ECLI:NL:RBDHA:2025:17837 Rechtbank Den Haag , 26-09-2025 / NL25.33755
asiel, geloofwaardigheid, Eritrea, dienstplicht, ongegrond.
6 min de lecture · 1 256 mots
Inhoudsindicatie. asiel, geloofwaardigheid, Eritrea, dienstplicht, ongegrond.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33755
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 september 2025 in de zaak tussen
[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. K.P.E. van Tulden),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. L.J.M. Rog).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft het niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres bij terugkeer naar Eritrea in dienstplicht moet. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft, gelet op de loopbrief, op 18 mei 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 juli 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 29 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij is van Eritrese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1970. Eiseres heeft verklaard dat zij heeft gewerkt als arts-assistent. In 2018 heeft zij een uitreisvisum gekregen en is naar Soedan gegaan voor een medische behandeling. Om een uitreisvisum te krijgen moesten drie personen voor eiseres garant staan. Van juni 2018 tot november 2020 heeft zij in Soedan verbleven. Vervolgens is eiseres naar Oeganda gegaan, waar zij van november 2020 tot september 2022 heeft verbleven. Bij terugkeer naar Eritrea vreest eiseres opnieuw de dienstplicht te moeten vervullen. Ook vreest zij voor vervolging door de Eritrese autoriteiten, omdat zij langer dan drie maanden buiten Eritrea heeft verbleven. Zij zal worden gezien als verrader en een gevangenisstraf krijgen.
Het bestreden besluit
4. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over haar identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. Dat eiseres bij terugkeer naar Eritrea in dienstplicht moet acht de minister niet geloofwaardig. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Heeft de minister ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres in dienstplicht moet bij terugkeer naar Eritrea?
5. Eiseres betoogt dat de minister ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht dat eiseres in dienstplicht moet bij terugkeer naar Eritrea. Zij heeft een kopie van het document omtrent de dienstplicht en een vertaling daarvan overgelegd. Het is niet gelukt om aan het originele document te komen. Daarnaast is eiseres van mening dat haar niet verweten kan worden dat zij geen documenten heeft kunnen overleggen die zien op haar uitreis en verblijf in Soedan. Eiseres is van mening dat zij voldoende verklaringen over het verlies van haar paspoort en haar uitreis uit Soedan heeft afgelegd en dat deze verklaringen geloofwaardig geacht moeten worden. Ook heeft eiseres een kopie overgelegd van een document van het ziekenhuis in Khartoum om haar verblijf in Soedan te onderbouwen. Daarnaast heeft zij haar (Nederlandse) medisch dossier overgelegd, waaruit blijkt welke medische problemen zij heeft en waarvoor zij behandeld is in Soedan. Verder stelt eiseres dat zij sinds 2010 niet meer werkzaam is geweest vanwege haar zwangerschap, vervolgens vanwege ziekte en uiteindelijk vanwege het overlijden van haar kind. Omdat zij echter nooit volledig is afgezwaaid, vreest eiseres bij terugkeer weer in de belangstelling te komen van de Eritrese autoriteiten en vreest zij weer in dienstplicht te moeten. Ook vreest zij bij terugkeer naar Eritrea gestraft te worden vanwege het feit dat zij zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van het uitreisvisum. Tot slot betoogt eiseres dat zij niet inconsistent heeft verklaard over de garantstellers. De garantstellers gaven destijds aan dat zij wel wat vragen hadden gehad, maar nog niet echt problemen hadden ondervonden. Hierna heeft eiseres lange tijd geen contact met hen gehad en zij kan dus ook niet aangeven of de garantstellers problemen hebben ondervonden. Ook haar zoon is inmiddels gevlucht en kan dus ook niet aangeven of de garantstellers problemen hebben ondervonden.
De beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Eritrea in dienstplicht moet. Eiseres heeft geen originele documenten overgelegd waaruit blijkt dat zij eerder in dienstplicht heeft gezeten. De minister heeft daarnaast terecht tegengeworpen dat eiseres geen uitreisvisum heeft overgelegd. Het valt dus niet te controleren voor welke periode het uitreisvisum afgegeven zou zijn en of eiseres die termijn overschreden heeft. Voor wat betreft het medisch dossier stelt de minister zich terecht op het standpunt dat de omstandigheid dat eiseres nu medische klachten heeft, niet betekent dat zij destijds ook met medische klachten kampte en daarvoor naar Soedan is afgereisd. Daarnaast vormen de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zij heeft verklaard dat zij tot 2010 heeft gewerkt en vervolgens pas in 2018 is vertrokken. In de tussentijd heeft zij geen problemen gehad vanwege de dienstplicht. De minister heeft hierbij terecht gewezen op de vertaling van de kopie van het document omtrent de dienstplicht, waarin staat dat het gaat om een getuigschrift voor veteranen. De minister heeft eiseres terecht tegengeworpen dat dit blijk geeft van tegenstrijdigheid in haar verklaringen over dat zij niet is afgezwaaid. Hier komt nog bij dat de omstandigheid dat eiseres legaal heeft kunnen uitreizen met haar paspoort erop duidt dat zij een definitieve vrijstelling heeft gekregen voor de dienstplicht. Uit landeninformatie blijkt namelijk dat Eritrea een streng uitreisbeleid heeft en het enkel in uitzonderlijk gevallen mogelijk is om het land legaal te verlaten. Ook heeft eiseres zelf verklaard dat een uitreisvisum alleen verkregen kan worden wanneer men is afgezwaaid. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiseres inconsistent en vaag heeft verklaard over het contact met de garantstellers. Eiseres kan niet verklaren of de garantstellers gevaar liepen. Zij heeft hierover alleen vermoedens. Ook heeft eiseres geen verdere moeite gedaan om te achterhalen of haar garantstellers nog in de problemen zijn gekomen vanwege haar uitreis.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres in stand blijft. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer – Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Vreemdelingenwet 2000
- Algemeen ambtsbericht Eritrea december 2023, p. 19 e.v.
- Verslag nader gehoor, p. 7.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...