ECLI:NL:RBROT:2025:8380 Rechtbank Rotterdam , 16-07-2025 / 24-10202
NTB NO want geen aanvraag
3 min de lecture · 497 mots
Inhoudsindicatie. NTB NO want geen aanvraag
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/10202
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit Rotterdam, eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam
gemachtigde: [naam].
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek van 1 september 2024 gericht aan het Regionaal Bureau Zelfstandigen (het RBZ), om ‘een plan van aanpak (inclusief een ondersteuningsplan) zodat hij verder kan werken aan zijn ontwikkeling als zelfstandig ondernemer op de vrije culturele handelsmarkt’ (het verzoek).
2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
Beoordeling door de rechtbank
3. Bij e-mail van 1 november 2024 (de e-mail) heeft een medewerker van de Afdeling F RBZ van de gemeente Rotterdam eiser geantwoord op het verzoek, waarbij is vermeld dat voor het gevraagde plan van aanpak geen aanvraag kan worden ingediend en dat eiser een nieuwe aanvraag voor een Bbz-uitkering Levensonderhoud kan indienen.
4. Naar het oordeel van de rechtbank is het verzoek inderdaad niet aan te merken als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, omdat het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 niet voorziet in de bevoegdheid die toe te kennen en er geen aanknopingspunten waren om het verzoek in een andere context te beoordelen.
De e-mail in reactie op het verzoek van eiser betreft een feitelijke mededeling en is geen besluit in de zin van het eerste lid van vermeld artikel.
5. Nu geen aanvraag voorlag, was verweerder niet gehouden een besluit te nemen en kon eiser verweerder niet, zoals hij heeft gedaan, in gebreke stellen. Eiser kon dan ook op grond van artikel 6:12, tweede en derde lid, van de Awb geen beroep instellen wegens het niet tijdig beslissen op een aanvraag. Daaruit volgt dat zijn beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van C.E. Delvaux, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...