ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.054
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.054 Rolnummer: A. 235492/IX-9995 Zaak: Arrest 259054 - O.C.M.W. - 07/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-12 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-10 23:43 Fiche Arrest nr 259.054 van 7 maart 2024 Sociale zaken...
8 min de lecture · 1 681 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 07 maart 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.054
Rolnummer:
A. 235492/IX-9995
Zaak:
Arrest 259054 – O.C.M.W. – 07/03/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-03-12
Raadplegingen:
98 – laatst gezien 2026-06-10 23:43
Fiche
Arrest nr 259.054 van 7 maart 2024 Sociale zaken en volksgezondheid –
O.C.M.W. Beslissing : Verwerping heropening debatten
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.054 no lien 276046 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 259.054 van 7 maart 2024
in de zaak A. 235.492/IX-9995
In zake : 1. het ACV OPENBARE DIENSTEN
2. M.D.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK
WELZIJN VAN OOSTENDE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Hans Plancke en Sietse Wils kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 19 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van:
“1/ [d]e beslissing d.d. 25 november 2021 uitgaande van de Vlaamse minister van Binnenlands bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen houdende de goedkeuring van de [beslissing van de] Raad voor maatschappelijk welzijn van de Stad Oostende van 30 augustus 2021
(2021_RMW_00036) Dienstverlening ‘Thuiszorg’ – behoeftenstudie –
overnemer – overeenkomst tot overdracht […]
2/ [h]et besluit d.d. 30 augustus 2021 (2021_RMW_00036) uitgaande van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van Oostende betreffende de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.054 IX-9995-1/7
dienstverlening ‘Thuiszorg’ – behoeftenstudie – overnemer –
overeenkomst tot overdracht.”
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partijen en de tweede verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 februari 2024.
Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Angelique Van de Meirssche, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de eerste verwerende partij en advocaat Hans Plancke, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Iris Verheven heeft advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De eerste verzoekende partij is een door de overheid erkende representatieve vakorganisatie in de zin van de wet van 19 december 1974 ‘tot
IX-9995-2/7
regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel’. Tweede verzoekster is secretaris van de eerste verzoekende partij.
3.2. Tot aan de tweede bestreden beslissing organiseert de tweede verwerende partij, met toepassing van artikel 60, § 6, van de wet van 8 juli 1976
‘betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn’, een dienst Thuiszorg, die bestaat uit de volgende activiteiten: gezinszorg (inclusief aanvullende thuiszorg en zorgcoördinatie), huishoudhulp, poetshulp en de verhuur van personenalarmen.
3.3. Op 1 april 2021 maakt de tweede verwerende partij haar voornemen kenbaar om de voormelde dienst Thuiszorg aan een “overnemer” over te dragen.
Tevens wordt in haar opdracht een behoeftenonderzoek uitgevoerd.
3.4. Twee kandidaat-overnemers dienen een offerte in.
Na onderhandelingen met de tweede verwerende partij leggen beide kandidaat-overnemers een finale offerte neer.
3.5. Op 17 augustus 2021 adviseert een stuurgroep van de tweede verwerende partij aan de raad voor maatschappelijk welzijn van Oostende om haar beoordelingsverslag, waarin zij tot het besluit komt dat de vzw i-mens de “beste finale offerte” heeft ingediend, goed te keuren, de dienst Thuiszorg aan deze kandidaat-overnemer over te dragen en het ontwerp van overdrachtsovereenkomst goed te keuren.
3.6. Op 30 augustus 2021 neemt de raad voor maatschappelijk welzijn van Oostende een aantal besluiten met betrekking tot de overdracht van de dienst Thuiszorg:
1) de goedkeuring van het behoeftenonderzoek van 17 augustus 2021;
IX-9995-3/7
2) de beslissing om, na kennisname van het beoordelingsverslag van de finale offertes, de dienst Thuiszorg per 1 januari 2022 aan de vzw i-mens over te dragen;
3) de goedkeuring van het ontwerp van overeenkomt tot overdracht van de dienst Thuiszorg.
Dat is de tweede bestreden beslissing.
3.7. Nadat tegen die beslissing onder meer door de eerste verzoekende partij een klacht wordt ingediend, beslist de Vlaamse minister bevoegd voor binnenlands bestuur op 25 november 2021 dat er “voor [z]ijn ambt geen redenen zijn om op te treden tegen het […] betwiste besluit in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht”.
