Pays-Bas Rechtbank Overijssel Pénal 23 octobre 2025 N° 08.204232.25 (P) NL

ECLI:NL:RBOVE:2025:6185 Rechtbank Overijssel , 23-10-2025 / 08.204232.25 (P)

De rechtbank veroordeelt een 56-jarige man tot een gevangenisstraf van drie maanden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van een bankmedewerkster.

Source officielle

8 min de lecture 1 634 mots

Inhoudsindicatie. De rechtbank veroordeelt een 56-jarige man tot een gevangenisstraf van drie maanden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van een bankmedewerkster.

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.204232.25 (P)

Datum vonnis: 23 oktober 2025

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende in de P.I. [verblijfplaats] .

1Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2025.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. E.W.B. van Twist, advocaat in Dordrecht, naar voren is gebracht.

2De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft geprobeerd de Rabobank te overvallen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 4 juli 2025 te Zwolle

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van

een geldbedrag, in elk geval enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan

Rabobank (vestiging: [adres] ), in elk geval aan die Rabobank en/of een derde

toebehoorde(n)

– naar de balie (waarachter die [slachtoffer] zich bevond) is gelopen en/of

– op de balie een briefje heeft neergelegd en/of

– voornoemd briefje aan die [slachtoffer] heeft getoond met daarop de tekst: 'I have a

gun, give your money', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 4 juli 2025 te Zwolle

[slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer] een briefje te overhandigen met daarop de woorden: "I have a gun, give your money", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit vanwege het ontbreken van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling en van (voorwaardelijk) opzet op de afgifte van geld. Ten aanzien van het subsidiaire feit heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Om te komen tot een bewezenverklaring van afpersing is vereist dat kan worden bewezen dat verdachte het oogmerk had om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte dat oogmerk heeft gehad. Verdachte heeft meteen na zijn aanhouding verklaard dat hij een ander oogmerk dan het delictsoogmerk heeft gehad, namelijk dat hij zou worden aangehouden en dat hij terug wilde naar de gevangenis voor zijn medische behandeling. De rechtbank kan op basis van het dossier ook vaststellen dat het niet de bedoeling van verdachte was om geld te krijgen en dat toe te eigenen. Getuige [slachtoffer] , bankmedewerkster, heeft verklaard dat verdachte, na het overhandigen van een briefje met de tekst “I have a gun give me money”, is gaan zitten en om een glaasje water heeft gevraagd. Getuige [getuige 1] , bankmedewerkster, heeft verklaard dat verdachte tegen twee andere bezoekers zei dat zij weg moesten gaan omdat de politie zou komen. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte, na het overhandigen van een briefje, aan een tafel ging zitten en om zich heen keek. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat verdachte na het overhandigen van het briefje niet verder heeft gedreigd met geweld en dat hij geen aanstalten heeft gemaakt om geld in ontvangst te nemen, maar rustig heeft gewacht op de komst van de politie. De rechtbank leidt uit deze feiten en omstandigheden evenmin af dat verdachte kon en moest begrijpen dat de bank daadwerkelijk geld zou afgeven.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

het procesverbaal van getuige [slachtoffer] van 4 juli 2025, pagina 21;

de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 9 oktober 2025.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 4 juli 2025 te Zwolle

[slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer] een briefje te overhandigen met daarop de woorden: "I have a gun, give your money".

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling.

5De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een gevangenisstraf van niet langere duur moet worden opgelegd dan de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van een bankmedewerkster. Hij heeft hiermee angst veroorzaakt bij medewerkers van de bank. Daarbij ontstaan ookgevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving in het algemeen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 4 augustus 2025. Hieruit blijkt dat verdachte op 5 juni 2025 door de rechtbank Amsterdam is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit; deze veroordeling is nog niet onherroepelijk. Verdachte heeft verklaard dat dit niet de eerste keer was dat hij dit heeft gedaan, zodat de rechtbank dat wel in zijn nadeel meeweegt

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de reclasseringsrapportage van het Leger des Heils van 22 september 2025. De reclassering heeft beschreven dat verdachte geen huisvesting heeft en geen recht heeft op sociale voorzieningen in Nederland. Er zijn aanwijzingen voor psychotische ontregeling en stemmingsinstabiliteit bij verdachte. Er is een zorgmachtiging-traject ingezet, maar dat is beëindigd na een negatief advies. De reclassering schat het recidiverisico in als hoog en ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht het risico te beperken. De reclassering adviseert daarom om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

De strafoplegging

Gezien de ernst van het gepleegde feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat het passend en geboden is om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van drie maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De voorlopige hechtenis is opgeheven met ingang van 13 oktober 2025. Deze beslissing is afzonderlijk geminuteerd.

7De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

– verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

– verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

– verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

– verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

strafbaarheid verdachte

– verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

– veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

– bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Metgod, voorzitter, mr. BT.C. Jordaans en mr. J. de Ruiter, rechters, in tegenwoordigheid van V. Harmsen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025.

Voetnoten

  1. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer 2025315762. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.