ECLI:NL:RBAMS:2025:3340 Rechtbank Amsterdam , 23-05-2025 / AMS 24/711
Het college van B&W heeft een last onder dwangsom opgelegd aan eiser wegens het overtreden van de Afvalstoffenverordening. Eiser heeft ongeadresseerd reclamedrukwerk laten verspreiden in brievenbussen. Het beroep van eiser is ongegrond.
11 min de lecture · 2 298 mots
Inhoudsindicatie. Het college van B&W heeft een last onder dwangsom opgelegd aan eiser wegens het overtreden van de Afvalstoffenverordening. Eiser heeft ongeadresseerd reclamedrukwerk laten verspreiden in brievenbussen. Het beroep van eiser is ongegrond.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/711
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
( [gemachtigde eiser] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
( [gemachtigde verweerder] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het besluit van verweerder van 31 januari 2023 om aan eiser een last onder dwangsom op te leggen vanwege het overtreden van artikel 17 van de Afvalstoffenverordening 2009. Eiser is het niet eens met de last onder dwangsom. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder de last onder dwangsom aan eiser mocht opleggen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de last onder dwangsom aan eiser mocht opleggen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 18 december 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom aan eiser gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het besluit
Achtergrond
3. Verweerder heeft op 4 februari 2020 naar aanleiding van een overtreding van artikel 17 van de Afvalstoffenverordening een last onder dwangsom aan eiser opgelegd die ertoe strekt dat eiser geen ongeadresseerd reclamedrukwerk bezorgt of laat bezorgen op adressen waarvan de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt dergelijke reclamepost niet te willen ontvangen. Op 20 april 2021 heeft verweerder de verbeurde dwangsom ingevorderd bij eiser, omdat eiser twee keer ongeadresseerd reclamedrukwerk van Stichting [naam 1] heeft (laten) bezorgen.
Deze rechtbank heeft met de uitspraak van 21 juli 2023 het beroep van eiser tegen de invordering van de dwangsom ongegrond verklaard.
Besluitvorming
4. Op 22 december 2022 hebben toezichthouders van verweerder geconstateerd dat artikel 17 van de Afvalstoffenverordening is overtreden. Er is ongeadresseerd reclamedrukwerk van Stichting [naam 1] bezorgd op een adres waarvan de bewoner kenbaar heeft gemaakt dergelijke reclamepost niet te willen ontvangen. Verweerder heeft naar aanleiding van de overtreding aan eiser een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom verzonden. Eiser heeft geen zienswijze ingediend.
Op 31 januari 2023 heeft verweerder een last onder dwangsom aan eiser opgelegd omdat eiser artikel 17 van de Afvalstoffenverordening had overtreden. De last onder dwangsom strekt ertoe dat eiser geen ongeadresseerd reclamedrukwerk bezorgt of laat bezorgen op adressen waarvan de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt dergelijke reclamepost niet te willen ontvangen. Indien eiser niet voldoet aan de last zal per overtreding een dwangsom van €1.500,- worden verbeurd met een maximum van €6.000,-. Met het bestreden besluit op het bezwaar van eiser is verweerder bij de last onder dwangsom gebleven. Op de zitting heeft verweerder verder toegelicht dat pas bij de tiende geconstateerde overtreding in 2022 over is gegaan tot het opleggen van een last onder dwangsom. Deze negen eerdere rapporten van de toezichthouders heeft verweerder op de zitting laten zien.
Beoordeling door de rechtbank
De last onder dwangsom
5. Artikel 125 van de Gemeentewet geeft verweerder de bevoegdheid om voor de handhaving van regels een last onder bestuursdwang op te leggen. Verweerder is op grond van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd in plaats daarvan een last onder dwangsom op te leggen. Verweerder is bevoegd een last onder dwangsom op te leggen als er sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift.
Is er sprake van een overtreding?
