ECLI:NL:RBNHO:2020:4766 Rechtbank Noord-Holland , 30-06-2020 / HAA 19/4049 V
verzet ongegrond.
3 min de lecture · 638 mots
Inhoudsindicatie. verzet ongegrond.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/4049 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2020 op het verzet van
[X] , opposante.
Procesverloop
Opposante heeft tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 28 oktober 2019 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard en zich, zoverre het verzoek van opposante zich richt tegen uitstel van betaling, onbevoegd verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Opposante heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2020. Opposante is niet verschenen.
Overwegingen
1. De griffier heeft opposante bij brief van 29 mei 2020 in de gelegenheid gesteld om over het verzet te worden gehoord op 26 juni 2020. Bij fax van 2 juni 2020 heeft opposante verzocht die verzetzitting uit te stellen. Dit verzoek om uitstel heeft de rechtbank afgewezen bij brief van 4 juni 2020. De rechtbank heeft, het belang van opposante afwegende tegen het algemeen belang van een doelmatige procesgang, geen aanleiding gezien opposante opnieuw in de gelegenheid te stellen om over het verzet te worden gehoord. Bij deze beslissing is mede acht geslagen op het feit dat in deze zaak een boete is opgelegd. De rechtbank beslist hierbij dan ook op het verzet van opposante.
2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposante niet binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep, een kopie uit het handelsregister en een kopie van het bestreden besluit heeft overgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard ten aanzien van het verzoek van opposante om uitstel van betaling.
3. Opposante heeft in haar verzetschrift geen gronden gericht tegen de uitspraak van de rechtbank van 28 oktober 2019 vermeld. De rechtbank heeft opposante vervolgens bij aangetekende brieven van 4 november 2019, 19 november 2019 en 28 november 2019 verzocht om het verzuim te herstellen.
4. Bij brief van 16 december 2019 voert opposante slechts gronden aan die zien op de uitspraken van de inspecteur. Ten aanzien van het niet tijdig indienen van de gronden, het niet overleggen van een kopie uit het handelsregister en een kopie van de bestreden besluiten wordt door opposante niets gesteld. Ook heeft opposante niets gesteld ten aanzien van het oordeel van de rechtbank dat de rechtbank niet bevoegd is om van haar verzoek om uitstel van betaling kennis te nemen.
5. Nu gesteld noch gebleken is dat het niet tijdig herstellen van de verzuimen opposante niet kan worden aangerekend, is de rechtbank van oordeel dat het beroep terecht (kennelijk) niet-ontvankelijk is verklaard. Voorts heeft de rechtbank zich ten aanzien van het verzoek tot uitstel van betaling terecht onbevoegd heeft verklaard. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 juni 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...