ECLI:NL:RBDHA:2025:21952 Rechtbank Den Haag , 18-11-2025 / NL25.37004

Geloofwaardigheid, LHBTIQ+ Uganda, identiteitsgroei, beroep gegrond.

Source officielle

14 min de lecture 2 908 mots

Inhoudsindicatie. Geloofwaardigheid, LHBTIQ+ Uganda, identiteitsgroei, beroep gegrond.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.37004

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J.W. Immink).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de gestelde seksuele geaardheid van eiseres ongeloofwaardig is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 7 oktober 2024 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 4 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 6 oktober 2025 op zitting behandeld samen met zaak NL25.37005. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres heeft de Ugandese nationaliteit. Zij heeft in haar eerste asielprocedure naar voren gebracht dat zij homoseksueel is, maar de minister heeft haar geaardheid ongeloofwaardig geacht. Aan haar opvolgende asielaanvraag heeft eiseres ook ten grondslag gelegd dat zij homoseksueel is: zij stelt dat zij sinds haar eerste asielprocedure een identiteitsgroei heeft doorgemaakt. Eiseres kan naar eigen zeggen beter over haar gevoelens praten dan tijdens haar vorige procedure. Daarbij heeft ook geholpen dat eiseres lid is van een LHBTIQ+-gemeenschap en dat zij deelneemt aan activiteiten. Verder wijst eiseres op de relatie met haar vriendin. Naar eigen zeggen kan eiseres beter over haar gevoelens praten omdat zij inmiddels een tijd in Nederland is haar gevoelens meer met anderen deelt. Eiseres heeft hierdoor naar eigen zeggen meer zelfvertrouwen gekregen. Eiseres heeft ter onderbouwing de volgende documenten overgelegd:

Een gespreksverslag met [persoon A] van Artikel 1;

Een brief van vrienden van de Joodse gemeenschap Utrecht;

Een brief van [persoon B] (de partner van eiseres);

Een brief van [persoon C] (een lotsgenoot);

Een brief van [persoon D] (een vriend van eiseres en haar partner);

Een brief van [persoon E] (een vriendin van eiseres);

Pasjes van het COC en foto’s van eiseres met [persoon B].

Standpunt minister eerdere procedure

4. Eiseres heeft aan haar eerste asielaanvraag van 15 september 2020 ten grondslag gelegd dat zij homoseksueel is, dat zij is betrapt met een andere vrouw door buurtbewoners en haar ex-man, dat zij in een politiecel heeft gezeten en dat zij bang is voor haar ex-echtgenoot, haar familie en de gemeenschap. De minister heeft de gestelde homoseksuele geaardheid van eiseres in de eerste asielprocedure ongeloofwaardig geacht omdat eiseres summier en oppervlakkig, inconsistent en tegenstrijdig heeft verklaard. Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 11 september 2023 staat de afwijzing van eiseres haar eerst asielaanvraag in rechte vast.

Standpunt minister huidige asielprocedure

5. Eiseres heeft op 7 oktober 2024 haar tweede asielaanvraag gedaan. In de tweede asielprocedure heeft de minister wederom niet geloofwaardig geacht dat eiseres homoseksueel is en dat zij sinds haar eerste asielprocedure een identiteitsgroei heeft doorgemaakt. De minister heeft haar opvolgende aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het bestreden besluit

6. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

Identiteit, nationaliteit en herkomst;

Identiteitsgroei ten aanzien van de lesbische geaardheid van eiseres.

De minister vindt niet geloofwaardig dat eiseres homoseksueel is en dat zij ten aanzien van haar geaardheid identiteitsgroei heeft doorgemaakt. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat eiseres geen documenten heeft overgelegd die haar relaas geheel onderbouwen. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat eiseres niet samenhangend en consistent en dus niet geloofwaardig heeft verklaard over haar gestelde identiteitsgroei.

Beoordelingskader

7. Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat een vreemdeling zelden overtuigend bewijs kan leveren van zijn seksuele gerichtheid. Naar zijn aard leent een seksuele gerichtheid als asielmotief, net als een bekering, zich ook minder voor bewijsvoering: het gaat immers om wat iemand innerlijk voelt, denkt of gelooft. Meer nog dan bij andere asielmotieven, zijn de eigen verklaringen van een vreemdeling die een seksuele gerichtheid als asielmotief naar voren brengt dan ook van wezenlijk belang. Het is daarom aan de vreemdeling om vooral aan de hand van zijn verklaringen zijn gestelde seksuele gerichtheid aannemelijk te maken. Hij is immers als geen ander in staat inzicht te bieden in wat hij innerlijk denkt of voelt.

