Pays-Bas Rechtbank Rotterdam Divers 28 novembre 2025 N° 11815670 CV EXPL 25-16351 NL

ECLI:NL:RBROT:2025:13923 Rechtbank Rotterdam , 28-11-2025 / 11815670 CV EXPL 25-16351

Vrijwaringsincident gedeeltelijk toegewezen. Voor een deel is onvoldoende gesteld.

Source officielle

6 min de lecture 1 223 mots

Inhoudsindicatie. Vrijwaringsincident gedeeltelijk toegewezen. Voor een deel is onvoldoende gesteld.

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11815670 CV EXPL 25-16351

datum uitspraak: 28 november 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Hiltermann Lease B.V.,

vestigingsplaats: Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

eiseres in de hoofdzaak, verweerster in reconventie en in het incident,

gemachtigde: mr. drs. P.J.M. Veuger,

tegen

[gedaagde]
, die handelt onder de naam [handelsnaam 1],

woonplaats: [plaats 1] ,

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in reconventie en in het incident,

gemachtigde: mr. M.C. van Gastel.

De partijen worden hierna ‘Hiltermann’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 17 juli 2025, met bijlagen;

het antwoord met een eis in reconventie en in het incident, met bijlagen;

het antwoord in het incident.

2De beoordeling

Waar gaat de hoofdzaak over?

[gedaagde] heeft een Mercedes gekocht, op basis van een huurkoopovereenkomst. De verkoper heeft die overeenkomst overgedragen aan Hiltermann. [gedaagde] moest elke maand een leasebedrag aan Hiltermann betalen. Ze heeft dat niet gedaan. Hiltermann heeft daarom de overeenkomst ontbonden. Hiltermann eist in deze procedure (kort gezegd) dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de overeenkomst is ontbonden en [gedaagde] veroordeelt om de auto aan haar te geven, de achterstand te betalen en de schade van Hiltermann te vergoeden.

Het oordeel in het incident

[gedaagde] vraagt toestemming om [bedrijf 1] BV, dat handelt onder de naam [bedrijf 1] , en [bedrijf 2] B.V. met hun directe en indirecte bestuurders in vrijwaring op te roepen. De kantonrechter geeft deze toestemming voor [bedrijf 2] , maar voor [bedrijf 1] wijst hij die af. In dit vonnis legt hij dat uit.

[gedaagde] krijgt toestemming om [bedrijf 2] in vrijwaring op te roepen

[gedaagde] stelt nergens in het antwoord expliciet met wie zij de huurkoopovereenkomst heeft gesloten. Zij laat dat in het midden, door op de meeste plekken te schrijven ‘ [bedrijf 2] en/of [bedrijf 1] ’. Het is echter duidelijk dat dit twee verschillende vennootschappen zijn. Maar één van de twee kan de verkoper zijn geweest. [gedaagde] schrijft op twee plekken in het antwoord dat [bedrijf 2] ten onrechte stelt dat niet zij maar [bedrijf 1] de verkoper was (alinea 1.20 en 1.24). Daaruit maakt de kantonrechter op dat [gedaagde] stelt dat [bedrijf 2] de verkoper is.

Volgens [gedaagde] was de gekochte Mercedes niet goed. Zij stelt dat ze daarom de overeenkomst heeft ontbonden. Ze stelt dat ze later de overeenkomst heeft vernietigd, om dat ze heeft geconstateerd dat er allerlei dingen in het contract staan die niet kunnen kloppen. Voor zover zij iets moet betalen aan Hiltermann, vindt ze dat [bedrijf 2] dit aan haar moet vergoeden, omdat [bedrijf 2] de reden is voor de ontbinding en vernietiging van de overeenkomst. [gedaagde] heeft hierdoor voldoende gesteld waaruit volgt dat als zij in de hoofzaak wordt veroordeeld om een bedrag te betalen aan Hiltermann, [bedrijf 2] dat bedrag aan haar moet betalen. Daarom geeft de kantonrechter toestemming om [bedrijf 2] in vrijwaring op te roepen (artikel 210 Rv).

[gedaagde] krijgt toestemming om de bestuurders van [bedrijf 2] in vrijwaring op te roepen

De bestuurder van [bedrijf 2] is [bedrijf 3] B.V. De bestuurder daarvan is [bedrijf 4] en de bestuurders daarvan zijn op hun beurt [bestuurder 1] en [bestuurder 2] . [gedaagde] vraagt toestemming om deze (indirecte) bestuurders van [bedrijf 2] ook in vrijwaring op te roepen. Zij stelt dat deze bestuurders aansprakelijk zijn omdat zij onrechtmatig hebben gehandeld, door nergens op te reageren en oneerlijke handelspraktijken in te zetten. [gedaagde] heeft hierdoor voldoende gesteld, om toestemming te krijgen om de bestuurders in vrijwaring op te roepen (artikel 210 Rv).

