ECLI:NL:RBMNE:2025:4436 Rechtbank Midden-Nederland , 22-04-2025 / 16/212738-21
tbs verlenging
6 min de lecture · 1 128 mots
Inhoudsindicatie. tbs verlenging
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-212738-21 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 22 april 2025
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] (Marokko),
verblijvende in [kliniek] te [plaats] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft onder meer acht geslagen op de volgende dossierstukken:
het vonnis van deze rechtbank van 19 april 2022 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 6 mei 2022;
de beslissing van deze rechtbank van 25 april 2024, waarbij de termijn van tbs voor het laatst is verlengd met een jaar;
de vordering van de officier van justitie van 24 maart 2025, tot verlenging van de tbs met een jaar;
het verlengingsadvies van [kliniek] (hierna: de kliniek) van 24 februari 2025, opgemaakt door [A] (directeur behandeling), [B] (klinisch neuropsycholoog) en [C] (psychiater), om de tbs met verpleging te verlengen met een jaar;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene over de periode maart 2024 tot en met januari 2025.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 22 april 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
– de officier van justitie, mr. A.L. Rinsma;
– de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. L.R. Rommy, advocaat te AmsterdamDuivendrecht;
– de aan de kliniek verbonden deskundige, [B] .
3Het standpunt van de kliniek
Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies nader toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als matig, oplopend naar hoog.
De kliniek adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met een jaar.
4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting zijn vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met een jaar gehandhaafd.
5Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair verzocht om de vordering af te wijzen en heeft zich subsidiair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene kwijnt weg en vreest dat het zijn dood wordt als de maatregel opnieuw wordt verlengd. Zijn gezondheid is het laatste jaar sterk achteruit gegaan en betrokkene vreest te overlijden voordat de tbs is afgelopen. Betrokkene is tegelijk afhankelijk van hulp en begeleiding en heeft de komende tijd belang bij plaatsing op een vervolgplek met kwaliteit van leven.
6Het oordeel van de rechtbank
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 19 april 2022 ter beschikking gesteld met dwangverpleging.
De rechtbank heeft daarbij overwogen dat er geen aanleiding was de tbs-maatregel ongemaximeerd op te leggen omdat er geen indicatie bestond dat sprake was van een gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Dit betekent dat de tbs gemaximeerd is opgelegd en dat de tbs op grond van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, in totaal maximaal vier jaar duurt. Omdat de tbs is ingegaan op 6 mei 2022 is de maximale termijn nog niet verstreken en kan de tbs worden verlengd als aan de voorwaarden wordt voldaan.
Stoornis en/ of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten:
– een bipolaire-l-stoornis: actuele of meest recente episode manisch – met psychotische kenmerken;
– een uitgebreide neurocognitieve stoornis door multipele oorzaken, met gedragsstoornissen;
– een stoornis in het gebruik van cocaïne: ernstig, thans in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving;
– een stoornis in alcoholgebruik: ernstig, thans in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving.
Recidivegevaar
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als matig, oplopend naar hoog ingeschat.
In het verlengingsadvies wordt vermeld dat als betrokkene per direct op zichzelf aangewezen zou moeten functioneren in de maatschappij het risico op verbale agressie eerst als matig maar op de langere termijn als hoog wordt ingeschat. Het risico op fysieke agressie wordt als matig ingeschat. In aanvulling op het verlengingsadvies heeft de deskundige ter zitting aangegeven dat de risico’s inmiddels toenemen vanwege de ernst van de uitgebreide neurocognitieve stoornissen in combinatie met somatische klachten zoals doofheid en mogelijk de consequenties van de lopende medische diagnostiek.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies en de aanvulling die de deskundige daarop ter zitting heeft gegeven te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
De rechtbank is, gelet op het advies van de kliniek en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de tbs vereist. De rechtbank is van oordeel dat daarbij wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
In de afgelopen tijd is betrokkene zowel lichamelijk als psychisch sterk achteruit gegaan. Zijn gehoor is snel verslechterd, hij is minder stabiel gaan lopen en in december 2024 heeft hij twee herseninfarcten doorgemaakt. Ook zijn psychiatrische toestand is verslechterd; hij vertoont steeds vaker manisch en verward gedrag. Behandeling gericht op de risicofactoren kan hierdoor niet plaatsvinden en aan het beveiligd begeleid verlof is een eind gekomen. De kliniek verwacht niet dat betrokkene nog voldoende zal herstellen om het behandel- en resocialisatietraject te kunnen hervatten en voortzetten. Wel zal vanuit humanitair oogpunt worden onderzocht of en hoe het beveiligd begeleid verlof kan worden hervat.
De komende periode wordt benut om de medische diagnostiek en prognose van betrokkene nog zoveel mogelijk te verhelderen. Ook zal de kliniek verder zoeken naar een geschikte vervolgplek, waarschijnlijk beschermd wonen in combinatie met een zorgmachtiging.
Ten slotte zal het natraject verder worden vorm gegeven zodat betrokkene op 6 mei 2026 – het moment waarop de maatregel van rechtswege eindigt – op een veilige en verantwoorde manier kan terugkeren in de maatschappij.
De rechtbank zal de maatregel met een jaar verlengen.
7De beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met een jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. L.M. Reijnierse en C.E. Schalk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2025.
De voorzitter en de jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...