ECLI:NL:RBZWB:2025:5572 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-08-2025 / 11509420 CV EXPL 25-374 (E)
Eisende partij vordert schadevergoeding wegens niet nakoming van een gesloten koopovereenkomst voor een auto. De wederpatij betwist dat er een koopovereenkomst is gesloten en een gesloten koopovereenkomst is onvoldoende onderbouwd. De vordering wordt afgewezen.
7 min de lecture · 1 356 mots
Inhoudsindicatie. Eisende partij vordert schadevergoeding wegens niet nakoming van een gesloten koopovereenkomst voor een auto. De wederpatij betwist dat er een koopovereenkomst is gesloten en een gesloten koopovereenkomst is onvoldoende onderbouwd. De vordering wordt afgewezen.
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11509420 \ CV EXPL 25-374
Vonnis van 6 augustus 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. P.F.M. Gulickx,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AUTOBEDRIJF VAN MOSSEL B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Waalwijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Van Mossel,
gemachtigde: mr. J. Trompert, bedrijfsjurist bij Van Mossel Automotive Group.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het incidenteel vonnis van 16 april 2025 en de daarin genoemde processtukken;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
Op 22 juni 2024 heeft [eiser] de Volkswagen vestiging van Van Mossel te [plaats 2] bezocht om aangeboden tweedehands auto’s te bekijken. Onder meer werd op dat moment een witte Volkswagen Caddy van het bouwjaar 2018 aangeboden met [kenteken] (hierna: het voertuig) voor een bedrag van € 10.392,00.
[eiser] is bij het bezoek te woord gestaan door de heer [naam] en zij hebben gesproken over het voertuig.
Op 22 juni 2022 heeft [eiser] een financieringsaanvraag ingediend bij Van Mossel Financiële Diensten voor het voertuig voor een bedrag van € 10.932,00.
Op 24 juni 2024 nam [naam] telefonisch contact op met [eiser] en gaf aan dat het voertuig aan een derde is verkocht nadat [eiser] op 22 juni 2024 de vestiging te [plaats 2] had verlaten.
De financieringsaanvraag die [eiser] had gedaan, heeft hij na het verzoek van Van Mossel Financiële Diensten om aanvullende gegevens op 24 juni 2024 niet meer afgerond.
Op 1 juli 2024 heeft [eiser] een ingebrekestelling aan Van Mossel gezonden tot nakoming van de volgens hem gesloten koopovereenkomst voor het voertuig binnen drie dagen en bij niet nakoming een schadevergoeding gevorderd van € 10.758,00. Als reactie op de ingebrekestelling heeft Van Mossel bij brief van 4 juli 2024 betwist dat er een koopovereenkomst is gesloten met [eiser] voor het voertuig.
De gemachtigde van [eiser] heeft Van Mossel bij brief van 25 oktober 2024 gesommeerd tot betaling van het bedrag van € 10.758,00 binnen veertien dagen na ontvangst van de brief. Van Mossel heeft niet aan de sommatie voldaan.
3Het geschil
[eiser] vordert – samengevat – dat Van Mossel wordt veroordeeld tot betaling van:
een bedrag van € 10.758,00 dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 8 november 2024 tot het moment van algehele betaling;
de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.067,92 dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
de kosten van de procedure.
Van Mossel voert verweer. Van Mossel concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
[eiser] stelt op 22 juni 2024 een mondelinge koopovereenkomst te hebben gesloten met [naam] voor het voertuig voor een bedrag van € 10.392,00. Hij stelt dat Van Mossel het voertuig heeft aangeboden voor voornoemd bedrag en hij dat aanbod heeft aanvaard. [eiser] stelt dat de koopovereenkomst ook volgt uit de door [naam] namens hem ingediende financieringsaanvraag die dag. [eiser] stelt dat Van Mossel door verkoop van het voertuig aan een derde tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en schadevergoeding verschuldigd is.