Deze uitgangspunten zijn weerspiegeld in Werkinstructie (WI) 2019/17 ‘Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd’.
Is er sprake van identiteitsgroei?
8. De term ‘identiteitsgroei’ als zodanig is geen juridische term waaraan wordt getoetst. De term komt ook niet voor in WI 2019/17. Hoewel logisch is dat de minister in het verlengde van geloofszaken bij deze term aansluit is de vraag die de rechtbank moet beantwoorden niet of sprake is van identiteitsgroei, maar of de minister een deugdelijke geloofwaardigheidsbeoordeling heeft verricht. Daarbij dient de vraag beantwoord te worden of de minister de lesbische geaardheid van eiseres niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Dit betekent dat de rechtbank de vraag of sprake is van identiteitsgroei slechts indirect relevant vindt en niet zal beantwoorden.

Heeft de minister een deugdelijke geloofwaardigheidsbeoordeling uitgevoerd?

9. Niet in geschil is dat eiseres haar verklaringen over haar seksuele geaardheid niet heeft onderbouwd met (objectieve) documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000. Hierin staat de voorwaarde dat de verklaringen van de vreemdeling samenhangend en aannemelijk zijn bevonden. Volgens de minister is dit niet het geval.

De minister stelt zich, in de kern, op het standpunt dat louter de continuïteit van de activiteiten, contacten en verklaringen van eiseres over haar gestelde geaardheid onvoldoende zijn om identiteitsgroei aan te nemen ten opzichte van eiseres haar eerdere procedure. Het proces van de gestelde groei in geaardheid blijft volgens de minister vaag. Eiseres kan volgens de minister niet duidelijk verklaren waarom zij eerst bang was om over haar geaardheid te praten en waarom die angst in 2023 is verdwenen. Ook maakt zij volgens de minister niet aannemelijk hoe de activiteiten bij de LHBTIQ+-organisaties en de relatie met [persoon B] hebben bijgedragen aan de groei in haar geaardheid. Deze bestonden immers ook al tijdens de eerste procedure. Weliswaar kunnen de verklaringen van haar vriendin [persoon B], andere vrienden en foto’s een indicatief bewijs vormen voor de geaardheid van eiseres, maar hieruit blijkt volgens de minister niet dat eiseres zich heeft ontwikkeld in haar geaardheid en op welke manier dit is gebeurd.
10. Eiseres is het hier niet mee eens en betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de identiteitsgroei van eiseres ongeloofwaardig is. Zij betoogt dat de minister ten onrechte heeft overwogen dat eiseres haar identiteitsgroei alleen baseert op omstandigheden waarvan ook al sprake was ten tijde van haar eerdere procedure. Eiseres wijst erop dat er ook verklaringen van derden zijn overgelegd die ten dele objectieve waarnemingen bevatten over eiseres en haar relaas. Verder betoogt eiseres dat identiteitsgroei wel degelijk kan voortvloeien uit voortzetting van activiteiten en relaties waar ook tijdens de vorige procedure van eiseres al sprake van was. Eiseres wijst op haar relatie met [persoon B] en op het feit dat zij nog steeds deelneemt aan bijeenkomsten van LHBTIQ+-organisaties. Zij wijst er verder op dat sinds haar eerste aanvraag meer dan vier jaar zijn verstreken en dat zich een langzaam proces van identiteitsgroei voordoet, hetgeen de minister ten onrechte niet heeft onderkend. Eiseres heeft naar eigen zeggen in deze procedure verklaard een trotse lesbische vrouw te zijn terwijl dergelijke uitlatingen in haar vorige procedure door eiseres niet zijn gedaan. Eiseres vindt tot slot niet dat zij niet vaag, oppervlakkig en onpersoonlijk heeft verklaard over haar ervaringen en relatie met [persoon B].

