ECLI:NL:RBAMS:2025:5752 Rechtbank Amsterdam , 12-06-2025 / AWB – 20 _ 3262
Het betreft een standaard beroep niet tijdig inzake de waterschapsbelasting. Het beroep niet tijdig is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift en/of de ingebrekestelling heeft overgelegd, noch op andere wijze aannemelijk gemaakt dat deze op de juiste wijze naar verweerder zijn verzonden.
3 min de lecture · 581 mots
Inhoudsindicatie. Het betreft een standaard beroep niet tijdig inzake de waterschapsbelasting. Het beroep niet tijdig is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift en/of de ingebrekestelling heeft overgelegd, noch op andere wijze aannemelijk gemaakt dat deze op de juiste wijze naar verweerder zijn verzonden.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/5380
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
(gemachtigde: mr. D.R. de Vries),
en
het Algemeen bestuur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verweerder.
(gemachtigde: [gemachtigde] )
Procesverloop
Eiser heeft op 16 augustus 2024, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar.
Verweerder heeft een verweerschrift ingestuurd.
Eiser heeft gereageerd op het verweerschrift.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Met een besluit van 30 maart 2024 heeft verweerder eiser een aanslag waterschapsbelasting 2023 opgelegd. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt met een bezwaarschrift van 10 mei 2024. Op 1 juli 2024 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Vervolgens is belanghebbende op 16 augustus 2024 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Verweerder stelt, bij verweerschrift van 10 oktober 2024, zowel de ingebrekestelling als het bezwaarschrift niet te hebben ontvangen.
4. De rechtbank overweegt dat uit vaste rechtspraak volgt dat als een geadresseerde stelt dat hij een niet aangetekend verzonden brief niet heeft ontvangen, het in beginsel aan de verzender is om aannemelijk te maken dat en wanneer de brief is verzonden. Eiser stelt dat hij het bezwaarschrift van 10 mei 2024 alsmede de ingebrekestelling van 1 juli 2024 per e-mail heeft verstuurd naar [email protected]. Ter onderbouwing hiervan heeft eiser een print van de verzendingen ingebracht. Uit de verzendprint kan de rechtbank opmaken dat op zowel 10 mei 2024 als 1 juli 2024 een e-mail is verzonden. Uit de print blijkt niet dat deze e-mails naar het officiële e-mailadres van verweerder zijn verzonden. Eiser heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat het bezwaarschrift van 10 mei 2024 alsmede de ingebrekestelling van 1 juli 2024 daadwerkelijk naar verweerder zijn verzonden Eiser heeft ook geen ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift en/of de ingebrekestelling overgelegd, noch op andere wijze aannemelijk gemaakt dat deze e-mails zijn verzonden.
5.Gezien het bovenstaande is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen niet tijdig beslissen, omdat onder andere de ingebrekestelling ontbreekt. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Speksnijder, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Ruijgrok griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Voetnoten
- Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
- Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...