ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.9

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.9 Rolnummer: P.25.1007.N Zaak: V. contra Architectenbureau SELS Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 253 - laatst gezien 2026-05-18 13:26 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche...

Source officielle

6 min de lecture 1,239 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Hof van Cassatie

Vonnis/arrest van 05 mei 2026

ECLI nr:

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.9

Rolnummer:

P.25.1007.N

Zaak:

V. contra Architectenbureau SELS

Kamer:

2N – tweede kamer

Rechtsgebied:

Strafrecht

Invoerdatum:

2026-05-08

Raadplegingen:

252 – laatst gezien 2026-05-18 12:42

Versie(s):

Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar

Fiche

Samenvatting(en) nog niet beschikbaar

Thesaurus CAS:

ONDERZOEK IN STRAFZAKEN – GERECHTELIJK ONDERZOEK – Regelmatigheid van de procedure

Tekst van de beslissing

Nr. P.25.1007.N
D. V.,
burgerlijke partij,
eiser,
met als raadsman mr. Senne Meeus, advocaat bij de balie Antwerpen,
tegen
1. ARCHITECTENBUREAU SELS bv, met zetel te 2440 Geel, Weidestraat 3, ON 0894.320.895,
inverdenkinggestelde,
2. BOUWWERKEN VAN DEN BERGH bv, met zetel te 3130 Begijnendijk, Raystraat 63, ON 0896.290.589,
inverdenkinggestelde,
verweersters,
met als raadsman mr. Gert Verreyt, advocaat bij de balie Antwerpen.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 juni 2025.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 20 april 2026 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie van het Hof.
Op de rechtszitting van 5 mei 2026 heeft raadsheer Steven Van Overbeke verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Ontvankelijkheid van de memorie van antwoord
1. Overeenkomstig artikel 429, derde lid, Wetboek van Strafvordering kan de verweerder in cassatie zijn antwoord slechts aanvoeren in een memorie die hij uiterlijk acht dagen voor de rechtszitting ter griffie van het Hof doet toekomen.
2. Deze termijn van acht dagen is een volle termijn, wat inhoudt dat acht volledig vrije dagen moeten worden gelaten tussen de dag van de indiening van de memorie en de dag van de rechtszitting. Indien de negende dag vóór de rechtszitting op een zaterdag, zondag of feestdag valt, moet de memorie ervoor zijn neergelegd.
3. De memorie van antwoord werd neergelegd op maandag 27 april 2026, dit is buiten de in artikel 429, derde lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn van ten minste acht dagen vóór de rechtszitting van 5 mei 2026, zodat die termijn verstreek op vrijdag 24 april 2026.
De memorie van antwoord is laattijdig en bijgevolg niet ontvankelijk.
Eerste middel
4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 17 Gerechtelijk Wetboek: met het oordeel dat eisers klacht met burgerlijkepartijstelling tegen de verweersters gebaseerd is op dezelfde telastlegging waarvoor hijzelf werd veroordeeld bij het in kracht van gewijsde gegane arrest van 19 januari 2022, namelijk het op zijn eigendom gepleegde stedenbouwkundig misdrijf, bestaande in het afbreken van de bestaande hoeve en het herbouwen in cellenbeton van het hoofdgebouw op een nieuw geplaatste vloerplaat in strijd met de vergunning van 30 mei 2016, verantwoorden de appelrechters niet naar recht dat de eiser de vergoeding vordert van schade die zijn oorsprong vindt in een door hemzelf gepleegd misdrijf, waarvoor hij werd veroordeeld, hij bijgevolg niet over een rechtmatig belang beschikt en zijn klacht met burgerlijkepartijstelling van meet af aan niet ontvankelijk is; de loutere omstandigheid dat de eiser zich in een ongeoorloofde toestand bevindt omdat hij zelf werd veroordeeld wegens het stedenbouwkundig misdrijf, impliceert niet dat hij zich ten aanzien van de verweersters als architect, respectievelijk als aannemer die de bewuste werken hebben uitgevoerd, niet kan beroepen op een rechtmatig belang; de eiser streeft ook niet het behoud na van een wederrechtelijke toestand, wat feitelijk ook niet mogelijk is, aangezien het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van het stedenbouwkundig misdrijf ingevolge de door het arrest van 19 januari 2022 bevolen herstelmaatregel inmiddels werd afgebroken; het arrest is dan ook onterecht en verkeerd gemotiveerd.
5. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de regeling van de rechtspleging.
6. Krachtens artikel 63, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan hij die beweert door een misdaad of een wanbedrijf te zijn benadeeld, daarover bij de onderzoeksrechter klacht doen en zich burgerlijke partij stellen. Het onderzoeksgerecht moet deze burgerlijkepartijstelling en de daardoor op gang gebrachte strafvordering evenwel onontvankelijk verklaren indien het oordeelt dat de burgerlijke partij niet aannemelijk maakt dat zij als gevolg van de feiten, voorwerp van de klacht met burgerlijkepartijstelling, schade heeft geleden of dat zij niet beschikt over een rechtmatig belang.
7. De loutere omstandigheid dat degene die zich benadeeld acht door een misdrijf zich in een ongeoorloofde toestand bevindt, heeft niet tot gevolg dat hij niet kan bogen op de krenking van een rechtmatig belang op grond waarvan hij klacht met burgerlijkepartijstelling kan doen.
8. Een burgerlijke partij beschikt evenwel niet over een rechtmatig belang wanneer haar burgerlijkepartijstelling uitsluitend gebaseerd is op feiten waarvoor zijzelf strafrechtelijk is veroordeeld. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheid dat de burgerlijkepartijstelling gericht is tegen derden die volgens de burgerlijke partij schuldig zijn als daders of deelnemers aan die feiten, noch door de omstandigheid dat de burgerlijke partij niet het behoud nastreeft van de door die feiten veroorzaakte wederrechtelijke toestand.
9. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht.
Tweede middel
10. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 63 Wetboek van Strafvordering en artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: met het oordeel dat de schade die de eiser als burgerlijke partij voorhoudt te hebben geleden niet rechtstreeks voortvloeit uit het misdrijf waarop de klacht met burgerlijkepartijstelling betrekking heeft maar louter uit de herstelvordering van de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur, verantwoordden de appelrechters niet naar recht dat de eiser niet aannemelijk maakt schade te hebben geleden ingevolge dat misdrijf en zijn klacht met burgerlijkepartijstelling bijgevolg onontvankelijk is; het onderscheid tussen rechtstreekse en onrechtstreekse schade is niet van belang voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van de burgerlijkepartijstelling, aangezien een burgerlijke partij ook gerechtigd is op de vergoeding van schade die slechts onrechtstreeks het gevolg is van het misdrijf waarvoor zij klacht doet.
11. Het met het eerste middel vergeefs bekritiseerde oordeel dat de eiser niet beschikt over een rechtmatig belang, schraagt de beslissing dat de burgerlijkepartijstelling niet ontvankelijk is.
Het middel, dat louter is gericht tegen het oordeel van de appelrechters over het bestaan van de schade, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 97,21 euro, waarvan 62,21 euro is verschuldigd.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 5 mei 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant.

PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.9

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.9

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.