11. De rechtbank kan de minister volgen in zijn standpunt dat de verklaringen van eiseres over de activiteiten die zij heeft ontplooid in de LHBTIQ+-scene op zichzelf beschouwd niet of nauwelijks afwijken van wat zij daarover in haar eerste procedure heeft verklaard, nu zij heeft verklaard dat zij nog steeds naar bijeenkomsten van het COC gaat. Eiseres heeft ook nog dezelfde vriendin als tijdens de vorige procedure. Eiseres heeft dit als zodanig ook niet betwist. De rechtbank volgt de minister echter niet in zijn standpunt dat eiseres vaag heeft verklaard over haar proces van identiteitsgroei.

De rechtbank is het met eiseres eens dat de minister niet heeft onderkend dat zij duidelijk en bovendien op eigen initiatief heeft verklaard dat sprake was van een jarenlang proces waardoor zij zich vrijer is gaan voelen om te spreken over haar seksuele geaardheid en deze in het openbaar te uiten (de gestelde identiteitsgroei). De minister heeft ten aanzien van de door eiseres ontplooide activiteiten en haar contacten veel nadruk gelegd op het feit dat deze qua aard niet verschillen van de activiteiten en contacten van eiseres in haar eerdere procedure en daarbij ten onrechte van eiseres verwacht dat zij daarin een ‘omslagpunt’ had moeten kunnen aanwijzen in de vorm van een bepaalde (soort) gebeurtenis, bijeenkomst of gastspreker. Eiseres heeft – kort samengevat – verklaard dat het volgen van bijeenkomsten bij LHBTIQ+-organisaties en het contact met lotgenoten en haar vriendin er geleidelijk, gedurende de jaren dat zij aan die activiteiten deelnam en de relatie duurde, voor zorgde dat zij meer zelfvertrouwen kreeg en minder angst voelde. Eiseres heeft over de bijeenkomsten bijvoorbeeld verklaard:

‘Het was een proces. Het begon langzaam. Ik ging een beetje over mijzelf praten en mijn verhaal delen en over mijn vriendin vertellen. Het is niet iets wat op een dag gebeurde. Het is een proces geweest. Ik begon in mijzelf te geloven en trots op mijzelf te zijn.’

En:

‘Wat specifiek uit de bijeenkomsten heeft ertoe bijgedragen dat u dit durft? Niet de bijeenkomst in het algemeen, maar wat gebeurde er tijdens de bijeenkomsten waardoor u uw geaardheid wel durft te laten zien?

Dat kwam door het delen van ervaringen met elkaar. Daar waren ook mensen met dezelfde achtergrond als ik. Bijvoorbeeld uit Uganda. Ook mensen uit andere landen bijvoorbeeld Irak en Iran. Die vertelden dat ze allemaal bang waren om over hun geaardheid te praten. Maar later konden ze dat wel doen omdat ze wisten dat ze vrij waren. Dat gaf mij de moed om ook over mijzelf te vertellen. Ik wist dat niemand mij zou aanvallen of pijn doen. Ik begon in mijzelf te geloven dat ik vrij ben.’

De rechtbank volgt de minister dan ook niet in zijn standpunt dat uit de verklaringen van eiseres niet zou blijken dat eiseres een proces heeft doorlopen, en hoe dat proces er dan uit zou hebben gezien. Uit het relaas van eiser maakt de rechtbank in tegenstelling tot de minister op dat het tijdsverloop, de andere omgeving waarin eiseres nu verkeert en het vertellen van haar verhaal hebben geleid tot innerlijke verbreding, meer zelfvertrouwen en minder angst. De rechtbank ziet niet in wat de minister verder nog van eiseres had willen weten. Dat eiseres niet een specifieke bijeenkomst, spreker of een concreet tijdstip van realisatie kan noemen maakt zoals gezegd niet dat niet blijkt dat eiseres geen proces heeft doorgelopen.

De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende draagkrachtig heeft gemotiveerd dat eiseres vaag en oppervlakkig verklaart over haar relatie met [persoon B] en de betekenis van die relatie voor haar persoonlijk. De rechtbank volgt de minister niet in zijn standpunt dat vaag blijft hoe de relatie van eiseres met [persoon B] ervoor heeft gezorgd dat zij naar eigen zeggen meer groei heeft gezien in haar gestelde lesbische geaardheid. Daartoe acht de rechtbank het volgende van belang.

