ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.6
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Rechterlijke beslissing van 23 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.6 Rolnummer: COH A.R. 611.N Zaak: M. contra MINISTER VAN JUSTITIE Kamer: COH Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 122 - laatst gezien 2026-05-18 13:22 Fiche Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONWETTIGE...
7 min de lecture · 1,385 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Hof van Cassatie
Rechterlijke beslissing van 23 april 2026
ECLI nr:
ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.6
Rolnummer:
COH A.R. 611.N
Zaak:
M. contra MINISTER VAN JUSTITIE
Kamer:
COH
Rechtsgebied:
Strafrecht
Invoerdatum:
2026-05-08
Raadplegingen:
121 – laatst gezien 2026-05-18 11:37
Fiche
Thesaurus CAS:
VOORLOPIGE HECHTENIS – ONWETTIGE EN ONWERKZAME HECHTENIS – Schadeloosstelling
Tekst van de beslissing
In de zaak
COH. A.R. 611.N
van
M,
verzoeker,
met als raadsman mr. Koen Vaneecke, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Verbondstraat 99,
tegen
MINISTER VAN JUSTITIE, met kabinet te 1000 Brussel, Waterloolaan 115.
I. Bestreden uitspraak
1. De minister van Justitie heeft op 21 november 2025 de bestreden beslissing genomen.
II. Feiten
2. Op 15 juni 2024 beveelt de onderzoeksrechter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, verzoekers aanhouding wegens de invoer en handel van verdovende middelen in vereniging en wegens een verboden uitrusting van een voertuig met verborgen ruimten.
3. Het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, handhaaft bij arrest van 6 augustus 2024 de voorlopige hechtenis, maar beveelt de tenuitvoerlegging ervan onder de modaliteit van het elektronisch toezicht. Dit elektronisch toezicht gaat effectief in op 8 augustus 2024.
4. Bij beschikking van de raadkamer van 6 september 2024 wordt de verzoeker vrijgelaten onder voorwaarden. Bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 september 2024 wordt akte verleend van de afstand van het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen die beschikking. Op 20 september 2024 wordt de verzoeker effectief vrijgelaten, zij het onder voorwaarden.
5. Bij beschikking van de raadkamer van 15 oktober 2024 wordt de verzoeker verwezen naar de correctionele rechtbank voor de hem ten laste gelegde feiten.
6. Bij vonnis van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 14 november 2024 wordt de verzoeker vrijgesproken voor de hem ten laste gelegde feiten. Dit vonnis heeft kracht van gewijsde.
7. De verzoeker verbleef in hechtenis in de periode van 15 juni 2024 tot en met 20 september 2024, of in totaal 98 dagen, waarvan 55 dagen in de gevangenis en 43 dagen onder de modaliteit van het elektronisch toezicht.
III. Rechtspleging
A. Voor de minister van Justitie
8. De verzoeker heeft een verzoek tot vergoeding ingediend, ontvangen op 2 juni 2025, strekkende tot toekenning van een totaalbedrag van 14.475,96 euro wegens een onwerkzame hechtenis gedurende 97 dagen in de periode van 15 juni 2024 tot en met 20 september 2024, waarbij dit bedrag als volgt is samengesteld:
– materiële schade:
o inkomensverlies: 5.720,00 euro;
o reis met het gezin naar Dubai: 4.475,96 euro;
o telefoonkosten: 200,00 euro;
o kantinekosten: 200,00 euro;
– morele schadevergoeding: 3.880,00 euro, hetzij 40,00 euro per dag onwerkzame hechtenis.
9. Op 21 november 2025 beslist de minister om aan de verzoeker een morele schadevergoeding van 3.880,00 euro toe te kennen voor de door hem ondergane onwerkzame hechtenis gedurende 98 dagen in de periode van 15 juni 2024 tot en met 20 september 2024.
B. Voor de Commissie
10. De verzoeker heeft bij de Commissie een verzoekschrift ingediend, ontvangen op 19 januari 2026, waarin hij zijn oorspronkelijke aanspraak heeft aangepast in die zin dat hij voor de materiële schade in billijkheid een lagere vergoeding vordert van 5.720,00 euro. In totaal wordt voor zowel morele als materiële schade een vergoeding gevorderd van 9.600,00 euro.
11. De minister van Justitie heeft een memorie van antwoord ingediend die op het secretariaat van de Commissie is ontvangen op 30 januari 2026. Hierin verzoekt de minister het verzoekschrift tot hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond te verklaren en bijgevolg de ministeriële beslissing van 21 november 2025 te bevestigen.
