen. Daarna hebben ze me met mijn bikini vastgebonden. Mijn handen waren op mijn rug vastgebonden en mijn moeten werden aan elkaar vastgebonden. Ik bleef een tijdje zo op mijn bed zitten. Ze zijn naar mijn woonkamer gegaan. Hierna kwamen ze terug omdat ze mij nodig hadden voor de sleutels van mijn scooter en de poort.

Ik heb op een gegeven moment mijn familie een appje gestuurd in de groepsapp en heb gezegd dat ze de politie moesten bellen. Ineens stond de jongen die zijn piemel had laten zien in mijn slaapkamer. Hij pakte de telefoon. Ik heb mijn telefoon daarna niet meer gezien. Hij gaf mij weer een kus op mijn mond. Daarna liep hij naar buiten.

Toen ze buiten waren, liep ik naar mijn raam. Ze stonden bij mijn scooter. Ik ben naar buiten gegaan. Ik wilde dat ze weggingen. Ze wilden niet dat ik naar buiten kwam. De jongen zonder de bivakmuts duwde me naar binnen. Ik zei laat me jullie helpen met de scooter. Ze vroegen of mijn scooter gps heeft. Ik zei dat ik dat niet wist. Ik zei dat mijn buren hun konden horen. Ze werden bang en liepen toen weg.

V: Kan je een beschrijving geven van de jongen met de bivakmuts?

A: Hij is ongeveer 1.73 m, donkerbruine huidskleur, donkere bivakmuts op met gaten erin geknipt; slank postuur, donkere kleren aan.

V: Kun je een beschrijving geven van de andere jongen?

A: Hij had geen bivakmuts op maar een capuchon. Ik kon zijn gezicht zien. Hij heeft dikke lippen. Donkerbruine huidskleur. Ongeveer 1.63 m. Hij had een steviger figuur dan de jongen met de bivakmuts. Donkere kleren aan.

Wij zijn erachter gekomen dat ze geld zijn gaan pinnen bij een pinautomaat van Banco di Caribe in Cas Grandi. Ze hebben daar 360 euro gepind.

Weggenomen goed (blijkens de aangifte en de toelichting op pagina 104): Een bankpas van SNS Bank in Nederland, een bankpas van MCB Bank, een iPhone 13, een coach tas met inhoud, waaronder parfum), mijn Sony draadloze oortjes, mijn goud/zilverkleurige horloge, mijn scooter helm (die ik huurde van de verhuurder), mijn witte Nike schoenen, mijn reserve telefoon (een lichtblauwe oneplus) en wat kabels. De kabels (vermoedelijk wat unieke opladers, HDMI kabels en eventueel laptop opladers) zaten in een etuitje. Daarin zat ook de reserve telefoon.

7. Een proces-verbaal van herkenning van 21 juni 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [naam] en [naam] (pagina 126 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant of van een of meer van hen:

[Slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld op 16 juni 2024 op [adres]. Later is zij erachter gekomen dat er met de bankpas van SNS-bank, die tijdens de beroving was weggenomen, geldtransacties zijn gedaan bij de geldautomaat van het filiaal van de Banko di Caribe te Hanenberg.

In het belang van het verdere onderzoek werden de beelden van voornoemde geldautomaat in beslag genomen. Bij het bekijken van de beelden is te zien hoe een man gekleed in het zwart en met rastakapsel aan het pinnen was met de gestolen bankpas.

Wij, verbalisanten, herkenden de man als de voor ons bekende recidivist [verdachte].

8. Een proces-verbaal van bevinding videobeelden van 22 juni 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 126 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

[Slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld op 16 juni 2024 op [adres]. Later is zij erachter gekomen dat er met de bankpas van SNS-bank, die tijdens de beroving was weggenomen, geldtransacties zijn gedaan bij de geldautomaat van het filiaal van de Banko di Caribe te Hanenberg.

Bij het bekijken van de beelden is te zien hoe een man gekleed in het zwart en met rastakapsel aan het pinnen was met de gestolen bankpas.

Wij, verbalisanten van het onderzoeksteam, herkenden de man als de voor ons bekende recidivist [verdachte].

05:34:22 uur: Te zien is dat [verdachte] aan komt lopen.

05:35:35 uur: Te zien is dat [verdachte] pint en geld ontvangt.

05:37:53 uur: Te zien is dat [verdachte] pint en geld ontvangt.

9. Een proces-verbaal van verhoor van 5 juli 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 157 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 5 juli 2024 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [medeverdachte]:

Je wordt verdacht van een beroving in een woning. De beroving is door twee mannen gepleegd. Tijdens de beroving hebben de daders onder andere een iPhone 13, een bankpas van MCB-bank en SNS Bank en een witte Nike sportschoen weggenomen.

