ECLI:NL:RBMNE:2025:5536 Rechtbank Midden-Nederland , 23-10-2025 / 11600886 \ MC EXPL 25-1492
Mondeling vonnis. Vordering bij dagvaarding ingesteld op grond van slecht werkgeverschap/onrechtmatige daad. Vordering is gebaseerd op de niet rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst. Bij verzoekschrift had om vernietiging of billijke vergoeding verzocht moeten worden.
4 min de lecture · 771 mots
Inhoudsindicatie. Mondeling vonnis. Vordering bij dagvaarding ingesteld op grond van slecht werkgeverschap/onrechtmatige daad. Vordering is gebaseerd op de niet rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst. Bij verzoekschrift had om vernietiging of billijke vergoeding verzocht moeten worden.
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11600886 \ MC EXPL 25-1492
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter van 23 oktober 2025
in de zaak van
[eiseres]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. M.L. Brunia, werkzaam bij ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen
CURAE ZORG B.V.,
gevestigd te Almere,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Curae Zorg,
gemachtigde: mr. R.F. van Emden.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Almere.
De zaak wordt behandeld door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, bijgestaan door A. van de Werfhorst LLB als griffier.
Aanwezig zijn:
– [eiseres] , bijgestaan door mr. Brunia;
– Curae Zorg, vertegenwoordigd door [A] , [functie] en bijgestaan door mr. Van Emden.
De kantonrechter gaat over tot de mondelinge behandeling. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Van het verhandelde ter zitting zijn zittingsaantekeningen gemaakt, die in het dossier zijn gevoegd.
De kantonrechter sluit de behandeling van de zaak en deelt partijen mee dat hij mondeling uitspraak zal doen.
De kantonrechter doet de volgende uitspraak.
1De gronden van de beslissing
De arbeidsovereenkomst tussen partijen is niet door [eiseres] getekend. Wel is er sprake van een mondeling tot stand gekomen arbeidsovereenkomst.
De mededeling van Curae Zorg op 26 maart 2024 dat zij het aanbod voor het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst in trok, moet worden gezien als een opzegging.
Volgens [eiseres] moet de mededeling van Curae Zorg worden opgevat als een (proeftijd)ontslag voorafgaand aan de werkzaamheden. Uit artikel 7:652 lid 2 BW volgt dat een proeftijd schriftelijk kan worden overeengekomen. Uit lid 8 van dat artikel volgt dat een proeftijdbeding dat niet schriftelijk is overeengekomen nietig is. Omdat de arbeidsovereenkomst niet is ondertekend betekent dat dat er tussen partijen geen sprake is van een proeftijdbeding, ondanks dat een proeftijd kennelijk wel door partijen is beoogd. Als geen sprake is van een proeftijdbeding, en toch wordt opgezegd, dan is de opzegging niet rechtsgeldig. De opzegging is in strijd met artikel 7:671 BW en vernietigbaar. Als [eiseres] hierop een beroep had willen doen, had zij binnen twee maanden na de opzegging een verzoekschrift strekkende tot vernietiging van de opzegging of toekenning van een billijke vergoeding (voor de inkomensschade) moeten indienen. Dat is niet binnen die termijn gebeurd. Als gevolg hiervan staat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 26 maart 2024 vast en wordt niet toegekomen aan de beoordeling of er een billijke vergoeding moet worden toegekend.
De vordering van [eiseres] is bij dagvaarding ingesteld. De grondslag van de vordering ziet kennelijk op artikel 6:74 jo artikel 6:248 BW dan wel op artikel 7:611 jo 6:162 BW BW (slecht werkgeverschap/onrechtmatige daad). De vordering is gebaseerd op de niet rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dat geldt dus ook voor de stelling dat sprake is van misbruik van bevoegdheid en dat werkgever heeft gehandeld in strijd met goed werkgeverschap. Dit betekent dat [eiseres] een verzoekschrift tot vernietiging van de opzegging dan wel een verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding had moeten indienen op grond van artikel 7:681 BW. Voor een dergelijk verzoek geldt een vervaltermijn van twee maanden na de opzegging van 26 maart 2024. Dit heeft [eiseres] echter nagelaten. Dit zou slechts anders kunnen zijn indien de aanspraken van [eiseres] geen verband houden met het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst en de gevolgen daarvan.
De vorderingen dienaangaande van [eiseres] worden dan ook afgewezen. De overige vorderingen van [eiseres] treffen hetzelfde lot.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Curae Zorg worden begroot op:
– salaris gemachtigde
€
1.086,00
(2 punten × € 543,00)
– nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.221,00
2De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.221,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...