ECLI:NL:RBDHA:2025:21936 Rechtbank Den Haag , 11-07-2025 / C/09/677418 / FA RK 24-9024
Echtscheiding. Wagonstelsel van toepassing op afwikkeling huwelijksvermogen: eerst Marokkaans recht, daarna Nederlands recht.
6 min de lecture · 1 211 mots
Inhoudsindicatie. Echtscheiding. Wagonstelsel van toepassing op afwikkeling huwelijksvermogen: eerst Marokkaans recht, daarna Nederlands recht.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9024
Zaaknummer: C/09/677418
Datum beschikking: 11 juli 2025
Scheiding
Beschikking op het op 16 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw]
,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Alkilic te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man]
,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, maar feitelijk gedetineerd op een onbekende plek in Frankrijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
– het verzoekschrift;
– het exploot van betekening van dit verzoekschrift;
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in raadkamer hun mening kenbaar gemaakt.
Verzoek
Het verzoek strekt tot echtscheiding en het treffen van nevenvoorzieningen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Feiten
Partijen zijn gehuwd op [dag] 1999 te [plaats 1] .
Zij zijn de ouders van de volgende, nog minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] ;
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
De kinderen verblijven bij de vrouw.
Partijen hebben beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
Beoordeling
I. Echtscheiding
De vrouw heeft verzocht om de echtscheiding tussen de man en de vrouw uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft geen verweer gevoerd.
Nu de laatste gezamenlijke gewone verblijfplaats van partijen in Nederland ligt, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 BW is Nederlands recht op het verzoek van toepassing.
Ontvankelijkheid (ouderschapsplan)
Op grond van artikel 815 tweede lid Rv moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval voldoende aannemelijk geworden dat partijen niet in staat zijn om tot een gezamenlijk opgesteld en ondertekend ouderschapsplan te komen. Gelet hierop zal de rechtbank voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815 tweede lid Rv. De rechtbank zal daarom de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
Het verzoek tot echtscheiding zal als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
De vrouw heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij haar te bepalen. Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats.
De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu ook niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet.
Huurrecht
De vrouw heeft het huurrecht van de echtelijke woning verzocht. De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de woning als niet weer sproken en op de wet gegrond toewijzen.
Afwikkeling huwelijksvermogensregime
De vrouw heeft verzocht om de verdeling van de gemeenschap van goederen aldus te bepalen dat aan ieder van partijen de inboedelgoederen worden toegedeeld die hij of zij onder zich heeft, zonder nadere verrekening en dat aan ieder van partijen de saldi van de bank- en spaarrekeningen die op zijn of haar naam staat, worden toegedeeld, zonder nadere verrekening.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensregime van de man en de vrouw.
Voor wat betreft het toepasselijk recht is het volgende van belang. Partijen zijn gehuwd in 1999, zodat het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 (HHV 1978) van toepassing is. Niet gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. Partijen hebben na hun huwelijk hun eerste gewone verblijfplaats in Nederland gevestigd. Zij hadden echter bij de huwelijksvoltrekking de nationaliteit van Marokko gemeenschappelijk in de zin van artikel 15 lid 1 HHV 1978. In dit geval is er daarom sprake van de uitzondering zoals genoemd in het tweede lid, sub a van artikel 4 van het Verdrag. Marokko is namelijk geen partij bij het Verdrag en een zogenoemd nationaliteitsland. Daarnaast heeft Nederland de in artikel 5 van het Verdrag bedoelde verklaring afgelegd. Hieruit volgt dat het huwelijksvermogensregime van partijen vanaf de datum van de huwelijksvoltrekking wordt beheerst door Marokkaans recht. Op grond van artikel 7 aanhef en lid 2 HHV 1978 is vervolgens vanaf 3 mei 2009 het Nederlands recht van toepassing geworden op het huwelijksvermogensregime van partijen, omdat zij vanaf dat moment tien jaar hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden.
Nu niet is gebleken dat er vermogensbestanddelen zijn die dateren van vóór 3 mei 2009, zal de rechtbank in het navolgende het Nederlands recht als uitgangspunt nemen.
Gemeenschap van goederen
Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot de vaststelling van de verdeling als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [dag] 1999 te [plaats 1] ;
bepaalt dat de minderjarigen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] ;
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte te ( [postcode] ) [plaats 2] , aan de [adres] ;
stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
aan de man worden toegedeeld:
de inboedelgoederen die hij onder zich heeft, een en ander zonder nadere verrekening;
de saldi van de bankrekening(en) die op zijn naam zijn gesteld, een en ander zonder nadere verrekening;
aan de vrouw worden toegedeeld:
de inboedelgoederen die zij onder zich heeft, een en ander zonder nadere verrekening;
de saldi van de bankrekening(en) die op haar naam zijn gesteld, een en ander zonder nadere verrekening;
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 11 juli 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...