ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.12
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.12 Rolnummer: P.26.0521.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 213 - laatst gezien 2026-05-18 13:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(en) nog niet...
5 min de lecture · 1,006 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Hof van Cassatie
Vonnis/arrest van 05 mei 2026
ECLI nr:
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.12
Rolnummer:
P.26.0521.N
Zaak:
C.
Kamer:
2N – tweede kamer
Rechtsgebied:
Strafrecht
Invoerdatum:
2026-05-08
Raadplegingen:
212 – laatst gezien 2026-05-18 12:22
Versie(s):
Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar
Fiche
Samenvatting(en) nog niet beschikbaar
Thesaurus CAS:
BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ – KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ
Tekst van de beslissing
Nr. P.26.0521.N
J. C.,
geïnterneerde,
eiser,
met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie Antwerpen.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Gent, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 2 april 2026.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 24 april 2026 ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie ingediend.
Op de rechtszitting van 5 mei 2026 heeft voorzitter Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Middel
1. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 5.1.e EVRM en artikel 2 Interneringswet: het vonnis dat beslist tot opsluiting in een gevangenis van de eiser, die volgens de vaststellingen van het vonnis een hoge behandel- en beveiligingsnood heeft, schendt zo de vermelde bepalingen; de opsluiting van een geesteszieke is slechts rechtmatig in de zin van artikel 5.1.e EVRM indien zij geschiedt in een hospitaal, kliniek of aangepaste instelling; het verwijderen van een zwaar geesteszieke patiënt uit een forensisch psychiatrisch centrum (hierna FPC), waar hij al zeven jaar verblijft, tegen het advies van zijn behandelaars in, enkel en alleen omdat de Belgische Staat in een ontoereikend zorgaanbod voorziet, is juridisch noch menselijk te verantwoorden; een wederopsluiting van de eiser, die geen recht op verblijf heeft in België, in de gevangenis betekent terug naar af, namelijk naar een onaangepaste instelling en het stopzetten van de behandeling; het vonnis gaat voorbij aan de zware geestesziekte waar de eiser mee kampt.
2. De artikelen 3, 5.1.e en 13 EVRM verzetten zich niet ertegen dat de kamer voor de bescherming van de maatschappij (hierna de kamer) die vaststelt dat de opname in een aan de toestand van een geïnterneerde aangepaste instelling, zoals een forensisch psychiatrisch centrum, niet langer een behandeldoel dient onder meer gelet op de weigering van de geïnterneerde om mee te werken aan de behandeling, een einde stelt aan die opname met het oog op de plaatsing van de geïnterneerde in een instelling waar niet langer de nadruk wordt gelegd op behandeling, maar wel op het bieden van externe controle, dagstructuur en levenskwaliteit. Uit die verdragsbepalingen kan geen verplichting worden afgeleid voor de overheid om een behandeling te verstrekken die onmogelijk het beoogde doel kan realiseren.
3. Het vonnis stelt vast dat de eiser niettegenstaande een jarenlang verblijf in het FPC op therapeutisch vlak geen enkele progressie heeft gemaakt, zijn psychotisch toestandsbeeld spijts de toegediende medicatie op de voorgrond blijft, hij niet deelneemt aan arbeidsblokken of therapie, hij groepsgesprekken links laat liggen, hij gestopt is met het volgen van Nederlandse les, hij geen netwerk heeft waarop hij kan terugvallen en het voor de behandelaars zo goed als onmogelijk is om met de betrokkene inhoudelijke gesprekken te voeren. Het oordeelt verder dat wat de reclassering van de eiser betreft het dossier muurvast zit aangezien er geen enkel vooruitzicht is op de uitwerking van een vervolgtraject. Het vonnis treedt ten slotte het openbaar ministerie bij in de vraag naar de zinvolheid van een verder verblijf in het FPC en of een behoud van die situatie nog wel te verantwoorden is, om op grond daarvan de overplaatsing te bevelen van de eiser naar de ABM Merksplas, die door de kamer wordt omschreven als de terugkeer naar een penitentiair milieu in afwachting van een terugkeer naar zijn land van herkomst. Aan de directeur wordt gevraagd ten laatste op 2 april 2027 advies uit te brengen.
4. Het enkele feit dat bij een geïnterneerde er geen of weinig vooruitgang is op therapeutisch vlak en dat er op het vlak van reclassering evenmin enig vooruitzicht is, kan in het licht van de uit de artikelen 3 en 5.1.e EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voortvloeiende verplichting om een geïnterneerde te plaatsen in een hospitaal, kliniek of aangepaste instelling, niet verantwoorden dat er een einde wordt gemaakt aan de plaatsing van die geïnterneerde in een forensisch psychiatrisch centrum en om zijn overplaatsing te bevelen naar een penitentiair milieu, waarmee de kamer te kennen geeft dat dit geen aan de toestand van de eiser aangepaste instelling is waar hij de nodige zorg zal ontvangen.
Het middel is in zoverre gegrond.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.
Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer voor de bescherming van de maatschappij, anders samengesteld.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 mei 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant.
PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.12
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...