ECLI:NL:RBNHO:2025:4118 Rechtbank Noord-Holland , 05-03-2025 / 9191994 \ CV EXPL 21-2926
Het is de eigen verantwoordelijkheid van de passagiers om met voldoende medicatie op reis te gaan, en daarbij rekening te houden met eventuele onvoorziene omstandigheden. Het feit dat de passagiers vanwege een gebrek aan medicatie van de vertraagde vlucht hebben afgezien ligt binnen hun eigen risicosfeer.
4 min de lecture · 723 mots
Inhoudsindicatie. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de passagiers om met voldoende medicatie op reis te gaan, en daarbij rekening te houden met eventuele onvoorziene omstandigheden. Het feit dat de passagiers vanwege een gebrek aan medicatie van de vertraagde vlucht hebben afgezien ligt binnen hun eigen risicosfeer.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9191994 \ CV EXPL 21-2926
Uitspraakdatum: 5 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de besloten vennootschap
TUI Airlines Nederland B.V.
gevestigd te Oude Meer
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
1Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 10 februari 2019 vervoeren van Gran Canaria (Spanje) naar Eindhoven Airport, met vlucht OR596 (hierna: de vlucht).
De vlucht is met een vertraging van 17 uur en 48 minuten uitgevoerd.
De passagiers zijn niet met de vlucht meegevlogen. Zij hebben zelf alternatief vervoer geboekt.
De passagiers hebben schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
– € 850,02, vermeerderd met de wettelijke rente;
– € 181,50 dan wel € 154,28 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente;
– de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat zij als gevolg van de langdurige vertraging genoodzaakt waren om extra kosten te maken. Deze extra kosten bestaan uit een vervangende vlucht van Gran Canaria naar Brussel Airport (€ 398,22), een huurauto van Brussel Airport naar Eindhoven Airport (€ 447,70) en maaltijden (€ 7,10). De passagiers stellen dat de vervoerder gehouden is de extra gemaakte kosten te vergoeden.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft de passagiers op 10 februari 2019 om 12:10 uur (lokale tijd) van de langdurige vertraging op de hoogte gesteld. Volgens de passagiers bleek op dat moment dat de passagiers onvoldoende medicijnen bij zich hadden om nog langer in Spanje te blijven. Omdat één van de passagiers van medicatie afhankelijk is, waren de passagiers naar eigen zeggen genoodzaakt om onmiddellijk alternatief vervoer naar Eindhoven te organiseren. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, de omstandigheid dat de passagier(s) onvoldoende medicatie bij zich hadden niet aan de vervoerder kan worden tegengeworpen. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de passagiers om met voldoende medicatie op reis te gaan, en daarbij rekening te houden met eventuele onvoorziene omstandigheden. De vlucht is met vertraging uitgevoerd en er was plaats aan boord beschikbaar voor de passagiers. Dat de passagiers van de vlucht hebben afgezien, valt binnen hun eigen risicosfeer. De vordering wordt afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
5De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nasalaris voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...