ECLI:NL:RBGEL:2025:3179 Rechtbank Gelderland , 07-02-2025 / 05.344892.24; 05.206785.24 (gev. ttz.) + 96.057415.22 (tul) + 96.226718.18 (tul)
De rechtbank veroordeelt een 36-jarige man onder meer voor het dealen in en het voorhanden hebben van cocaïne tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden.
18 min de lecture · 3 846 mots
Inhoudsindicatie. De rechtbank veroordeelt een 36-jarige man onder meer voor het dealen in en het voorhanden hebben van cocaïne tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden.
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.344892.24; 05.206785.24 (gev. ttz.) + 96.057415.22 (tul) + 96.226718.18 (tul)
Datum uitspraak : 7 februari 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [plaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Hierna: de verdachte of [verdachte] .
Raadsman: mr. A.W. Syrier, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
onder parketnummer 05.344892.24
1.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2023 tot en met 29 oktober 2024 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten
-op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2023 tot en met 23 februari 2024 te [plaats] opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of aan [getuige 3] een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de
bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
en/of
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 maart 2024 tot en met 29 oktober 2024 te [plaats] opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [getuige 1] en/of aan [getuige 4] en/of aan [getuige 2] en/of aan [getuige 3]
een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, opzettelijk
aanwezig heeft gehad (ongeveer 31 wikkels met daarin) (in totaal) ongeveer 15 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te [plaats] , in ieder geval in Nederland munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 kogelpatroon, merk G.F.L. Luger van het kaliber 9mm voorhanden heeft gehad;
onder parketnummer 05.206785.24
hij op of omstreeks 19 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk
aanwezig heeft gehad ongeveer 4,22 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Parketnummer 05.344892.24
Feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele ten laste gelegde periode (van 1 juli 2023 tot en met 23 februari 2024 en van 7 maart 2024 tot en met 29 oktober 2024) wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van dealen in cocaïne in 2023. De getuigen hebben namelijk geen duidelijke verklaring afgegeven voor zover het de langere ten laste gelegde periode betreft.
Beoordeling door de rechtbank
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij rond de zomer van 2023 elke week cocaïne heeft
gekocht bij [verdachte] en dat hij rond april 2024 tot en met september 2024 ongeveer één keer per maand cocaïne kocht bij [verdachte] . [verdachte] woonde aan de [adres 2] in [plaats] . Als [getuige 2] een berichtje stuurde ging hij bij [verdachte] langs in de flat om daar cocaïne te kopen.
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij vanaf de zomer van 2023 tot en met oktober 2024 gemiddeld 1 keer per week cocaïne heeft gekocht bij een dealer in [plaats] , die hij heeft herkend op de door de politie aan hem getoonde foto van verdachte [verdachte] .
Getuige [getuige 1] heeft in oktober 2024 verklaard dat [verdachte] zijn vaste dealer is, dat hij hem ongeveer een jaar geleden heeft leren kennen en dat hij ongeveer twee keer in de week cocaïne bij hem heeft gekocht. De dealer woonde op de [adres 2] .
Getuige [getuige 4] heeft op 29 oktober 2024 verklaard dat hij twee maanden terug voor het eerst contact heeft gehad met een dealer die woont in de flat op nummer [adres 2] , dat hij cocaïne bij hem heeft gekocht en dat hij sindsdien nog twee á drie keer van hem heeft gekocht.
De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij in de maanden januari, februari en maart 2024 heeft gedeald in cocaïne. Nadat hij in 2024 uit detentie kwam heeft hij een paar maanden in Turkije verbleven. In augustus 2024 kwam hij weer terug naar Nederland en toen is hij weer verder gegaan met dealen.
