ECLI:NL:RBROT:2024:13747 Rechtbank Rotterdam , 20-11-2024 / C/10/686782 / JE RK 24-2123
Verzoek verlenging ondertoezichtstelling.
7 min de lecture · 1 349 mots
Inhoudsindicatie. Verzoek verlenging ondertoezichtstelling.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/686782 / JE RK 24-2123
Datum uitspraak: 20 november 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2007 in [geboorteland] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
,
geboren op [geboortedatum 3] 2012 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] ,
[minderjarige 4]
,
geboren op [geboortedatum 4] 2013 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 4] ,
[minderjarige 5]
,
geboren op [geboortedatum 5] 2015 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 5] ,
[minderjarige 6]
,
geboren op [geboortedatum 6] 2019 in [geboorteplaats 3] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 6] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader] ,
hierna te noemen: de moeder en de vader, tezamen: de ouders, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.C. van ‘t Hek, kantoorhoudende te Dordrecht.
1Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 26 september 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 2 oktober 2024.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
mr. M. Nentjes waarnemend voor de advocaat van de ouders,
een vertegenwoordigster van de GI, [persoon A] .
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] hebben geen mening gegeven.
2De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] , [voornaam minderjarige 5] en [voornaam minderjarige 6] .
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] , [voornaam minderjarige 5] en [voornaam minderjarige 6] wonen bij de ouders.
Bij beschikking van 23 november 2023 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] , [voornaam minderjarige 5] en [voornaam minderjarige 6] verlengd tot 25 november 2024.
3Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] , [voornaam minderjarige 5] , [voornaam minderjarige 6] te verlengen voor de duur van één jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. De ontwikkelingsbedreiging voor [voornaam minderjarige 1] ligt in de grote verantwoordelijkheid die zij draagt voor haar brusjes en voor haar ouders. Het valt op dat [voornaam minderjarige 1] veel voor de ouders vertaalt. Ondanks deze lasten gaat het goed met [voornaam minderjarige 1] . Zij heeft recent haar diploma behaald, volgt een Mbo-opleiding en heeft een bijbaan. Wat betreft [voornaam minderjarige 2] zijn er zorgen, vooral door de somberheid die zij vertoont en het feit dat zij niet naar school gaat. [voornaam minderjarige 2] volgt echter wel dagbesteding via AMZO. Bij [voornaam minderjarige 3] is er sprake van spanning op school en bij [voornaam minderjarige 4] spelen vooral problemen op het gebied van emotieregulatie een rol. De school meldt dat [voornaam minderjarige 4] moeilijk aan te sturen is en dat er regelmatig conflicten ontstaan. Bij [voornaam minderjarige 5] en [voornaam minderjarige 6] blijkt uit hun gedrag dat zij veel behoefte hebben aan structuur en duidelijke aansturing, evenals begrenzing. Daarnaast is de woning in slechte staat en is er weinig ruimte, wat de situatie voor het gezin verder bemoeilijkt. Het wijkteam kan ondersteuning bieden op het gebied van opvoedondersteuning, maar dit moet nog starten. Voorheen werd opgemerkt dat het gezin weinig motivatie toonde en niet openstond voor hulp. Dit beeld is echter veranderd. Er is sprake van een positieve samenwerking met zowel de ouders als de kinderen. Het gezin staat open voor hulpverlening vanuit de GI en voor ambulante ondersteuning. Het gezin wordt ondersteund door [persoon B] , die werkzaam is bij de organisatie Kardoaid. Deze organisatie richt zich op mensen uit Somalië en omliggende gebieden, waardoor de kennis van de taal en cultuur de ondersteuning vergemakkelijkt. [persoon B] is al sinds 2010 betrokken bij het gezin en heeft een sterke vertrouwensband opgebouwd. Het is dan ook in het belang van het gezin dat [persoon B] betrokken blijft, ook in het kader van de opvoedondersteuning. Helaas is het tot nu toe niet gelukt om de financiering voor deze ondersteuning rond te krijgen
4Het standpunt van de ouders
Namens de ouders wordt ingestemd met het verzoek. De ouders erkennen nog steeds de ontwikkelingsbedreiging, maar merken tegelijkertijd de positieve vooruitgang in de samenwerking met de GI en de behaalde resultaten. De ouders willen de GI ook complimenteren voor de geboden ondersteuning. De ouders vinden het jammer dat de financiering voor [persoon B] niet rondkomt, aangezien hij op alle fronten aansluit. Op dit punt kan de GI nog een belangrijke rol spelen. Het is de bedoeling dat over een jaar overgedragen wordt naar het vrijwillige kader met opvoedondersteuning vanuit het wijkteam. Op basis van de manier waarop de GI over de ouders spreekt, bestaat het vertrouwen dat hier naartoe wordt gewerkt.
5De beoordeling
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria van een ondertoezichtstelling. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] , [voornaam minderjarige 5] en [voornaam minderjarige 6] worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. In dit gezin zijn er veel kinderen met verschillende aandachtspunten. [voornaam minderjarige 1] wordt zwaar belast doordat zij een grote verantwoordelijkheidsrol op zich heeft. [voornaam minderjarige 2] vertoont somber gedrag en gaat niet naar school. [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] , [voornaam minderjarige 5] en [voornaam minderjarige 6] laten gedrag zien waaruit blijkt dat zij behoefte hebben aan aandacht, vooral op het gebied van emotieregulatie. Daarnaast is er een duidelijke behoefte aan structuur, begrenzing en aansturing. Het is positief dat de ouders goed samenwerken met de GI en de hulpverlening accepteren. Er is echter wel behoefte aan opvoedondersteuning. De ouders hebben eerder opvoedondersteuning ontvangen, maar deze hulp is in mei 2024 gestopt vanwege ontevredenheid over de geboden ondersteuning. Desondanks staan de ouders open voor opvoedondersteuning vanuit het wijkteam. Gelet op de situatie is de kinderrechter van oordeel dat de GI betrokken moet blijven om de ouders te ondersteunen bij deze praktische zaken en om de opvoedondersteuning te monitoren. De komende periode is het van belang dat de samenwerking met de GI op een positieve manier wordt voortgezet en dat er uiteindelijk een overdracht naar het vrijwillige kader kan plaatsvinden.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] , [voornaam minderjarige 5] en [voornaam minderjarige 6] verlengen voor de duur van één jaar.
6De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] , [voornaam minderjarige 5] en [voornaam minderjarige 6] tot 25 november 2025;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 2 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Voetnoten
- Artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.
- Artikel 1:260, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...