Décisions de justice publiées par le cabinet
-
Gerechtshof Den Haag, 23 décembre 2019, n° 2200093319
Voorbereidingshandelingen. Vuurwerkbesluit. Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2019:1651. Artikel 1.2.2 lid 5 onder c van het Vuurwerkbesluit is niet te beschouwen als een zelfstandige strafbepaling. Bevestiging vonnis: de wetgever heeft mede gelet op...
-
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 décembre 2019, n° AWB- 19_6103 VV en AWB- 19_5892
Gemeentewet.
-
Gerechtshof Amsterdam, 23 décembre 2019, n° 200.267.924/01 OK en 200.268.950/01 OK
OK, medezeggenschapsrecht en enquêterecht, de ondernemingsraad wordt niet ontvankelijk verklaard in zowel zijn WOR-verzoek als zijn enquêteverzoek voor zover deze zien op KPN B.V. en Koninklijke KPN N.V.; het WOR-verzoek...
-
Rechtbank Overijssel, 23 décembre 2019, n° ak_zwo_19_1052
Beëindiging WIA-uitkering. CVS/ME. Ongegrond beroep.
-
Raad van State, 20 décembre 2019, n° 201907408/1/V3
Bij besluit van 15 september 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
-
Raad van State, 20 décembre 2019, n° 201907849/2/V6
Bij besluit van 7 mei 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [verzoeker] ingetrokken. Het verzoek van [verzoeker] strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening...
-
Rechtbank Amsterdam, 20 décembre 2019, n° AWB - 19 _ 6133
Voorzieningenrechter. Intrekking jachtakte op basis van de resultaten van de e-screener. Toewijzing voorlopige voorziening. Schorsing bestreden besluit.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 18/05272
art. 3.146 Wet IB 2001; begrip “rentedragend worden”, nabetaling salaris, progressienadeel
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/02158
Pleitbaar standpunt en verzuimboete. Art. 67c AWR, par. 4 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst en art. 32bd Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013; Crisisheffing)
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/02664
Art. 16 AWR; kwade trouw of nieuw feit.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/02667
Art. 16 AWR; kwade trouw of nieuw feit.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/04515
Wrakingsverzoek. Artt. 8:15 en 8:18, lid 4, Awb. Wraking van wrakingskamer, rolraadsheer en (waarnemend) griffier.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/01787
HR: 81.1 RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/00149
HR: 81.1 RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/00130
HR: 81.1 RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/00143
HR: 81.1 RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/00146
HR: 81.1 RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/00145
HR: 81.1 RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/00144
HR: 81.1 RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/03071
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/04681
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/00924
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/00033
art. 3.146 Wet IB 2001; begrip “rentedragend worden”, ten onrechte ontvangen uitkering, negatief loon
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/01700
art. 3.146 Wet IB 2001; nabetaald salaris, begrip “rentedragend worden”, vorderbaar en inbaar, progressienadeel
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/02898
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/02899
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
-
Hoge Raad, 20 décembre 2019, n° 19/03748
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
-
Rechtbank Noord-Nederland, 20 décembre 2019, n° 19/1891
Artikel 43 Zorgverzekeringswet. Omzetting stakingswinst niet zijnde een FOR in een lijfrente. Aftrek van lijfrentepremies bij het bepalen van de inkomensafhankelijke bijdrage. Naar het oordeel van de rechtbank is geen...
-
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 décembre 2019, n° AWB - 18 _ 3196
Artikel 15 eerste lid, onderdeel g van de WBR. Verkrijging van woning niet vrijgesteld omdat geen sprake is van een gezamenlijke verkrijging dus geen gemeenschap in de zin van titel...
-
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 décembre 2019, n° AWB - 19 _ 2932 en 19_3709
Artikel 6:11 Awb. Artikel 9:6 Wet IB 2001. Zorgvuldigheidsbeginsel. Termijnoverschrijding en fraude. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat sprake is van fraude door de vader, zoals door belanghebbende gesteld, is sprake van...