De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van de getuigen ten aanzien van de dealperiode. De verklaring van de verdachte dat getuige [getuige 2] niet de waarheid zou spreken, omdat hij een relatie met zijn ex heeft gehad, schuift de rechtbank terzijde. Verdachte heeft deze verklaring niet aannemelijk gemaakt. Bovendien hebben de getuigen [getuige 3] en [getuige 1] ook verklaard dat zij al sinds 2023 cocaïne van verdachte hebben gekocht. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 tijdens de gehele ten laste gelegde periode, namelijk van 1 juli 2023 tot en met 23 februari 2024 en van 7 maart 2024 tot en met 29 oktober 2024.
Feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de volgende bewijsmiddelen:
– het proces-verbaal van bevindingen, p. 102-104;
– het proces-verbaal van bevindingen, p. 147;
– het proces-verbaal van bevindingen, p. 163;
– het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 4] , p. 168-171;
– het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 198-207;
– NFI-rapporten, p. 208-214, p. 216-217 en p. 220-221;
– het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 218-220;
– de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 januari 2025.
Feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de volgende bewijsmiddelen:
– het proces-verbaal van bevindingen, p. 103;
– het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 222;
– de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 januari 2025.
Parketnummer 05.206785.24
Na een verkeerscontrole op 19 april 2024 in [plaats] fouilleerde verbalisant [verbalisant 1] verdachte [verdachte] . Verbalisant voelde een verdikking bij zijn lies. [verdachte] haalde vervolgens een zwarte sok uit zijn broek en gooide deze op de grond. In deze zwarte sok zaten 6 envelopjes. Het NFI heeft geconstateerd dat de inhoud van de 6 envelopjes, 4,22 gram, cocaïne bevat.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder parketnummer 05.206785.24.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 van parketnummer 05.344892.24 en het onder parketnummer 05.206785.24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
onder parketnummer 05.344892.24
1.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2023 tot en met 29 oktober 2024 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2023 tot en met 23 februari 2024 te [plaats] opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of aan [getuige 3] een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de
bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
en/of
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 maart 2024 tot en met 29 oktober 2024 te [plaats] opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [getuige 1] en/of aan [getuige 4] en/of aan [getuige 2] en/of aan [getuige 3]
een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, opzettelijk
aanwezig heeft gehad (ongeveer 31 wikkels met daarin) (in totaal) ongeveer 15 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te [plaats] , in ieder geval in Nederland munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 kogelpatroon, merk G.F.L. Luger van het kaliber 9mm voorhanden heeft gehad;
onder parketnummer 05.206785.24
hij op of omstreeks 19 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk
aanwezig heeft gehad ongeveer 4,22 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
parketnummer 05.344892.24
feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
parketnummer 05.206785.24
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
5De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte een maximale gevangenisstraf van 12 maanden wordt opgelegd waarvan minstens de helft voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim 15 maanden schuldig gemaakt aan het dealen in cocaïne. Daarnaast heeft verdachte op twee verschillende data cocaïne voorhanden gehad, namelijk ruim 4 gram op 19 april 2024 en ongeveer 15 gram op 29 oktober 2024. Dit zijn ernstige feiten. Het is algemeen bekend dat drugs zeer schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Verdachte heeft met zijn gedragingen zijn eigen (financieel) gewin boven de veiligheid en gezondheid van anderen gesteld. Daarnaast gaat de handel in drugs vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit. Verdachte heeft door het voorhanden hebben van en het dealen in cocaïne, de maatschappij bewust aan deze risico’s blootgesteld. Daarnaast is in de woning van verdachte een kogelpatroon aangetroffen.
De rechtbank heeft gelet op het reclasseringsadvies van 29 december 2024. Uit dit advies blijkt dat verdachte kampt met een ernstige drugsverslaving en dat hij met het dealen van drugs die verslaving bekostigde. Verdachte heeft bij de reclassering en ter terechtzitting verklaard dat hij het tij wil keren. In dat kader heeft hij zich in de penitentiaire inrichting op eigen initiatief aangemeld voor het volgen van een gedragstraining. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat op hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, een gedragsinterventie middelengebruik, een ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding en meewerken aan middelencontrole.
