ECLI:NL:PHR:1987:AD0069 Parket bij de Hoge Raad , 06-10-1987 / 81.863

1. Inhaaldagvaarding in appel; geen nietigheid, nu het ervoor moet worden gehouden dat de procureur-generaal de eerste dagvaarding heeft ingetrokken. 2. Verstekarrest; nu tussen het instellen van het appel en de appeldagvaarding minder tijd is verlopen dan 2 jaren behoefde het hof niet te motiveren waarom het Openbaar Ministerie nochtans ontvankelijk was. 3. Het bewezen verklaarde steunt niet...

Source officielle

4 min de lecture 769 mots

Inhoudsindicatie. 1. Inhaaldagvaarding in appel; geen nietigheid, nu het ervoor moet worden gehouden dat de procureur-generaal de eerste dagvaarding heeft ingetrokken.

Inhoudsindicatie. 2. Verstekarrest; nu tussen het instellen van het appel en de appeldagvaarding minder tijd is verlopen dan 2 jaren behoefde het hof niet te motiveren waarom het Openbaar Ministerie nochtans ontvankelijk was.

Inhoudsindicatie. 3. Het bewezen verklaarde steunt niet uitsluitend op de verklaring van een getuige, maar vindt mede steun in het verslag van eigen waarnemingen en bevindingen van verbalisanten.

na.-

Nr. 81.863

Zitting 6 oktober 1987

Mr. Remmelink

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbaar college,

In deze zaak waarin het Hof requirant in appel bij verstek heeft veroordeeld terzake van “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in art. 2 eerste lid onder B Opiumwet gegeven verbod”, meermalen gepleegd (requirant zou op tijdstippen in maart en april 1984 samen met een ander heroïne en/of cocaïne hebben verkocht), tot een gevangenisstraf voor de tijd van 2 jaar + onttrekking aan het verkeer van een plastic mes met sporen heroïne, 2 plastic zakjes met sporen heroïne, 5 notitieboekjes, 2 pesolawegers, 2 plastic zakjes en een notitieboekje (opschrift Heineken), tegen welk arrest hij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, zijn namens hem vijf middelen van cassatie voorgesteld.

In middel I klaagt requirant erover, dat het Hof zich niet heeft beziggehouden met de omstandigheid, dat uit het procesdossier blijkt, dat requirant, wiens onderhavige zaak op 17 november 1986 heeft gediend, reeds tegen een eerdere datum, nl. tegen 22 september 1986 (in deze zaak) was gedagvaard zonder dat blijkt wat er met die dagvaarding is gebeurd. Het komt mij voor, dat het ervoor gehouden moet worden, dat deze in ieder geval niet heeft geleid tot een terechtzitting (hetgeen mij bij informatie bij het parket werd bevestigd), zodat requirant bij deze klacht geen belang heeft. Ik merk bovendien op, dat, schoon requirant op 17 november zelf niet verschenen was, wèl zijn rechtsgeleerde raadsman aanwezig was, en dat mag worden aangenomen, dat deze, wanneer de eerder uitgebrachte dagvaarding tot een terechtzitting zou hebben geleid het Hof daarop zou hebben geattendeerd.

In middel II wordt erover geklaagd, dat het Hof niet is ingegaan op de omstandigheid, dat er tussen het vonnis van de Rechtbank, 19 november 1984 en de behandeling van de zaak in appel (dus op

17 november 1986) een te lange tijd is verlopen. Het komt mij voor, dat, nu tussen de dag waarop requirant in appel is gegaan (…..) en de dag waarop requirant in appel is gedagvaard ….. minder tijd is verlopen dan twee jaar, het Hof nog niet genoodzaakt was om duidelijk te maken waarom het college het OM nochtans wel ontvankelijk achtte. Vgl. in dit verband het lid van Uw Raad De Waard in de bundel Naar eer en geweten, 1987, p. 669.

In middel III wordt gesteld, dat het Hof, oordelende, dat het college het vonnis van de Rechtbank vernietigde omdat het tot een andere bewezenverklaring kwam duidelijk had moeten maken waar of op welk onderdeel de bewezenverklaring van het Hof afweek van die van de Rechtbank. Ook deze grief kan niet tot cassatie leiden: de appelrechter hoeft nl. volgens Uw Raad niet te motiveren, waarom hij het vonnis van de lagere rechter vernietigt. HR 2 juni 1930, W 12189; 28 mei 1971, NJ 1971, 371. Overigens zal hier met “bewezenverklaring” niet zozeer bedoeld zijn de bewezenverklaarde telastelegging, maar de bewijsvoering. En deze is niet geheel identiek aan die van de Rechtbank. Zo zag ik dat het op p. 6 van het arrest vermelde proces-verbaal van 5 april 1984 van J.J.M. Jeurissen in het Rechtbank-vonnis niet voorkomt.

In middel IV wordt gesteld, dat de feiten die requirant in maart 1984 zou hebben begaan slechts bewezen worden door één getuige verklaring. Dit middel faalt reeds, omdat het gestelde feitelijke grondslag ontbeert. Ik verwijs naar de bewijsmiddelen o.m. naar die vermeld op p. 6.

In middel V wordt gesteld, dat met name de onttrekking aan het verkeer van het notitieboekje met het opschrift Heineken niet op de wet berust, omdat niet gezegd kan worden, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met wet of algemeen belang. Ik meen, dat de geëerde steller van het middel miskent, dat het Hof kennelijk is uitgegaan van een gezamenlijkheid van voorwerpen die als daartoe geëigend voor het heroïnebedrijf gebezigd werd. Vgl. o.m. HR 17 januari 1984, NJ 1984, 461.

De middelen niet aannemelijk achtend concludeer ik tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.