Ik heb de beroving in de woning op [adres] samen met [verdachte] gepleegd. [Verdachte] en ik zijn de woning binnen gegaan. Wij hebben in de woonkamer naar geld gezocht. Daarna zijn wij naar de slaapkamer gegaan. Er lag een vrouw naakt op bed te slapen. [Verdachte] heeft haar benaderd, terwijl ik in de slaapkamer op een afstand bleef staan. [Verdachte] heeft haar om geld gevraagd. De vrouw zei dat zij geen geld had. Ze heeft haar bankpas en pincode aan [verdachte] gegeven. [Verdachte] heeft ook om haar auto of scooter gevraagd. Daarna zijn we weg gegaan. Wij zijn naar een pinautomaat van Banko di Caribe gereden. Daar heeft [verdachte] NAf 600,- gepind. Hij heeft mij NAf 300,- gegeven. Daarna heeft [verdachte] mij bij mijn woning afgezet.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Het bewezen wordt als volgt gekwalificeerd:

Ten aanzien van feit 1

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 3

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutels, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van elf jaar.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, alsook op de straffen die in vergelijkbare gevallen door het Hof en de Gerechten plegen te worden opgelegd.

Het Gerecht heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een minimarket. Hij is gewapend met een kapmes de minimarket binnengegaan en heeft de eigenaar en de eigenaresse met dat kapmes mishandeld. Het mag een wonder heten dat met name de eigenaar van de minimarket, die meerdere kapwonden op zijn hoofd en in zijn gezicht heeft opgelopen, niet nog ernstiger verwond is geraakt dan nu het geval is.

De verdachte heeft zich enkel laten leiden door zijn zucht naar eigen gewin, zonder stil te staan bij de gevolgen die zijn handelen zou kunnen hebben voor de slachtoffers. Het Gerecht rekent dit de verdachte aan. De verdachte heeft met zijn verklaring ter terechtzitting laten zien dat de gevolgen van zijn handelen hem koud laten. Dit baart het Gerecht zorgen.

Daarnaast heeft de verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een overval in een woning gedurende de nachtelijke uren. De verdachte en zijn mededader zijn de woning binnengedrongen en hebben een jonge vrouw op een zeer kwetsbaar moment, namelijk toen zij lag te slapen, in de slaapkamer van haar woning, hetgeen een veilige plaats zou moeten zijn, overvallen. Het slachtoffer, dat naakt op bed lag, werd wakker omdat zij voelde dat er iemand, naar is gebleken de verdachte, tegen haar aan lag. Dit op zichzelf is al een zeer beangstigende constatering. Het feit dat zich in haar slaapkamer nog een andere man bevond, die bovendien zijn geslachtsdeel aan haar heeft getoond en haar meermalen op haar mond heeft gekust, zal die angst alleen maar hebben versterkt.

Dat deze situatie, een jonge naakte vrouw die in haar slaapkamer met twee mannelijke indringers wordt geconfronteerd, bijzonder traumatiserend voor haar was, spreekt voor zich. Dit blijkt ook wel uit haar aangifte, waarin zij op indringende wijze uiteen heeft gezet welke angsten zij die nacht heeft doorstaan. Zij heeft haar stage moeten onderbreken en is nog dezelfde dag naar Nederland vertrokken om daar te kunnen worden opgevangen door haar familie. Uit de bij de vordering tot schadevergoeding gevoegde verklaring van haar ouders blijkt verder welke ingrijpende gevolgen deze overval voor het leven van hun dochter heeft gehad en nog altijd heeft.

De verdachte en zijn mededader zijn geheel voorbij gegaan aan de ernstige gevolgen van hun handelen voor het slachtoffer. Slachtoffers van dergelijke geweldsmisdrijven worden niet alleen in hun eigendomsrecht en lichamelijke integriteit aangetast, maar hebben doorgaans ook langdurig te kampen met gevoelens van angst en andere psychische gevolgen. Door aldus te handelen heeft de verdachte ernstig leed bij het slachtoffer veroorzaakt. Bovendien versterken inbraken als deze de in de samenleving bestaande gevoelens van onrust en onveiligheid.

Daarnaast hebben zij met de gestolen pinpas een aanzienlijk bedrag van de rekening van het slachtoffer opgenomen.

Het Gerecht heeft bij het bepalen van de op te leggen straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor een atrako, waarbij sprake was van dreiging met een steekwapen en/of het gebruik van fysiek geweld als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren gegeven. Indien er daadwerkelijk is gestoken met een steekwapen met eenvoudig letsel tot gevolg wordt als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren gegeven. Als strafverzwarende factoren worden genoemd het plegen van een overval in een woning, het plegen van de overval in vereniging en recidive.

De verdachte is, blijkens zijn strafkaart, al diverse keren en veelal voor soortgelijke strafbare feiten als hier aan de orde tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld.

Het Gerecht heeft verder acht geslagen op de over de persoon van de verdachte opgemaakte rapportages, te weten een reclasseringsrapport op 4 december 2024 en het psychologische onderzoek van 3 augustus 2024. Hieruit blijkt dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar is en dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De ernst van de feiten noopt hier bepaaldelijk toe.

