ECLI:NL:RBZWB:2025:4339 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-07-2025 / C/02/431302/HA ZA 25-55 (E)
Mondeling vonnis. Eiser heeft overeenkomst met architect rechtsgeldig opgezegd. Op grond van de algemene voorwaarden moet worden afgerekend naar de stand van het werk. Gedaagde moet deel van betaalde voorschot terugbetalen. Eiser krijgt toestemming om het vervaardigde ontwerp te realiseren. Geen recht op schadevergoeding architect.
8 min de lecture · 1 583 mots
Inhoudsindicatie. Mondeling vonnis. Eiser heeft overeenkomst met architect rechtsgeldig opgezegd. Op grond van de algemene voorwaarden moet worden afgerekend naar de stand van het werk. Gedaagde moet deel van betaalde voorschot terugbetalen. Eiser krijgt toestemming om het vervaardigde ontwerp te realiseren. Geen recht op schadevergoeding architect.
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/431302 / HA ZA 25-55
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 2 juli 2025
in de zaak van
[de klant]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de klant] ,
advocaat: mr. R.J. Roks,
tegen
[architectenbureau] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [architectenbureau] ,
advocaat: mr. C.A. Bos.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Breda.
De zaak wordt behandeld door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, en mr. M. Veuger-Hakze als griffier.
Aanwezig zijn:
– [de klant] , bijgestaan door mr. G.M.E. de Vries, met als toehoorder de heer [adviseur] (adviseur van [de klant] , werkzaam bij [adviesbureau] ).
– Namens [architectenbureau] : de heer [directeur] (directeur), bijgestaan door mr. Bos.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechtbank op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1De beoordeling
in conventie
De opzegging van de overeenkomst
Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden consument-architect consumentenregeling 2013 (‘algemene voorwaarden’) van toepassing. In artikel 5.1 is bepaald dat de opdrachtgever de opdracht op elk moment schriftelijk kan opzeggen onder vermelding van reden(en) en het tijdstip vanaf wanneer wordt opgezegd. [de klant] heeft dit gedaan bij brief van 16 september 2024. De reden van opzegging hoeft niet aanvaardbaar te zijn voor de andere partij. Opzegging is een eenzijdige rechtshandeling en vereist geen wilsovereenstemming. Het voorgaande betekent dat [de klant] de overeenkomst met [architectenbureau] rechtsgeldig heeft opgezegd.
Afrekening naar stand van het werk
Het gevolg daarvan is dat op grond van artikel 5.2 van de algemene voorwaarden moet worden afgerekend naar de stand van het werk. Voorafgaand aan de opzegging heeft [adviesbureau] een memo opgesteld waarin de stand van het werk wordt weergegeven. [architectenbureau] heeft in het kader van dit voortraject zelf aangegeven dat een deel van het betaalde bedrag nog niet was gebruikt. Voor het overige deel, waarvan [adviesbureau] aangeeft dat dit te veel is betaald, heeft [architectenbureau] onvoldoende gemotiveerd aangetoond dat er wel werkzaamheden zijn verricht voor dat bedrag. [architectenbureau] stelt feitelijk dat alles wat betaald is door [de klant] is de stand van het werk is. De rechtbank volgt [architectenbureau] niet in dat standpunt.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [de klant] tot betaling van een bedrag van € 93.418,05 wordt toegewezen.
Wettelijke rente
De gevorderde rente over een bedrag van € 45.360,48 inclusief btw is toewijsbaar vanaf 30 september 2024. [de klant] heeft [architectenbureau] gesommeerd om dit bedrag uiterlijk op 30 september 2024 te betalen, wat [architectenbureau] niet heeft gedaan. Daardoor is zij in verzuim geraakt. Het verzuim voor het restant van de gevorderde hoofdsom (€ 48.057,57 inclusief btw) is ontstaan op de dag van dagvaarding. [architectenbureau] is niet eerder aangemaand tot betaling van dit bedrag. Er is in de correspondentie voorafgaand aan de dagvaarding ten aanzien van dit bedrag alleen aangemaand om in gesprek te gaan.
Toestemming om het ontwerp te realiseren en dwangsom
Wat betreft de toestemming om het tot het moment van opzegging vervaardigde ontwerp te realiseren bepaalt artikel 5.3 van de algemene voorwaarden dat de architect deze niet onthoudt wanneer dat in strijd is met gerechtvaardigde belangen van de opdrachtgever.
