ECLI:NL:RBDHA:2018:11946 Rechtbank Den Haag , 05-10-2018 / AWB – 18 _ 5874
vovo buiten zitting, geen sprake van een besluit
4 min de lecture · 840 mots
Inhoudsindicatie. vovo buiten zitting, geen sprake van een besluit
Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 18/5874
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 oktober 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van
[verzoekster] N.V., te [vestigingsplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. B. Jongmans),
tegen
de raad van bestuur van de kansspelautoriteit, verweerder.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
2. Verweerder heeft verzoekster bij brief van 14 augustus 2018 toegang gegeven tot het rapportdossier, behorende bij (een) vermoedelijke overtreding(en) van de Wet op de kansspelen (Wok)en opgemerkt dat het bestuurlijke rapport met betrekking tot deze vermoedelijke overtreding(en) binnenkort zal worden toegezonden. Verweerder heeft verzoekster daarbij verzocht om vóór 29 augustus 2018 door te geven welke gegevens in het rapportdossier volgens haar als vertrouwelijk voor derden aangemerkt moeten worden. Dit in het kader van het inzagerecht zoals geregeld in artikel 7:4, tweede lid, van de Awb.
Verzoekster heeft tegen deze brief op 28 augustus 2018 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter daarnaast gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter heeft verzoekster, nadat het niet lukte om telefonisch contact te krijgen, bij brief van 10 september 2018 in de gelegenheid gesteld te onderbouwen waarom de brief van 14 augustus 2018 aangemerkt dient te worden als een voor bezwaar vatbaar besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
4. Verzoekster heeft bij brief van 17 september 2018 aangegeven dat verweerders brief van 14 augustus 2018 een schriftelijke beslissing in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is. Deze brief bevat een mededeling die voor verzoekster rechtsgevolg heeft, aangezien er consequenties verbonden zijn aan het wanneer en op welke wijze verzoekster reageert op de vertrouwelijkheidstoets. Verzoekster kan in deze fase onmogelijk voldoen aan deze vertrouwelijkheidstoets, aangezien zij nog steeds geen bestuurlijk rapport heeft ontvangen, ook niet in concept. Omdat de brief van 14 augustus 2018 per gewone post naar Curaçao is verzonden beschikte verzoekster pas enkele dagen voor de in de brief genoemde deadline over de stukken.
Verzoekster is van mening dat het vrijgeven van informatie over derde partijen in het dossier, een schending van de privacy rechten van verzoekster en die derde partijen oplevert.
5. Verweerder heeft bij brief van 24 september 2018 een reactie gegeven op verzoeksters standpunt en zich daarbij – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
6. In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is bepaald dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Van een rechtshandeling is sprake indien er een verandering optreedt in de bestaande rechten, verplichtingen of bevoegdheden of wanneer het bestaan van rechten, verplichtingen of bevoegdheden bindend wordt vastgesteld.
Op grond van artikel 7:1 in samenhang met artikel 8:1 van de Awb kan alleen bezwaar (en beroep) worden gemaakt tegen een besluit.
7. De voorzieningenrechter volgt verweerder in zijn standpunt dat geen sprake is van een voor bezwaar vatbaar besluit nu de brief niet is gericht op enig rechtsgevolg en geen verandering brengt in de rechten en verplichtingen van verzoekster.
Verzoekster wordt in de brief van 14 augustus 2018 als vermoedelijke overtreder slechts in de gelegenheid gesteld om ten aanzien van de gegevens in het rapportdossier (behorende bij het bestuurlijke rapport opgemaakt naar aanleiding van een vermoedelijke overtreding van de Wok) aan te geven welke van deze gegevens als vertrouwelijk moeten worden aangemerkt. Dit in het kader van de in artikel 7:4, zesde, zevende en achtste lid, van de Awb gegeven uitzonderingsmogelijkheid op het in lid 2 van voornoemd artikel geregeld inzagerecht.
8. Het verzoek is gelet op het vorenstaande kennelijk niet-ontvankelijk.
9. Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten, is de voorzieningenrechter niet gebleken.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
5 oktober 2018.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...