Van Mossel betwist dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen met [eiser] . Van Mossel betwist dat met een in de showroom tentoongestelde auto een bindend aanbod wordt gedaan en voert aan dat enkel een uitnodiging tot onderhandeling is
gedaan. Volgens Van Mossel heeft [eiser] nooit aangegeven het voertuig te willen kopen en wilde hij het voertuig niet reserveren. Daarnaast voert Van Mossel aan dat het doen van een financieringsaanvraag los staat van een eventuele koop en nergens uit blijkt dat de financieringsaanvraag door een verkoper van Van Mossel is ingevuld.
Uitgangspunt is dat een overeenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding daarvan (artikel 6:217 Burgerlijk Wetboek (BW)). Dat brengt mee dat er tussen partijen wilsovereenstemming moet zijn over de elementen die essentieel zijn voor het ontstaan van de overeenkomst (artikel 3:33 BW). Of sprake is van wilsovereenstemming over de essentialia, hangt af van wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Van aanbod en aanvaarding kan ook sprake zijn, als de ene partij gerechtvaardigd mocht denken dat de andere partij een aanbod of aanvaarding deed (artikel 3:35 BW).
Omdat [eiser] degene is die stelt dat er een koopovereenkomst is gesloten en hij dus het rechtsgevolg van zijn stelling inroept, ligt het op zijn weg om feiten te stellen waaruit het ingeroepen rechtsgevolg kan worden afgeleid. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] daar niet (voldoende) aan heeft voldaan. Voor zover [naam] een voldoende concreet aanbod tot koop van het voertuig heeft uitgegaan, geldt dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat hij dat aanbod dan heeft aanvaard. [eiser] blijft over de aanvaarding vaag en algemeen. Bij dagvaarding stelt [eiser] slechts dat het aanbod van Van Mossel mondeling is aanvaard door hem en er een financieringsaanvraag bij Van Mossel is ingevuld op 22 juni 2024 door [naam] . Zoals Van Mossel aanvoert, is een financieringsaanvraag alleen een onvoldoende aanwijzing dat [eiser] het aanbod heeft aanvaard. Te meer omdat [eiser] zelf stelt dat er geen opschortende of ontbindende voorwaarde is afgesproken en dus dat de gestelde overeenkomst niet afhankelijk is van een financiering. [eiser] stelt bij conclusie van repliek dat hij redelijkerwijs mocht aannemen dat tijdens zijn bezoek op 22 juni 2024 een mondelinge koopovereenkomst is gesloten omdat het voertuig beschikbaar was en er geen aanwijzingen waren van verkoop aan een derde. Feiten waaruit volgt hoe de aanvaarding is verlopen en wat [eiser] dan heeft verklaard, heeft hij ook niet bij conclusie van repliek toegelicht. De door Van Mossel gestelde verkoop aan een derde, waarover volgens [eiser] strijdig zou zijn verklaard, is niet relevant voor deze zaak want het gaat er om of partijen door aanbod en aanvaarding een koopovereenkomst hebben gesloten voor het voertuig. De stelling van [eiser] dat Van Mossel in strijd met de waarheid cruciale informatie heeft achtergehouden over verkoop aan een derde is dan ook onjuist. Wegens onvoldoende onderbouwing door [eiser] wordt niet toegekomen aan bewijslevering. Dit betekent dat niet uitgegaan kan worden van een koopovereenkomst tussen partijen voor het voertuig. Daardoor is ook geen sprake van tekortschieten van Van Mossel en schadeplichtigheid op die grond.
Bij conclusie van repliek beroept [eiser] zich ook op een onrechtmatige daad van Van Mossel. Ook deze grond slaagt niet omdat de gestelde overeenstemming over de koopprijs zoals hiervoor overwogen, niet is komen vast te staan. Het stond Van Mossel daarom vrij om het voertuig aan een derde te verkopen en Van Mossel had geen plicht om [eiser] te informeren dat de koop met de derde niet doorging.
Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van [eiser] tot betaling van de hoofdsom wordt afgewezen. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden daarom ook afgewezen.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Van Mossel worden begroot op:
– salaris gemachtigde
€
812,00
(2 punten × € 406,00)
– nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
947,00
5De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.
Voetnoten
- HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5352
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...