[de klant] heeft aangevoerd dat het weigeren van de toestemming haar beperkt in de realisatie van haar woning. Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook sprake van een gerechtvaardigd belang waardoor toestemming door [architectenbureau] moet worden gegeven. Het al dan niet verlenen van de toestemming is niet afhankelijk van een geschil over een betalingsverplichting. De toestemming had vrij kort na de opzegging verleend moeten worden.
[architectenbureau] heeft op de zitting aangevoerd dat [de klant] niet heeft voldaan aan artikel 4.1 van de algemene voorwaarden. In dit artikel is bepaald dat de opdrachtgever het recht heeft het ontwerp uit te voeren, mits aan de betalingsverplichtingen is voldaan. Dit standpunt van [architectenbureau] is onjuist. [de klant] heeft wel voldaan aan haar betalingsverplichting op grond van de overeenkomst. Sterker nog, zij heeft dus nog recht op terugbetaling conform haar vordering.
[architectenbureau] heeft ook een beroep gedaan op artikel 4.2 van de algemene voorwaarden, waarin is bepaald dat de opdrachtgever niet mag afwijken van een ontwerp en geen wijzigingen daarop mag aanbrengen, tenzij hij dit doet in overleg met de architect. [de klant] heeft de kelder in het ontwerp laten vervallen en [architectenbureau] stelt dat [de klant] hierdoor tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Op de zitting is gebleken dat [architectenbureau] de kelder in het ontwerp onder de woning heeft gepositioneerd, maar realisatie daarvan bleek niet binnen het budget van [de klant] te kunnen. [de klant] heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat zij in overleg is getreden met [architectenbureau] over aanpassing van het ontwerp op het punt van de kelder. [de klant] heeft in overleg met [architectenbureau] al aangegeven van de kelder af te willen zien, omdat de realisatie daarvan niet binnen het budget paste. In die zin is er sprake geweest van overleg en daarmee is geen sprake van een schending van artikel 4.2 van de algemene voorwaarden.
De rechtbank wijst het gevorderde gebod tot geven van de toestemming toe op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag met een maximum van € 10.000,00.
Buitengerechtelijke incassokosten
[de klant] vordert een bedrag van € 1.809,18 aan buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [de klant] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [de klant] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Gelet op de hoofdsom bedraagt het op grond van het Besluit toewijsbare bedrag € 1.709,18. Dit bedrag zal worden toegewezen, net als de over de buitengerechtelijke incassokosten gevorderde wettelijke rente.
Proceskosten
[architectenbureau] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de klant] worden begroot op:
– kosten van de dagvaarding
€
146,80
– griffierecht
€
1.374,00
– salaris advocaat
€
2.428,00
(2 punten × € 1.214,00)
– nakosten
€
139,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.087,80
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in (voorwaardelijke) reconventie
Omdat de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld wordt vervuld, komt de rechtbank toe aan beoordeling daarvan. De vordering tot schadevergoeding is niet (of onvoldoende) onderbouwd door [architectenbureau] , zowel niet wat betreft de grondslag als wat betreft de gestelde schade. De vordering wordt afgewezen.
[architectenbureau] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de klant] worden begroot op:
– salaris advocaat
€
1.214,00
(2 punten × factor 0,5 x € 1.214,00)
– nakosten
€
139,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.353,00
2De beslissing
De rechtbank
in conventie
veroordeelt [architectenbureau] om aan [de klant] te betalen een bedrag van € 93.418,05, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over:
– een bedrag van € 45.360,48 met ingang van 30 september 2024,
– een bedrag van € 48.057,57met ingang van 2 januari 2025,
telkens tot de dag van volledige betaling,
gelast [architectenbureau] om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis aan [de klant] schriftelijk toestemming te verlenen om het ontwerp dat [architectenbureau] per datum opzegging heeft vervaardigd te realiseren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [architectenbureau] niet voldoet aan dit gebod, met een maximum van € 10.000,00,
veroordeelt [architectenbureau] om aan [de klant] te betalen een bedrag van € 1.709,18 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [architectenbureau] in de proceskosten van € 4.087,80, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
veroordeelt [architectenbureau] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in (voorwaardelijke) reconventie
wijst de vorderingen van [architectenbureau] af,
veroordeelt [architectenbureau] in de proceskosten van € 1.353,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie
veroordeelt [architectenbureau] tot betaling van € 92,00 plus de kosten van betekening als [architectenbureau] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [architectenbureau] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de daarin opgenomen veroordelingen en dat wat gelast is uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. Römers en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de rechter.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...