ECLI:NL:HR:2026:623 Hoge Raad , 14-04-2026 / 25/00080
Caribische zaak, strafrechtelijk onderzoek “Avestrus”. Medeplegen oplichting van land Aruba bij afgifte van optierechten op percelen en vestiging van erfpacht op die percelen (art. 2:305 SrA), passieve ambtelijke omkoping door geldbedrag en betalingen aan te nemen voor bouw van gym, toegangshek en verbouwing aan zijn woning (art. 2:351 SrA), en misbruik van functie door giften aan te nemen met ...
3 min de lecture · 533 mots
Inhoudsindicatie. Caribische zaak, strafrechtelijk onderzoek “Avestrus”. Medeplegen oplichting van land Aruba bij afgifte van optierechten op percelen en vestiging van erfpacht op die percelen (art. 2:305 SrA), passieve ambtelijke omkoping door geldbedrag en betalingen aan te nemen voor bouw van gym, toegangshek en verbouwing aan zijn woning (art. 2:351 SrA), en misbruik van functie door giften aan te nemen met het oog op verkrijgen van voorkeursbehandeling bij verlenen van optierechten en erfpachtrechten (art. 2:354 SrA) in periode 2014-2017 in Aruba door toenmalige minister. Vrijspraak in eerste aanleg van oplichting, deel van omkoping en misbruik van functie. Bewijsklachten oplichting, omkoping en misbruik van functie. Kon hof oordelen dat verdachte samen met anderen oplichting heeft gepleegd, nu het verdachte is die door oplichting tot afgifte is bewogen?
Inhoudsindicatie. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uitgangspunt van klacht dat hof heeft geoordeeld dat verdachte zowel oplichter als degene die is bewogen tot afgifte is geweest, berust op verkeerde lezing van vonnis hof en mist feitelijke grondslag, nu hof heeft geoordeeld dat andere personen die voor land Aruba werkten (medewerkers van Directie Infrastructuur & Planning) zijn bewogen tot afgifte van optie- en erfpachtrechten en dat daarmee land Aruba is bewogen tot afgifte.
Inhoudsindicatie. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02922 C en 25/00078 C.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00080 C
Datum 14 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 juli 2024, nummer H-70/23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel komt met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring van de feiten 1, 3 en 4.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.4 tot en met 2.33.
3Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...