ECLI:NL:RBGEL:2025:5126 Rechtbank Gelderland , 01-07-2025 / 25_1433

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat het UWV volgens haar niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een besluit waarin het UWV beslist dat het ziekengeld van eiseres op grond van de Ziektewet stopt. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling is ingediend na het verstrijken van de beslistermijn en dat het beroepschrift meer dan twee weken daarna is ontv...

Source officielle

7 min de lecture 1 430 mots

Inhoudsindicatie. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat het UWV volgens haar niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een besluit waarin het UWV beslist dat het ziekengeld van eiseres op grond van de Ziektewet stopt. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling is ingediend na het verstrijken van de beslistermijn en dat het beroepschrift meer dan twee weken daarna is ontvangen. De rechtbank past bij het opleggen van de nieuwe beslistermijn de lijn toe uit de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 15 april 2025.

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/1433

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. B.J.M. de Leest),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaarschrift van 4 september 2024. Eiseres heeft dit bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit van het UWV van 8 augustus 2024. Met dit besluit heeft het UWV beslist dat het ziekengeld van eiseres op grond van de Ziektewet met ingang van 9 september 2024 stopt.

Met de brief van 28 februari 2025 heeft eiseres het UWV in gebreke gesteld. De rechtbank Overijssel heeft op 19 maart 2025 het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontvangen, waarna het beroep is doorgestuurd naar deze rechtbank. Eiseres stelt dat het UWV niet binnen de beslistermijn en ook niet binnen twee weken na de ingebrekestelling op haar bezwaar heeft beslist.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Het is niet nodig dat partijen op een zitting worden gehoord. Het beroep is namelijk kennelijk ontvankelijk en gegrond. Daarom sluit de rechtbank het onderzoek en doet zij zonder zitting uitspraak. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaar kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij of zij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn of haar aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als het bestuursorgaan na die twee weken nog steeds geen besluit heeft genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

3. Het bestreden besluit heeft als datum 8 augustus 2024. Omdat aan het bestreden besluit een verzekeringsgeneeskundige en/of arbeidsdeskundige beoordeling ten grondslag ligt, moet het UWV binnen zeventien weken na het verstrijken van de bezwaartermijn op dit bezwaar hebben beslist.Dit betekent dat de beslistermijn in het geval van eiseres eindigde op 16 januari 2025. Met de brief van 3 december 2024 heeft het UWV aan eiseres laten weten dat het niet lukt om uiterlijk 16 januari 2025 een besluit op haar bezwaar te nemen en heeft het UWV de beslistermijn verlengd tot 27 februari 2025.

Met de brief van 11 februari 2025 heeft het UWV opnieuw aan eiseres laten weten dat het niet lukt om binnen de verlengde termijn een besluit op haar bezwaar te nemen en wilde het UWV de beslistermijn nogmaals verlengen en wel tot 10 april 2025. Hiervoor heeft het UWV wel de toestemming nodig van eiseres. Met het formulier van 17 februari 2025 heeft eiseres aan het UWV meegedeeld dat zij deze toestemming niet verleent. Hiermee blijft het einde van de beslistermijn gelegen op 27 februari 2025.

Partijen zijn het erover eens dat het UWV niet binnen de beslistermijn heeft beslist. Na afloop van de beslistermijn heeft het UWV de ingebrekestelling van eiseres ontvangen op 28 februari 2025. Het beroepschrift heeft de rechtbank meer dan twee weken daarna ontvangen. Omdat het UWV niet binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling op het bezwaar van eiseres heeft beslist, en nog altijd niet heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en gegrond.

Welke beslistermijn moet aan het UWV worden opgelegd?

4. Als het beroep gegrond is en het bestuursorgaan nog geen besluit heeft bekendgemaakt, bepaalt de rechtbank dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit bekendmaakt. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen.

Het UWV heeft nog steeds geen besluit op bezwaar genomen. Het UWV moet dit alsnog doen. Het UWV heeft in het verweerschrift meegedeeld dat het UWV nog geen besluit op het bezwaar heeft kunnen nemen vanwege een tekort aan verzekeringsartsen (bezwaar en beroep).

De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft in haar uitspraak van 15 april 2025 neergelegd hoe zij vanaf die datum omgaat met het bepalen van de duur van de nadere beslistermijn in beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een (her)beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Daarin heeft de rechtbank geoordeeld dat bij het opleggen van de nadere beslistermijn een onderscheid wordt gemaakt tussen de (her)beoordelingen van de mate van arbeidsongeschiktheid van werknemers en de herbeoordelingen van de arbeidsongeschiktheid van (ex-)werknemers op verzoek van (ex-)werkgevers. De rechtbank ziet aanleiding om deze lijn ook toe te passen als het gaat om het niet tijdig beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit, inhoudende een (her)beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Het gaat hier om een werknemersberoep en het UWV heeft de rechtbank niet geïnformeerd of er al een spreekuur met een verzekeringsarts bezwaar en beroep is gepland en wanneer dat dan zou plaatsvinden. Daarom bepaalt de rechtbank dat het UWV binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag van eiseres bekend moet maken.

Welke dwangsom wordt aan het UWV opgelegd?

5. De rechtbank bepaalt dat het UWV een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het UWV. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000. Deze dwangsom stemt overeen met het landelijk beleid.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en het UWV de onder 4.3 genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en de onder 5 genoemde dwangsom wordt opgelegd.

Omdat het beroep kennelijk gegrond is, moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden. Daarbij krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. Het UWV moet die vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

draagt het UWV op binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar van eiseres bekend te maken;

bepaalt dat het UWV aan eiseres een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
€ 15.000;

bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 53 aan eiseres moet vergoeden;

veroordeelt het UWV tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van L. Beijerinck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

  1. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  2. Dit volgt (onder andere) uit artikel 6:12 van de Awb.
  3. Dit volgt uit artikel 73a, eerste lid, van de Ziektewet, waarin wordt afgeweken van artikel 7:10, eerste lid, van de Awb.
  4. Deze mogelijkheid volgt uit artikel 7:10, derde lid, van de Awb.
  5. Dit volgt uit artikel 7:10, vierde lid onder b, van de Awb.
  6. Dit volgt uit artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
  7. Rechtbank Gelderland 15 april 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:2839.
  8. https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/Paginas/extra-dwangsom.aspx#tabs.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.