ECLI:NL:RBDHA:2025:21390 Rechtbank Den Haag , 07-05-2025 / NL25.15903
Dublin België, beroep gegrond
5 min de lecture · 886 mots
Inhoudsindicatie. Dublin België, beroep gegrond
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.15903
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. I. Mercanoglu),
en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 maart 2025 de aanvraag niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J. Uwimana als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij België een verzoek om overname gedaan. België heeft dit verzoek aanvaard.
1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening
5. Eiser stelt dat de minister heeft nagelaten om een individuele en zorgvuldige beoordeling te verrichten van de bijzondere persoonlijke omstandigheden van eiser en niet heeft gemotiveerd, waarom hij in die omstandigheden geen aanleiding heeft gezien de aanvraag aan zich te trekken. Eiser is een homoseksuele man afkomstig uit Uganda. Tijdens het gehoor heeft hij verklaard dat hij zich in Nederland veilig voelt, hier steun ontvangt van een homobelangenorganisatie en actief is binnen de LHBTI-gemeenschap. In België heeft eiser geen netwerk en geen opvang, en was hij slechts zeer kort aanwezig als doorreiziger. Overdracht aan België zou voor eiser leiden tot een sociaal en psychisch kwetsbare situatie, zonder enige waarborg voor bescherming of begeleiding. Tijdens de zitting heeft eiser naar voren gebracht dat hij niet betwist dat ten aanzien van België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, maar dat de minister in de genoemde omstandigheden aanleiding had moeten zien om gebruik te maken van zijn bevoegdheid als opgenomen in artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
6. De minister trekt een asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening alleen onverplicht aan zich indien sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht aan de andere lidstaat van onevenredige hardheid getuigt.
7. De rechtbank oordeelt als volgt. De minister heeft voldoende gemotiveerd waarom eisers positie als homoseksuele man de verantwoordelijkheid van België niet wegneemt. De minister heeft namelijk terecht overwogen dat nergens uit blijkt dat er in België met betrekking tot de seksuele geaardheid van een asielzoeker enig onderscheid wordt gemaakt als het gaat om de toegang tot de opvangvoorzieningen en de asielprocedure. Eiser heeft dit verder ook niet betwist. Eiser heeft enkel verklaard over de problemen vanwege zijn geaardheid in Uganda. Ten aanzien van zijn bezoek aan een homo-belangenorganisatie in Den Haag, zijn connecties aldaar en zijn opgebouwde netwerk in Nederland, heeft de minister er terecht op gewezen dat eiser zich in België ook kan aansluiten bij een belangenorganisatie en aldaar connecties en een netwerk kan opbouwen. Eiser heeft ook dit niet bestreden. Het is daarom niet gebleken dat eiser terechtkomt in een sociaal en psychisch kwetsbare situatie na overdracht aan België en dat zijn situatie een bijzondere individuele omstandigheid is die maakt dat de overdracht van onevenredige hardheid getuigd. De door eiser aangehaalde omstandigheden leiden niet tot de conclusie dat de minister toepassing had moeten geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Het besluit is verder voldoende zorgvuldig tot stand gekomen en voldoende gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en geen vergoeding van zijn proceskosten krijgt.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van K.L.H. Thomas, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 mei 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...