[gedaagde] krijgt geen toestemming om [bedrijf 1] en haar bestuurders in vrijwaring op te roepen

[gedaagde] heeft eerder een Audi gekocht van [bedrijf 1] . Ook toen heeft ze een huurkoopovereenkomst gesloten met Hiltermann. Die Audi bleek ook niet goed te zijn. [gedaagde] heeft vervolgens de overeenkomst ontbonden.

[gedaagde] stelt dat zij voor de koop van de Mercedes contact heeft gehad met dezelfde personen als van wie zij de Audi heeft gekocht. Zij stelt dat het voor haar niet duidelijk was dat [bedrijf 2] een andere onderneming is dan [bedrijf 1] .

[gedaagde] vraagt ook toestemming om [bedrijf 1] in vrijwaring op te roepen. Ze stelt dat de ontbinding en vernietiging van de overeenkomst ook aan [bedrijf 1] is toe te rekenen en dat [bedrijf 1] geen verantwoordelijkheid heeft genomen door nergens op te reageren. Zij heeft echter niet gesteld wat de juridische basis hiervan is. Zoals hiervoor is geoordeeld, begrijpt de rechter dat [bedrijf 2] de verkoper van de Mercedes is volgens [gedaagde] . In eerste instantie dacht [gedaagde] kennelijk dat [bedrijf 2] en [bedrijf 1] hetzelfde bedrijf waren. Inmiddels is voor haar ook duidelijk dat dit verschillende ondernemingen zijn, aangezien zij ook van beide bedrijven een KvK-uittreksel heeft overhandigd, waaruit ook blijft dat de bedrijven verschillende aandeelhouders, bestuurders en adressen hebben. Waarom ook [bedrijf 1] als niet-contractspartij aansprakelijk is, stelt zij niet.

Uit de stellingen van [gedaagde] volgt dus onvoldoende waarom [bedrijf 1] iets aan [gedaagde] zou moeten betalen, als de eis van Hiltermann wordt toegewezen. Daarom geeft de kantonrechter geen toestemming om [bedrijf 1] in vrijwaring op te roepen. Omdat [gedaagde] ten aanzien van [bedrijf 1] onvoldoende heeft gesteld, geldt dat ook voor haar bestuurders. Ook hen mag [gedaagde] dus niet in vrijwaring oproepen.

[gedaagde] mag de gedaagden oproepen voor de rolzitting van 16 december 2025

[gedaagde] mag [bedrijf 2] en haar bestuurders oproepen voor de rolzitting van 16 december 2025. De kantonrechter is zich ervan bewust dat dit op korte termijn is, maar op 18 december 2025 vindt een mondelinge behandeling in deze zaak plaats. Op die mondelinge behandeling is dan dus duidelijk of de gedaagden verschijnen in de procedure.

Eerder hebben de partijen bericht ontvangen dat de mondelinge behandeling alleen over de voorlopige voorziening zal gaan. De kantonrechter ziet aanleiding om daarop terug te komen. Hij zal tijdens de zitting zowel de voorlopige voorziening als de hoofdzaak bespreken, omdat dit efficiënter is. [gedaagde] heeft namelijk al inhoudelijk geantwoord en beide partijen zijn dan aanwezig op de rechtbank. Bovendien is dan wellicht ook duidelijk of [gedaagde] überhaupt ergens van gevrijwaard hoeft te worden. Aan het eind van de zitting zal de kantonrechter met de partijen bespreken hoe de hoofdzaak en de vrijwaringszaak verder gaan. Denkbaar is bijvoorbeeld dat de hoofdzaak wordt aangehouden, in afwachting van de vrijwaringsprocedure. De kantonrechter vraagt de partijen om alvast hun gedachten hierover te vormen, in aanloop naar de zitting.

De proceskosten

De kantonrechter bepaalt dat beide partijen de eigen kosten dragen. [gedaagde] heeft namelijk geen extra kosten gemaakt door de reactie van Hiltermann.

De overige beslissingen worden aangehouden

De overige beslissingen in de hoofdzaak worden aangehouden.

3De beslissing

De kantonrechter:

in het incident

geeft [gedaagde] toestemming om in vrijwaring op te roepen voor de rolzitting van dinsdag 16 december 2025 om 11.30 uur:

[bedrijf 2] B.V., vestigingsplaats: [plaats 2] ,

[bedrijf 3] B.V., vestigingsplaats: [plaats 2] ,

[bedrijf 4] , vestigingsplaats: [plaats 2] ,

[bestuurder 1] , woonplaats: [plaats 3] ;

[bestuurder 2] , woonplaats: [plaats 2] ;

bepaalt dat beide partijen de eigen kosten dragen;

in de hoofdzaak

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

33394


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.