De minister heeft niet onderkend dat eiseres wel degelijk veel heeft verklaard over [persoon B]. De verklaringen van eiseres over [persoon B] beslaan drie pagina’s uit het gehoor opvolgende aanvraag en zijn uitgebreid; zeker met inachtneming van de vragen die door de hoormedewerker worden gesteld. Zo verklaart eiseres welke activiteiten ze samen ondernemen, maar ook hoe [persoon B] haar aanmoedigt om haar geaardheid in het openbaar te uiten door haar aan te moedigen zich uit te spreken bij COC-bijeenkomsten en deel te nemen aan de pride. Daarnaast verklaart eiseres dat de relatie zich in de afgelopen vier jaar heeft ontwikkeld en dat zij zich, mede door de duur van de relatie, veilig voelt bij [persoon B] en hierdoor in het openbaar haar geaardheid durft te tonen. Ook beschrijft zij waar ze ruzie over hebben en hoe ze dit oplossen. Met de enkele vaststelling dat eiseres bepaalde generieke termen gebruikt om [persoon B] te beschrijven zoals ‘lief’ en aardig heeft de minister, gelet op het voorgaande, onvoldoende gemotiveerd dat eiseres er niet in is geslaagd om [persoon B] op authentieke en persoonlijke wijze te beschrijven. Eiseres heeft er bovendien op gewezen dat zij al heel lang relatie heeft met [persoon B].

Ten aanzien van de verklaring van [persoon B], de vrienden van eiseres, de foto’s en het lidmaatschap van het COC stelt de rechtbank vast dat de minister enkel heeft beoordeeld of uit deze documenten blijkt of eiseres zich heeft ontwikkeld in haar geaardheid. Of deze indicatief bewijs vormen van de seksuele geaardheid van eiseres heeft de minister niet kenbaar betrokken in de geloofwaardigheidsbeoordeling. Dit terwijl in het voornemen wel genoemd wordt dat dit wel degelijk het geval kan zijn. Zoals gezegd is identiteitsgroei echter niet het criterium dat de minister moet toetsen. Het is aan de minister om, alles in samenhang bezien, te beoordelen of de verklaringen eiseres leiden tot geloofwaardigheid van haar gestelde seksuele geaardheid. In dit kader komt aan bestendigheid van de relatie met [persoon B], aan haar lidmaatschap van het COC en de duur van de door haar ontplooide activiteiten een op zichzelf staande betekenis toe. De minister heeft ook dit in de geloofwaardigheidsbeoordeling miskend.

12. De rechtbank komt dan tot het oordeel dat de geloofwaardigheidsbeoordeling verschillende motiveringsgebreken kent.

Conclusie en gevolgen

13. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is gegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank draagt de minister op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiseres. De rechtbank sluit voor de termijn aan bij de rechtspraak van de Afdeling van 8 juli 2020 over het niet tijdig nemen van besluiten op asielaanvragen en het daarin toegepaste zogenoemde 8+8-wekenmodel. Omdat er al een gehoor opvolgende aanvraag heeft plaatsgevonden en het niet voor de hand ligt dat eiseres opnieuw moet worden gehoord, komen de eerste acht weken van het 8+8-wekenmodel te vervallen. De rechtbank stelt daarom een termijn van acht weken na de dag van de verzending van deze uitspraak voor het nemen van een nieuw besluit.

Omdat het beroep gegrond is, ziet de rechtbank aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van eiser in de beroepsprocedure. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde van eiseres heeft een beroepschrift ingediend en is verschenen op de zitting. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.

Beslissing

De rechtbank:

– verklaart het beroep gegrond;

– vernietigt het bestreden besluit;

– draagt de minister op om binnen acht weken na verzending van deze uitspraak opnieuw op de opvolgende asielaanvraag van eiser te beslissen met inachtneming van deze uitspraak;

– veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Zaaknummer 202305414/2/V2.
  2. Artikel 30b, eerste lid onder g Vw2000.
  3. De minister verwijst naar artikel 31, zesde lid onder c van de Vw 2000.
  4. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1754.
  5. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 5.
  6. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 13.
  7. Gehoor opvolgende aanvraag, p. 8 en 9.
  8. Gehoor opvolgende aanvraag, p. 9
  9. Idem, p. 10.
  10. ECLI:NL:RVS:2020:1560.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.