ECLI:NL:RBROT:2026:42 Rechtbank Rotterdam , 09-01-2026 / 11608328 CV EXPL 25-7109
Gedaagde huurde een bedrijfsruimte van eiseres en heeft deze ontruimd, maar volgens eiseres is er nog een betalingsachterstand. De kantonrechter oordeelt dat de huur tot 31 december 2024 betaald had moeten worden en kent de vordering toe, inclusief rente en kosten.
4 min de lecture · 705 mots
Inhoudsindicatie. Gedaagde huurde een bedrijfsruimte van eiseres en heeft deze ontruimd, maar volgens eiseres is er nog een betalingsachterstand. De kantonrechter oordeelt dat de huur tot 31 december 2024 betaald had moeten worden en kent de vordering toe, inclusief rente en kosten.
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11608328 CV EXPL 25-7109
datum uitspraak: 9 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Ligusterbaan Vastgoed B.V.,
vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde], h.o.d.n. [handelsnaam],
vestigingsplaats: Den Haag,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘Ligusterbaan Vastgoed’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 18 maart 2025, met bijlagen;
het antwoord;
de brief van Ligusterbaan Vastgoed van 28 november 2025, met een eisvermindering en bijlagen.
Op 11 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [naam 1] en [naam 2] namens Ligusterbaan Vastgoed met mr. F. Ackermans namens haar gemachtigde. [gedaagde] is, hoewel op de juiste wijze opgeroepen, zonder bericht, niet verschenen.
2De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] huurde de bedrijfsruimte aan de [adres] van Ligusterbaan Vastgoed. De huurovereenkomst is beëindigd en [gedaagde] heeft de bedrijfsruimte ontruimd en verlaten. Volgens Ligusterbaan Vastgoed is er echter nog een betalingsachterstand van € 7.825,62. Zij vordert daarom dit bedrag met rente en kosten. [gedaagde] is het daar niet mee eens. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
De beëindigingsdatum en de huurachterstand
Tussen partijen is in geschil tot welke datum de huur verschuldigd is. [gedaagde] stelt dat er afspraken waren om de huur per september 2024 te beëindigen, maar zij heeft deze stelling niet onderbouwd. Uit de overgelegde correspondentie volgt juist dat Ligusterbaan Vastgoed de opzegging heeft bevestigd tegen 31 december 2024. Van een akkoord met een beëindiging per september 2024 is niet gebleken. Ook blijkt nergens uit dat [gedaagde], zoals zij stelt, de sleutels in september 2024 in de postbus heeft gedaan. Er wordt dan ook uitgegaan dat op 31 december 2024 de huurovereenkomst is geëindigd en de verplichting tot betaling van de huur dus tot die datum loopt. [gedaagde] stelt ook nog dat zij een hogere borg heeft betaald dan de door Ligusterbaan Vastgoed verrekende € 1.028,-.
Zij heeft echter nagelaten om, ondanks haar aankondiging, enige onderbouwing daarvan te geven. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de berekening van Ligusterbaan Vastgoed. Een en ander betekent dat de vordering tot betaling van € 7.825,62 wordt toegewezen.
Incassokosten en rente
De incassokosten worden toegewezen conform de staffel uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, berekend over de toegewezen hoofdsom. Dit komt neer op een bedrag van € 766,28. De rente wordt toegewezen, omdat Ligusterbaan Vastgoed genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Ligusterbaan Vastgoed moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 543,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.476,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Ligusterbaan Vastgoed dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Ligusterbaan Vastgoed te betalen € 8.591,90 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 7.825,62 vanaf 18 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Ligusterbaan Vastgoed worden begroot op € 1.476,78;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...