ECLI:NL:OGEAM:2025:39 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 01-04-2025 / SXM202400334
Erfpachtrecht is niet vervallen door schenden bouwverplichting, artikel 15 Landsverordening uitgifte erfpacht gronden Sint Maarten. Faillissementscurator heeft geen toestemming erfverpachter nodig voor overdragen van de erfpacht (artikel 5:91 BW).
5 min de lecture · 893 mots
Inhoudsindicatie. Erfpachtrecht is niet vervallen door schenden bouwverplichting, artikel 15 Landsverordening uitgifte erfpacht gronden Sint Maarten. Faillissementscurator heeft geen toestemming erfverpachter nodig voor overdragen van de erfpacht (artikel 5:91 BW).
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202400334
Beschikking van 1 april 2025
op het verzoek van
[naam curator] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van wijlen [naam],
gevestigd in Sint Maarten,
verzoeker, hierna: [curator],
die zelf procedeert,
tegen
de openbare rechtspersoon
het Land Sint Maarten,
gevestigd in Sint Maarten,
verweerster, hierna: het Land,
gemachtigde: mr. R.F. Gibson, jr.
1De procedure
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
het verzoekschrift van 29 februari 2024, met producties;
de brief van het Land van 19 juni 2024, met producties;
de pleitnotities van [curator];
het verweerschrift van het Land;
de akte van [curator], met een productie;
de antwoordakte van het Land;
de akte na descente van het Land, met een productie;
de antwoordakte van [curator].
Het verzoek is mondeling behandeld op 24 juni 2024 en op 10 december 2024 heeft een descente plaatsgevonden.
De uitspraak is nader bepaald op vandaag.
2De beoordeling
Waar gaat de zaak om?
Het Land is eigenaar van een perceel in Point Blanche (meetbrief 243/1983). Zij heeft dat perceel in 1984 in erfpacht uitgegeven aan [naam]. [naam] is failliet verklaard. [curator] is de curator in dat faillissement. Hij wil het erfpachtrecht verkopen, zodat met de opbrengst schuldeisers van [naam] kunnen worden betaald. In de erfpachtakte staat dat daarvoor toestemming van het Land nodig is. [curator] heeft het Land die toestemming gevraagd, maar die niet gekregen. Hij vraagt primair dat het Gerecht voor recht verklaart dat hij geen toestemming van het Land nodig heeft. Als het Gerecht oordeelt dat die toestemming wel nodig is, vraagt hij het Gerecht om vervangende toestemming.
Het Land is het niet eens met de eis van [curator]. Het vindt dat het legitieme redenen heeft om zijn toestemming te weigeren. Het wijst er daarbij op dat [naam] zijn bouwverplichting heeft geschonden en dat bouw op het perceel inmiddels niet meer mogelijk is, gezien het geldende strandbeleid en veiligheidsrisico’s.
Het Gerecht oordeelt dat [curator] geen toestemming van het Land nodig heeft. In deze beschikking legt het dat uit.
Het erfpachtrecht is niet vervallen
Het Land heeft erop gewezen dat [naam] niet binnen zes maanden na uitgifte van de grond is gestart met bouwwerkzaamheden. [curator] interpreteert dat verweer zo dat volgens het Land het erfpachtrecht om die reden is vervallen. Het Gerecht leest die stelling niet direct terug in het verweer van het Land. Voor zover het Land dat wel bedoeld heeft, slaagt dit verweer niet.
Het erfpachtrecht kan pas vervallen worden verklaard als het Land zijn voornemen daartoe betekent en daarbij nog een maand de tijd geeft om de bouwverplichting alsnog na te komen (artikel 15 aanhef en onder c Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maarten). Het Land heeft niet gesteld dat dit is gebeurd. Dat is het Gerecht ook niet gebleken. Dat betekent dat het erfpachtrecht niet vervallen is. Of het Land ondanks het lange tijdsverloop het recht op vervallenverklaring nog heeft, kan daarom in het midden blijven.
[curator] heeft geen toestemming van het land nodig
In de erfpachtakte staat dat [naam] de erfpacht niet mag overdragen zonder toestemming van het land (artikel f). Het Gerecht oordeelt dat die bepaling niet voor [curator] als curator geldt. In de wet staat namelijk dat zo’n bepaling niet aan executie door schuldeisers in de weg staat (artikel 5:91 BW). [curator] is zelf geen schuldeiser, maar uit de wetsgeschiedenis van het Nederlands Burgerlijk Wetboek volgt dat de verkoop door een curator ook onder ‘executie door schuldeisers’ valt. De tekst van artikel 5:91 BW is identiek aan de Nederlandse tekst en uit de wetgeschiedenis volgt niet dat daar een andere betekenis aan moet worden gegeven. Het Gerecht oordeelt daarom dat [curator] geen toestemming van het Land nodig heeft. De gevraagde verklaring voor recht wordt dus toegewezen.
De bezwaren van het Land worden buiten beschouwing gelaten
Het Gerecht hoeft dus (anders dan het aanvankelijk dacht) niet te beoordelen of het Land legitieme bezwaren heeft tegen de overdracht van erfpachtrecht. Dit betekent ook dat in het midden wordt gelaten of het perceel bebouwbaar is of niet.
Het Land wordt veroordeeld in de proceskosten
Het Land krijgt ongelijk en wordt daarom in de proceskosten veroordeeld. Deze kosten worden aan de kant van [curator] tot vandaag begroot op:
griffierecht NAf 450,-
salaris gemachtigde NAf 5.000,- (4 punten x NAf 1.250,-)
TOTAAL: NAf 5.450,-.
3De beslissing
Het Gerecht:
verklaart voor recht dat voor het vervreemden van het erfpachtrecht door [curator] geen toestemming van het Land vereist is;
veroordeelt het Land in de proceskosten, die aan de kant van [curator] tot op vandaag worden begroot op NAf 5.450,-;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025.
Voetnoten
- C.J. van Zeben, J.W. du Pon & M.M. Olthof, Parlementaire Geschiedenis van het nieuwe burgerlijk wetboek. Boek 5. Zakelijke rechten, Deventer: Kluwer 1981, p. 313
- Staten van de Nederlandse Antillen 1998/99, 2203, nr. 3 (MvT), p. 8
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...