12. Op de rechtszitting van 23 april 2025 heeft de voorzitter van het Hof van Cassatie verslag uitgebracht.
13. De verzoeker was afwezig en werd niet vertegenwoordigd op de rechtszitting.
14. Philip Brughmans attaché bij de federale overheidsdienst Justitie, is gehoord namens de minister van Justitie.
15. Plaatsvervangend magistraat Alain Winants heeft advies uitgebracht.
IV. Beslissing van de Commissie
16. Het verzoekschrift en de memorie van antwoord werden ingediend binnen de bij de wet bepaalde termijnen en zijn ontvankelijk.
17. Over de in aanmerking te nemen periode van onwerkzame hechtenis en over de morele schadevergoeding bestaat geen betwisting: de partijen zijn het erover eens dat de hechtenis in de periode van 15 juni 2024 tot en met 20 september 2024, hetzij 98 dagen, onwerkzaam is en dat aan de verzoeker hiervoor een morele schadevergoeding toekomt van 3.880,00 euro. De betwisting betreft bijgevolg uitsluitend het bedrag van de materiële schadevergoeding.
18. Volgens artikel 28, § 2, eerste en tweede lid, Wet Onwerkzame Hechtenis wordt het bedrag van de vergoeding vastgesteld naar billijkheid en met inachtneming van alle omstandigheden van openbaar en privaat belang.
19. Indien de persoon nog lopende vrijheidsstraffen heeft, worden de dagen van de voorlopige hechtenis die in aanmerking komen eerst toegerekend op de nog lopende vrijheidsstraffen. Het blijkt niet dat een toerekening in de zin van artikel 28, § 2, tweede lid, Wet Onwerkzame Hechtenis door de minister wordt gevraagd of aan de orde is, zodat de materiële schadevergoeding voor de door de verzoeker ondergane onwerkzame hechtenis als volgt wordt bepaald.
20. Inkomstenverlies dat de verzoeker heeft geleden door de onwerkzame hechtenis komt als materiële schade voor vergoeding in aanmerking. Het inkomstenverlies moet worden bepaald rekening houdend met de repercussie van de onwerkzame hechtenis op de concrete beroepsactiviteit van de verzoeker en de inkomsten die hij hieruit normaal ontving in de periode voorafgaand aan de hechtenis.
21. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de verzoeker voor zijn aanhouding een werkloosheidsuitkering ontving of een loon uit een tewerkstelling via contracten van bepaalde duur (telkens een week) als bediende. De laatste twee maanden voor zijn aanhouding (mei en juni 2024) genoot hij enkel een werkloosheidsuitkering.
22. Op grond van de voormelde elementen kan redelijkerwijs worden aangenomen dat de verzoeker ook tijdens de periode van de hechtenis inkomsten uit arbeid of een werkloosheidsuitkering zou hebben ontvangen indien hij niet van zijn vrijheid was beroofd. Hij heeft bijgevolg effectief een inkomstenverlies geleden, dat moet worden vergoed. Aangezien het op basis van de overgelegde stukken evenwel niet mogelijk is om exact te bepalen wat het nettoverlies is dat de verzoeker heeft geleden evenals rekening houdend met het feit dat de verzoeker niet in zijn onderhoud heeft moeten voorzien tijdens zijn verblijf in de gevangenis kan aan de verzoeker in billijkheid een vergoeding wegens inkomstenverlies van 3.000,00 euro worden toegekend.
23. De kosten voor een geboekte gezinsreis komen niet in aanmerking voor vergoeding op grond van de Wet Onwerkzame Hechtenis.
24. De verzoeker toont niet aan dat hij andere materiële schade in oorzakelijk verband met de onwerkzame hechtenis heeft geleden.
25. Het verzoek is bijgevolg gedeeltelijk gegrond.
DICTUM
De Commissie,
uitspraak doende in openbare zitting na behandeling met gesloten deuren,
verklaart het verzoek ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond,
hervormt de beslissing van de minister van Justitie van 21 november 2025 als volgt,
bepaalt de vergoeding voor de door de verzoeker ondergane onwerkzame hechtenis in de periode van 15 juni 2024 tot en met 20 september 2024, hetzij gedurende 98 dagen, op 3.880,00 euro voor morele schade en op 3.000,00 euro voor materiële schade.
Aldus door de Commissie van beroep inzake onwerkzame hechtenis uitgesproken in openbare rechtszitting 23 april 2026, waar aanwezig zijn de voorzitter van het Hof van Cassatie Filip Van Volsem, voorzitter, de eerste voorzitter van de Raad van State Wilfried Van Vaerenbergh, lid, de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies Peter Callens, lid, plaatsvervangend magistraat Alain Winants en de griffier Ayse Birant, secretaris.
PDF document ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.6
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...