Dat is de eerste bestreden beslissing.
3.8. In de schoot van het bijzonder onderhandelingscomité van 1 december 2021 worden de onderhandelingen tussen de tweede verwerende partij en de representatieve vakorganisaties met betrekking tot de overdracht van de dienst Thuiszorg afgesloten.
Er volgt een protocol van niet-akkoord tussen de tweede verwerende partij en de representatieve vakorganisaties – waaronder de eerste verzoekende partij – “met betrekking tot de overdracht zelf van de dienst Thuiszorg”.
De eerste verzoekende partij gaat wel akkoord met “de overdrachtsovereenkomst en garanties voor de continuïteit van de tewerkstelling en loon- en arbeidsvoorwaarden mits rekening te houden met de opmerkingen geformuleerd in de notulen van deze vergadering en met het protocol van niet-
akkoord met betrekking tot de overdracht van de dienst Thuiszorg” en met “de voorgestelde begeleidende maatregelen (december)”.
IX-9995-4/7
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
4.1. Met de tweede bestreden beslissing wordt de dienst Thuiszorg van het OCMW van Oostende aan de vzw i-mens overgedragen. De laatstgenoemde heeft bijgevolg belang bij de uitkomst van het huidige beroep.
Niettemin wordt vastgesteld dat de betrokken overnemer niet de mogelijkheid heeft gekregen om in deze procedure tussen te komen.
Er is dan ook aanleiding om het debat te heropenen teneinde de vzw i-mens, met toepassing van artikel 21bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de mogelijkheid te bieden om in de zaak tussen te komen.
4.2. Om de procedure evenwel niet méér dan nodig te vertragen, past het om de vzw i-mens, indien zij zou beslissen een verzoek tot tussenkomst in te dienen, te bevelen om dadelijk ook haar opmerkingen te laten gelden, zodat het verzoek tot tussenkomst kan gelden als memorie.
V. Ontvankelijkheid van het beroep
Ontvankelijkheid wat de eerste bestreden beslissing betreft
5. Wat voorafgaat, belet niet dat de Raad van State zich thans reeds, om proceseconomische redenen, uitspreekt over de exceptie die betrekking heeft op de eerste bestreden beslissing.
6. De verwerende partijen werpen ten aanzien van de eerste bestreden beslissing de exceptie op dat die beslissing een onthouding van de toezichthoudende overheid is om gebruik te maken van haar facultatieve bevoegdheid om op te treden en dat dit geen voor vernietiging vatbare handeling is.
7. Met de verwerende partijen wordt vastgesteld dat de eerste bestreden beslissing, die uitgaat van de toezichthoudende overheid, niet méér ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.054 IX-9995-5/7
inhoudt dan het besluit om niet op te treden in het kader van het – louter facultatief – algemeen bestuurlijk toezicht.
Volgens vaste rechtspraak van de Raad van State is een dergelijke beslissing geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling in de zin van artikel 14, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
Hoewel zij daarop ook in het auditoraatsverslag al werden gewezen, hebben de verzoekende partijen daaromtrent geen weerwerk geboden.
Integendeel, in hun laatste memorie verklaren zij “zich [te] kunnen aansluiten bij het verslag van de auditeur”.
8. De door de verwerende partijen opgeworpen exceptie met betrekking tot de eerste bestreden beslissing is derhalve gegrond.
9. Nu het lot van de eerste bestreden beslissing definitief is beslecht, is voor de Vlaamse Gemeenschap de voorliggende annulatieprocedure tot een einde gekomen. Wat in het dictum van dit arrest volgt in verband met de oproeping voor een nieuwe terechtzitting, richt zich derhalve niet tot haar.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep voor zover het is gericht tegen de eerste bestreden beslissing.
2. De verzoekende partijen zijn, elk voor de helft, aan de eerste verwerende partij een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro verschuldigd.
3. De Raad van State heropent het debat voor het overige.
4. Aan de vzw i-mens wordt een termijn van dertig dagen toegestaan, te rekenen vanaf de kennisgeving van dit arrest door de griffie van de Raad van State, om een verzoekschrift tot tussenkomst in te dienen en om in dit verzoekschrift haar opmerkingen te laten gelden.
IX-9995-6/7
5. De zaak wordt opnieuw opgeroepen op de openbare terechtzitting van 22 april 2024, om 10.00 uur.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-9995-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.054
Gerelateerde publicatie(s)
gevolgd door:
ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.261.918
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...