De rechtbank heeft ook gelet op de justitiële documentatie van 31 december 2024. Hoewel verdachte de afgelopen vijf jaren eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, is hij niet onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten als waar hij in deze zaken voor wordt veroordeeld. In elk geval hebben de eerdere (onherroepelijke) veroordelingen hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Dat weegt de rechtbank in zijn nadeel.
Gelet op de veroordeling van 14 oktober 2024 is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Het oriëntatiepunt voor het dealen van harddrugs gedurende 6 tot 12 maanden is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Verdachte heeft ruim 15 maanden gedeald in cocaïne. Gelet op de ernst van de feiten zal de rechtbank dan ook een forse gevangenisstraf opleggen. De rechtbank zal echter een deel van de op te leggen straf voorwaardelijk opleggen, zodat verdachte zich in het kader van bijzondere voorwaarden kan laten behandelen en het recidiverisico zal verminderen.
Alles afwegende zal de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren opleggen. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden de bijzondere voorwaarden verbonden zoals de reclassering heeft geadviseerd. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe verdachte in de toekomst ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
8De beoordeling van het beslag
Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten is beslag gelegd op de volgende voorwerpen:
een geldbedrag van € 710,- (G3321431);
een geldbedrag van € 200,- (G3321465).
Standpunten
De officier van justitie heeft verzocht om de inbeslaggenomen geldbedragen verbeurd te verklaren.
De verdediging heeft verzocht om teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen geldbedragen.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de inbeslaggenomen geldbedragen, die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van feit 1 zijn verkregen, verbeurd verklaren.
9. De vorderingen tot tenuitvoerlegging (parketnummers 96.057415.22 en 96.226718.18)
96.057415.22
De politierechter heeft verdachte op 15 augustus 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 450,- subsidiair 9 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden, met een proeftijd van 1 jaar.
96.226718.18
De politierechter heeft verdachte op 19 april 2021 veroordeeld tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.
Standpunten
De officier van justitie vordert de afwijzing van beide vorderingen tot tenuitvoerlegging.
De raadsman heeft bepleit dat beide vorderingen tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging moeten worden afgewezen.
10De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
– 14 a, 14b, 14c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
– 2, 10 van de Opiumwet;
– 26, 55 van de Wet wapens en munitie.
11De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
verdachte zich zal melden bij de reclassering SVG (Verslavingsreclassering GGZ). Verdachte zal zich blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
verdachte actief zal deelnemen aan de gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
verdachte actief zal deelnemen aan een gedragsinterventie die gericht is op verslaving en middelengebruik. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
verdachte, indien door de reclassering noodzakelijk bevonden, zich zal laten behandelen door Tactus Verslavingszorg of een soortgelijke (verslavings)zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
verdachte zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, indien dit door de reclassering noodzakelijk wordt geacht. Zodra dit aan de orde is, bepaalt de reclassering de bewuste instelling. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
verdachte zich zal inspannen voor het vinden en behouden van (betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding), met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
verdachte zal meewerken aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.
stelt als overige voorwaarden dat:
verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
geeft opdracht aan de reclassering SVG tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
Beslag
verklaart verbeurd de voorwerpen:
een geldbedrag van € 710,- (G3321431);
een geldbedrag van € 200,- (G3321465).
Vordering tenuitvoerlegging 96.057415.22
wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 15 augustus 2023 voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 450,- subsidiair 9 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid af (parketnummer 96.057415.22);
Vordering tenuitvoerlegging 96.226718.18
wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 19 april 2021 voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid af (parketnummer 96.226718.18).
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Moorman (voorzitter), mr. A.P. Sno en mr. A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.L. Goedheer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 februari 2025.
mr. J.M. Moorman is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Voetnoten
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , hoofdagent van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024510094, gesloten op 10 november 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
- Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 130-132.
- Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 137-139.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] , p. 153-154.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 4] , p. 169-170.
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024178398, gesloten op 11 juni 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
- Proces-verbaal van bevindingen, p. 30-31.
- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 35-37; NFI-rapport, p. 38.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...