Pays-Bas Rechtbank Midden-Nederland Divers 17 septembre 2025 N° 11747049 \ MC EXPL 25-3422 NL

ECLI:NL:RBMNE:2025:5088 Rechtbank Midden-Nederland , 17-09-2025 / 11747049 \ MC EXPL 25-3422

Incidentele vordering tot verwijzing afgewezen. Kantonrechter is bevoegd. Artikel 97 lid 1 Rv.

Source officielle

4 min de lecture 807 mots

Inhoudsindicatie. Incidentele vordering tot verwijzing afgewezen. Kantonrechter is bevoegd. Artikel 97 lid 1 Rv.

RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

Zaaknummer: 11747049 \ MC EXPL 25-3422

Vonnis van 17 september 2025

in de zaak van

[eiser]
,

handelend onder de naam [handelsnaam] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het verwijzingsincident,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. V.L.M.J. Boitelle,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2],

beiden wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde partijen in de hoofdzaak,

eisende partijen in het verwijzingsincident,

hierna samen te noemen: [gedaagden c.s] ,

gemachtigde: mr. J. Evers (DAS).

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 11 juni 2025 met 11 producties;
– de incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid met productie 1;
– de conclusie van antwoord in het incident.

De kantonrechter heeft bepaald dat zij vandaag schriftelijk uitspraak zal doen in het incident.

2Het geschil in de hoofdzaak

[eiser] heeft (sloop- en verbouwings)werkzaamheden in de woning van [gedaagden c.s] uitgevoerd. Volgens [eiser] hebben [gedaagden c.s] vier facturen van in totaal € 5.536,- niet betaald. Daarom is [eiser] deze procedure gestart. Hij vordert dat [gedaagden c.s] hoofdelijk worden veroordeeld om € 5.536,- met rente te betalen, met veroordeling van [gedaagden c.s] in de proceskosten met daarover de wettelijke rente.

[gedaagden c.s] hebben in de hoofdzaak nog geen conclusie van antwoord ingediend. Zij hebben zich in de incidentele conclusie al wel op het standpunt gesteld dat de werkzaamheden niet zijn afgerond, dat er geen oplevering heeft plaatsgevonden en dat sprake is van gebreken. Volgens [gedaagden c.s] hebben zij de aannemingsovereenkomst ontbonden. Daarnaast voeren [gedaagden c.s] aan dat zij met [eiser] een richtprijs hebben afgesproken en dat die richtprijs met maximaal 10% mag worden overschreden. Volgens [gedaagden c.s] heeft [eiser] zich daar niet aan gehouden en heeft hij te veel in rekening gebracht. Verder zou [eiser] schade hebben veroorzaakt aan de piano van [gedaagden c.s] . Volgens [gedaagden c.s] hebben zij een tegenvordering op [eiser] van € 55.275,43. Zij zijn daarom van plan om in hun conclusie van antwoord een reconventionele vordering in te stellen.

3Het geschil in het incident

[gedaagden c.s] vinden dat de kantonrechter niet bevoegd is, omdat de tegenvordering die zij willen instellen hoger is dan de competentiegrens van € 25.000,-. Volgens [gedaagden c.s] moet de zaak worden verwezen naar de handelskamer. [eiser] is het daar niet mee eens.

4De beoordeling in het incident

De kantonrechter zal de incidentele vordering van [gedaagden c.s] afwijzen. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.

De kantonrechter is bevoegd om (onder andere) geldvorderingen tot € 25.000,- te behandelen. Dat volgt uit artikel 93 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). De kantonrechter mag dus op de vordering van [eiser] van € 5.536,- beslissen. Als de tegenvordering die [gedaagden c.s] instellen samenhangt met de vordering van [eiser] en die samenhang zich tegen afzonderlijke behandeling verzet, mag de kantonrechter ook de tegenvordering behandelen. Dat geldt ook als die tegenvordering hoger is dan € 25.000,- (artikel 97 lid 1 Rv). De kantonrechter vindt dat van die situatie sprake is. De vordering van [eiser] , het verweer van [gedaagden c.s] tegen die vordering en de door [gedaagden c.s] genoemde tegenvordering zijn gebaseerd op dezelfde aannemingsovereenkomst. De beoordeling in conventie en in reconventie hangt daarom zodanig met elkaar samen dat de zaken gezamenlijk behandeld moeten worden. De kantonrechter is daarom op grond van artikel 97 lid 1 Rv bevoegd.

Proceskosten

Ordonez en Vlaardingenbroek hebben ongelijk gekregen en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

– salaris gemachtigde

150,00

(1 punt × tarief € 150,00)

– nakosten

75,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

225,00

De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5De beslissing

De kantonrechter:

in het incident

wijst de vordering van [gedaagden c.s] af;

veroordeelt Ordonez en Vlaardingenbroek hoofdelijk in de proceskosten van € 225,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagden c.s] niet op tijd aan de proceskostenveroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, moeten [gedaagden c.s] ook hoofdelijk de kosten van betekening betalen;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 15 oktober 2025 om 09.30 uur voor conclusie van antwoord door [gedaagden c.s] ;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.