Schadevergoeding

Ten aanzien van feit 1

 De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van NAf 5.700,-, bestaande uit:

NAf 700,- aan materiële schade

NAf 5.000,- aan immateriële schade.

De verdachte heeft de vordering betwist, in die zin dat hij heeft verklaard dat de door hem gestolen goederen buiten voor de winkel zijn gevallen en daar zijn achtergebleven.

Het Gerecht overweegt hieromtrent dat de voorwerpen die op straat voor de minimarket zijn aangetroffen (pagina 21 t/m 32) nadrukkelijk niet de door de verdachte uit de winkel gestolen goederen betreffen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij

[slachtoffer 1] als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2024. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen.

Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil.

 De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van NAf 12.000,-.

De verdediging heeft de vordering niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2024. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen.

Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil.

Ten aanzien van feit 2 en 3

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van NAf 22.518,51, bestaande uit:

NAf 8.538,03 aan materiële schade direct verband houdend met de inbraak en het pinnen

NAf 10.980,48 aan materiële schade verband houdend met gemist loon

NAf 3.000,- aan immateriële schade.

De verdachte heeft de vordering niet betwist.

Ten aanzien van post a.

Het Gerecht overweegt dat de benadeelde partij op dit onderdeel in het algemeen materiële schade vordert die direct verband houdt met de inbraak.

Dat geldt niet voor de gevorderde kosten van een mobiele luidspreker. Uit de aangifte noch anderszins blijkt van een rechtstreeks verband met de hier aan de orde zijnde inbraak. Het Gerecht zal deze kosten afwijzen.

Het Gerecht wijst – rekening houdend met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke afschrijving voor een telefoon van 5 jaar – voorts af de gevorderde kosten voor de reserve telefoon van het merk Oneplus. In dit verband is van belang dat uit de toelichting blijkt dat deze telefoon al vele jaren oud was.

Ten aanzien van post b.

Het Gerecht overweegt ten aanzien van deze post dat het gaat om een schatting van het salaris dat de benadeelde partij naar verwachting zou gaan verdienen vanaf het moment dat zij een dienstverband zou aangaan. Of de benadeelde partij daadwerkelijk het gevorderde salaris zou gaan verdienen en wel per datum dat het salaris wordt gevorderd is onduidelijk. Nader onderzoek hiernaar zou een onevenredige belasting voor het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan daarom in zoverre niet in de vordering worden ontvangen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Ten aanzien van post c.

De benadeelde partij vordert ten slotte een voorschot op de vergoeding van de geleden immateriële schade. Het Gerecht begrijpt dat de benadeelde partij zich daarmee voor de immateriële schade voor een deel van de vordering (het voorschot deel) heeft gevoegd in dit strafproces, onder voorbehoud van het recht het andere deel bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken.

Ten aanzien van de vordering tot de immateriële schadevergoeding overweegt het Gerecht dat een ernstige inbreuk is gepleegd op de persoonlijke levenssfeer en op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij. Het Gerecht acht op grond van het strafdossier en de onderbouwing van de vordering voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij psychische schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit. Het Gerecht begroot de geleden immateriële schade naar maatstaven van billijkheid op een bedrag van NAf 3.000,-.

Resumerend, zal de vordering worden toegewezen tot een bedrag van

NAf 10.535,65, bestaande uit NAf 7.535,65 aan materiële schade en

NAf 3.000,- aan immateriële schade. Voor het overige wordt de vordering afgewezen of wordt de benadeelde partij daarin niet ontvangen.

De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 16 juni 2024.

De verdachte heeft het onder 2 en 3 bewezen verklaarde samen met [medeverdachte] gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de benadeelde partij heeft geleden.

Het Gerecht ziet aanleiding bij de toegewezen bedragen een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil.

De bedragen zijn gevorderd in NAf. Omdat dit vonnis wordt gewezen na de invoering van de Caribische gulden, zullen de toe te wijzen bedragen met Cg worden aangeduid.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 1:78, 1:123, 1:136, 2:288, 2:289 en 2:291 van Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tien (10) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

de benadeelde partij [slachtoffer 1]

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade toe tot een bedrag van Cg 5.700,- (vijfduizend en zevenhonderd Caribische guldens), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 5.700,- (vijfduizend en zevenhonderd Caribische guldens), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 63 (drieënzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;

de benadeelde partij [slachtoffer 2]

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade toe tot een bedrag van Cg 12.000,- (twaalfduizend Caribische guldens), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 12.000,- (twaalfduizend Caribische guldens), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 95 (vijfennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;

de benadeelde partij [slachtoffer 3]

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade toe tot een bedrag van Cg 10.535,65 (tienduizend vijfhonderdvijfendertig Caribische guldens en vijfenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk ten aanzien van post b. en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 3] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 10.535,65 (tienduizend vijfhonderdvijfendertig Caribische guldens en vijfenzestig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 85 (vijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door

mr. J. Mulder, griffier, en is op 14 april 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.