ECLI:NL:RBZWB:2025:6066 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-09-2025 / 03-175494-21 (ontneming)
Vordering wordt afgewezen omdat het bedrag dat met de uitkering aan schuldeisers in het faillissement en de faillissementskosten gemoeid was hoger ligt dan het door het Openbaar Ministerie gevorderde ontnemingsbedrag.
3 min de lecture · 495 mots
Inhoudsindicatie. Vordering wordt afgewezen omdat het bedrag dat met de uitkering aan schuldeisers in het faillissement en de faillissementskosten gemoeid was hoger ligt dan het door het Openbaar Ministerie gevorderde ontnemingsbedrag.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 03-175494-21
vonnis van de rechtbank d.d. 10 september 2025
in de ontnemingszaak tegen
[betrokkene]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963
wonende te [woonadres]
raadsman mr. A.G. van den Biezenbos, advocaat te Eindhoven
1De procedure
Betrokkene is op 10 september 2025 door de meervoudige kamer veroordeeld voor verduistering en valsheid in geschrift tot de in die uitspraak vermelde straf.
De officier van justitie, mr. J.E.L. van der Steen, heeft ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd.
De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 augustus 2025, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet kan zeggen wat nog precies het voordeel voor betrokkene is geweest, nu door betrokkene al heel veel is terugbetaald. De officier van justitie heeft gesteld dat de door haar gevorderde ontneming daardoor geen redelijk doel meer dient en dat de vordering daarom kan worden afgewezen.
3Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat de ontnemingsvordering een reparatoir karakter moet hebben en dat daaraan door de curator in het faillissement al uitvoering is gegeven. Dit heeft geleid tot een substantiële uitkering van bijna de helft van de schade aan de slachtoffers en met die totale vergoeding is het ontnemingsbedrag in ruime mate overschreden. De verdediging heeft daarom verzocht om de vordering af te wijzen.
4Het oordeel van de rechtbank
Betrokkene heeft het faillissement van de vennootschap onder firma aangevraagd om de benadeelden zo veel mogelijk en zo gelijk mogelijk verdeeld schadeloos te stellen. In het faillissement heeft uiteindelijk een uitkering aan de concurrente schuldeisers plaatsgevonden van ruim 47%. Daarmee is een substantieel deel van de ontstane schade vergoed Daarnaast zijn in het faillissement kosten voor de afwikkeling gemaakt, waaronder het salaris voor de curator. Het bedrag dat met de uitkering en de faillissementskosten gemoeid was, ligt hoger dan het door het Openbaar Ministerie gevorderde ontnemingsbedrag. De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen, of er per saldo sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel en zo ja, hoe groot dit voordeel is.
De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie daarom afwijzen.
5De beslissing
De rechtbank:
– wijst de vordering van de officier van justitie d.d. 15 januari 2025, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L.J. Martens, voorzitter, mr. T.M. Brouwer en mr. D.S.G. Froger, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier F.J.M. Nouws en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 september 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...