6. Eiser voert aan dat dat niet is bewezen dat een overtreding is begaan. Uit de waarnemingen van de toezichthouders blijkt alleen dat er een flyer in brievenbussen is aangetroffen, maar niet door wie en wanneer dit gedeponeerd zou zijn. Er is geen daadwerkelijke overtreding waargenomen. Een eenzijdige verklaring van een bewoner over het louter aantreffen van een flyer in de brievenbus is geen deugdelijk bewijs voor de overtreding. Daarnaast voert eiser aan dat de flyer op grond van de Afvalstofferverordening ook geen ongeadresseerd reclamedrukwerk is, omdat de flyer afkomstig is van een niet-commerciële organisatie, namelijk Stichting [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] . De diensten – hardlooptrainingen en andere beweegdiensten – worden aangeboden tegen een kostendekkend tarief en de exploitatieoverschotten moeten worden gebruikt voor de doelstellingen van de stichting.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat ongeadresseerd reclamedrukwerk van Stichting [naam 1] in brievenbussen met een Nee/Nee-sticker is bezorgd. Uit het op ambtsbelofte opgemaakte rapport blijkt dat de toezichthouders van verweerder op 22 december 2022 op huisbezoek zijn geweest bij een melder die ongevraagd reclamedrukwerk in de brievenbus heeft ontvangen. De toezichthouders hebben bij het huisbezoek gecontroleerd of de melder de bewoner was van het adres en zo ja, of er een sticker op de brievenbus was geplakt. Daarnaast hebben de toezichthouders foto’s gemaakt van de brievenbus en van het reclamedrukwerk dat bij de melder is aangetroffen. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het op ambtsbelofte opgemaakte rapport door de toezichthouders. Volgens vaste rechtspraak mag verweerder hier in beginsel ook van uitgaan. Het rapport kan dan ook als onderbouwing van de gestelde overtreding worden gebruikt.
Het verbod voor het verspreiden van een ongeadresseerde drukwerk is niet van toepassing wanneer het drukwerk is van vrijwilligers of een niet-commerciële organisatie. In de verspreide flyer van Stichting [naam 1] worden groepslessen en een podcast om hard te lopen aangeprezen. Deze activiteiten worden aangeboden tegen een betaling of een lidmaatschap. De rechtbank kan verweerder daarom volgen in de conclusie dat de flyer afkomstig is van een commerciële organisatie en dat geen sprake is van uitzondering van het verbod. Het feit dat de flyer afkomstig is van een stichting, maakt dat niet anders. De groepslessen worden tegen betaling van een marktconform tarief door een professionele hardlooptrainer gegeven op een openbare locatie. De hardlooptrainers worden door de Stichting [naam 1] ingehuurd. Dat in de nu geldende Afvalstoffenverordening de tekst van de uitzondering is veranderd, is geen indicatie dat de tekst anders was bedoeld. Het kan immers ook een verduidelijking zijn. De rechtbank is van oordeel dat daarom sprake is van een overtreding van artikel 17 van de Afvalstoffenverordening.
Heeft verweerder eiser terecht aangemerkt als overtreder?
8. Eiser voert aan dat als er sprake is van een overtreding verweerder ten onrechte een last onder dwangsom aan hem heeft opgelegd. De flyer is afkomstig van Stichting [naam 1] . Eiser is bestuurder van Stichting [naam 1] maar kan niet als functioneel dader worden aangemerkt. Er kan niet worden vastgesteld dat de flyer door zijn toedoen in de desbetreffende brievenbus terecht is gekomen. Ook was eiser in de veronderstelling dat geen sprake was van een overtreding omdat Stichting [naam 1] een niet-commerciële organisatie is. Daarnaast is het onzorgvuldig dat verweerder pas in het bestreden besluit naar het functioneel daderschap toe heeft geredeneerd.
9. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 5:1, tweede lid, van de Awb onder overtreder wordt verstaan: degene die de overtreding pleegt of medepleegt. In de regel zal mogen worden aangenomen dat de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen (in dit geval dus het ongeadresseerde reclamedrukwerk) kan worden herleid, ook de overtreder is. Dit geldt echter niet indien diegene aannemelijk maakt dat hij niet degene is geweest die het te handhaven voorschrift heeft geschonden. Volgens vaste rechtspraak is een overtreder niet alleen degene die een wettelijk voorschrift daadwerkelijk schendt door de verboden handeling fysiek te verrichten. Ook kan in bepaalde gevallen degene die de overtreding niet zelf feitelijk begaat, maar aan wie de handeling is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en als overtreder worden aangemerkt.
Artikel 17, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening richt zich niet alleen tot degene die ongewenst reclamedrukwerk bezorgt, maar ook tot degene die ongewenst drukwerk laat bezorgen. Eiser is bestuurder van Stichting [naam 1] en heeft het in zijn macht de overtredingen te voorkomen of daaraan een einde te maken. De stellingen dat eiser de melding van onjuiste bezorging niet kan controleren en dat misschien een buurman de flyer in de brievenbus heeft gedaan, doen hier niet aan af. Dat mogelijk ook anderen als overtreder kunnen worden aangemerkt neemt niet weg dat eiser als bestuurder verantwoordelijk is. Daarnaast kan eiser met de trainers van de loopgroepen en/of de lopers die de flyers verspreiden afspraken maken of ze aanspreken op de onjuiste bezorging. Ook kan eiser een ander systeem bedenken om de flyers te bezorgen. Niet is gebleken dat eiser daartoe een poging heeft ondernomen. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiser terecht als overtreder heeft aangemerkt.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat het bestreden besluit onzorgvuldig is, omdat verweerder dan pas het functioneel daderschap noemt. De aard van de bezwaarschriftenprocedure brengt mee dat het bestuursorgaan een volledige heroverweging maakt en eventuele gebreken kan herstellen. In het primaire besluit heeft verweerder overwogen dat de overtreder degene is tot wie het foutief bezorgd reclamedrukwerk te herleiden is, namelijk eiser en/of zijn bedrijf. Naar aanleiding van de bezwaargronden van eiser heeft verweerder in het bestreden besluit nader gemotiveerd dat eiser overtreder is omdat sprake is van functioneel daderschap.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.E. Swinkels, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Gemeentewet
Artikel 125
Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang.
De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door het college, indien de last dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitvoert.
De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door de burgemeester, indien de last dient tot handhaving van regels welke hij uitvoert.
Een bestuurscommissie bezit de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang en de bevoegdheid tot het geven van een machtiging tot binnentreden van een woning slechts indien ook die bevoegdheid uitdrukkelijk is overgedragen.
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 5:1
In deze wet wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
Onder overtreder wordt verstaan: degene die de overtreding pleegt of medepleegt.
Overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. Artikel 51, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5:32
Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Voor een last onder dwangsom wordt niet gekozen, indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen verzet.
Indien de last onder dwangsom strekt ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens een regeling die is genoemd in hoofdstuk 2, 3 of 4 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak of in de bij deze wet behorende Regeling verlaagd griffierecht, wordt de last onder dwangsom voor de toepassing van de twee laatstgenoemde regelingen aangemerkt als een besluit, genomen op grond van de eerstbedoelde regeling.
Afvalstoffenverordening 2009 (zoals die gold op het moment van de overtreding)
Artikel 17 Ongeadresseerd reclamedrukwerk
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
a. ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of samples die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde:
een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners/gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten;
drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties;
2. Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend bezorgd worden of laten worden bij een woning, bedrijf of woonschip als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan;
3. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een woning, bedrijf of woonschip, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan.
Voetnoten
- ECLI:NL:RBAMS:2023:4610.
- Zie uitspraken van 16 april 2014 met ECLI:NL:RVS:2014:1361 en van 27 september 2017 met ECLI:NL:RVS:2017:2592.
- Artikel 17, eerste lid, onder a, onder ii, van de Afvalstoffenverordening.
- Zie uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 oktober 2008 met ECLI:NL:RVS:2008:BF8999.
- Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH3208.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...