ECLI:NL:RBMNE:2025:5498 Rechtbank Midden-Nederland , 22-10-2025 / 11780102
Onbetaalde factuur Buma en Sena-rechten; geen rechtsverwerking aan de zijde van eiseres en gedaagde heeft het lidmaatschap niet op tijd opgezegd; vordering wordt toegewezen.
5 min de lecture · 1 082 mots
Inhoudsindicatie. Onbetaalde factuur Buma en Sena-rechten; geen rechtsverwerking aan de zijde van eiseres en gedaagde heeft het lidmaatschap niet op tijd opgezegd; vordering wordt toegewezen.
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11780102 \ AC EXPL 25-1617
Vonnis van 22 oktober 2025
in de zaak van
De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid KONINKLIJK VERBOND VAN ONDERNEMERS IN HET HORECA EN AANVERWANTE BEDRIJF “HORECA NEDERLAND”,
gevestigd in Woerden,
eisende partij,
hierna te noemen: KHN,
gemachtigde: LikiFin,
tegen
[gedaagde] , v.h.o.d.n. [handelsnaam],
woonachtig in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding van KHN van 16 juli 2025 met producties 1 t/m 3;
– de conclusie van antwoord van [gedaagde] ;
– de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
– de akte van KHN met producties 4 t/m 11.
De mondelinge behandeling was op 24 september 2025. Daarbij waren
[A] ( [functie 1] bij KHN) en [B] ( [functie 2] bij KHN) aanwezig met de gemachtigde F.M. Vaarten. [gedaagde] is op de juiste manier opgeroepen voor de mondelinge behandeling, maar hij was niet aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
Ten slotte is bepaald dat vandaag het vonnis wordt gewezen.
2De kern van de zaak
KHN vordert € 902,11 plus rente en kosten van [gedaagde] . [gedaagde] was horecaondernemer en lid van KHN. Daarom moet hij volgens KHN de onbetaalde Buma en Sena-rechten van 2024 betalen voor het afspelen van (achtergrond)muziek in de horecazaak. Op 14 februari 2024 is de factuur hiervoor naar [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] voert aan dat hij zijn lidmaatschap had opgezegd in maart 2024 en daarna tot aan de dagvaarding niets van KHN heeft gehoord over de onbetaalde factuur. Daarom was hij in de veronderstelling dat de factuur gecrediteerd was. Dit verweer slaagt niet en dat betekent dat [gedaagde] € 902,11 plus rente en kosten aan KHN moet betalen.
3De beoordeling
[gedaagde] moet € 902,11 aan KHN betalen
[gedaagde] voert aan dat hij zijn lidmaatschap heeft opgezegd en ervan uitging dat de factuur was gecrediteerd. In maart 2024 had hij contact met KHN over de factuur en daarna heeft hij naar eigen zeggen niets meer van KHN gehoord, totdat hij de dagvaarding ontving. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] daarom van mening is dat hij erop mocht vertrouwen dat de factuur was kwijtgescholden door KHN. Dit verweer slaagt niet, waardoor de vordering van KHN wordt toegewezen. Hieronder wordt dit uitgelegd.
Geen rechtsverwerking door KHN
In het dossier zitten geen aanknopingspunten die erop wijzen dat KHN het bedrag niet meer van [gedaagde] zou vorderen of dat [gedaagde] daar vanuit mocht gaan. [gedaagde] was als horecaondernemer (eenmanszaak [handelsnaam] ) sinds 2014 lid van KHN. [gedaagde] heeft zijn lidmaatschap op 5 maart 2024 opgezegd. KHN heeft daarom op 29 maart 2024 een brief naar [gedaagde] gestuurd waarin staat dat het lidmaatschap van [gedaagde] per 31 december 2024 wordt stopgezet, omdat volgens de statuten per 31 december van het lopende kalenderjaar kan worden opgezegd met een opzegtermijn van 3 maanden. In de brief staat ook dat [gedaagde] tot het einde van 2024 de rechten en plichten uit het lidmaatschap houdt. Eén van die verplichtingen is het betalen van de Buma en Sena-rechten. Dat, zoals [gedaagde] stelt, de schuld niet is meegenomen door het [onderneming] bij de afkoop van de schuldeisers van [gedaagde] , kan een aanwijzing zijn dat hij zich niet bewust van de schuld. Maar dit betekent niet dat hij er ook daadwerkelijk op mocht vertrouwen dat hij het niet hoefde te betalen.
Daarnaast heeft KHN op 11 maart, 25 maart en 18 april 2024 aanmaningen naar [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft niet ontkend dat hij deze aanmaningen heeft ontvangen. Op de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van KHN toegelicht dat tussentijds ook nog aanmaningen zijn gestuurd door een ander incassobureau en deze stelling heeft [gedaagde] niet weersproken, nu hij niet bij de mondelinge behandeling aanwezig was.
De wettelijke handelsrente wordt toegewezen
KHN heeft een bedrag aan wettelijke handelsrente gevorderd van € 99,36 over de periode vanaf het verzuim tot aan de datum dagvaarding, en daarnaast de wettelijke handelsrente vanaf die datum. Omdat KHN niet heeft gespecificeerd vanaf welke datum [gedaagde] in verzuim is met betalen, wordt de wettelijke handelsrente toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
KHN vordert € 163,74 aan vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Dit bedrag is inclusief € 28,42 aan BTW. De gevorderde BTW is niet toewijsbaar, nu KHN niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben. KHN heeft wel voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. KHN heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 135,32 worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten van KHN betalen
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van KHN worden begroot op:
– kosten van de dagvaarding
€
149,71
– griffierecht
€
340,00
– salaris gemachtigde
€
270,00
(2 punten × € 135,00)
– nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
827,21
Uitvoerbaar bij voorraad
De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad, zoals KHN heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt
4De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan KHN te betalen een bedrag van € 902,11, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf 20 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan KHN te betalen een bedrag van € 135,32 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 827,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.H. Charbon en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.
61312
Voetnoten
- Productie 1 van KHN.
- Productie 5 van KHN.
- Productie 3 van KHN.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...