ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.455
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.455 Rolnummer: A. 242506/IX-10497 Zaak: Arrest 260455 - Varia (justitie) - 24/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-24 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-03 19:01 Fiche Arrest nr 260.455 van 24 juli 2024 Justitie...
6 min de lecture · 1,304 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 24 juli 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.455
Rolnummer:
A. 242506/IX-10497
Zaak:
Arrest 260455 – Varia (justitie) – 24/07/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-07-24
Raadplegingen:
89 – laatst gezien 2026-06-03 19:01
Fiche
Arrest nr 260.455 van 24 juli 2024 Justitie – Varia (justitie) Beslissing
: Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.455 no lien 278230 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER
nr. 260.455 van 24 juli 2024
in de zaak A. 242.506/IX-10.497
In zake: XXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Van de Steen kantoor houdend te 9300 Aalst Leopoldlaan 48
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrik De Maeyer en Daisy Daniels kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 17 juli 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie […] dd. 21 mei 2024, waarbij een ontslag van ambtswege werd opgelegd aan verzoeker die werkzaam was als penitentiair bewakingsassistent bij de gevangenis van Sint-Gillis”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
IX-10.497-1/5
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 juli 2024, om 9.30 u.
Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Tuur Van der Wee, die loco advocaat Ann Van de Steen verschijnt voor verzoeker, en advocaat Daisy Daniels, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet).
III. Feiten
3.1. Verzoeker is sinds 2005 tewerkgesteld als penitentiair bewakingsassistent in de gevangenis van Sint-Gillis.
3.2. In de loop van 2023 wordt tegen verzoeker een tuchtprocedure gestart. Op 6 december 2023 stelt het directiecomité van de Federale Overheids-
dienst Justitie voor om verzoeker de tuchtstraf op te leggen van het ontslag van ambtswege.
3.3. Verzoeker tekent beroep aan tegen dit voorstel. De Raad van Beroep inzake tuchtzaken voor ambtenaren adviseert op 8 mei 2024 om de tuchtstraf ‘ontslag van ambtswege’ te hervormen tot ‘verplaatsing bij tuchtmaatregel’.
IX-10.497-2/5
3.4. Met het bestreden besluit beslist de voorzitter van het directie-
comité van de Federale Overheidsdienst Justitie om het advies van de Raad van Beroep niet te volgen, en aan verzoeker het ontslag van ambtswege op te leggen.
IV. Voorwaarden voor de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid
4. De Raad van State kan bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestuurshandeling bevelen onder de dubbele voorwaarde dat minstens één middel wordt aangevoerd dat de nietig-
verklaring van de akte op het eerste gezicht kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing (artikel 17, § 1 en § 4, RvS-wet).
V. Onderzoek van de uiterst dringende noodzakelijkheid
5. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van de verdediging. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing onverenigbare karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, of door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ moet het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd een uiteenzetting bevatten van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen.
Het behoort dan ook aan de verzoekende partij om in het verzoekschrift aan de hand van precieze en concrete gegevens aannemelijk te ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.455 IX-10.497-3/5
maken dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas zou worden bevolen na het doorlopen van een gewone schorsingsprocedure, onherroepelijk te laat zou komen om de aangevoerde nadelen te vermijden of de belangen van de verzoekende partij veilig te stellen.
6. Verzoeker zet nergens op precieze en concrete wijze uiteen waarom de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien zij pas zou bevolen worden na een gewone schorsingsprocedure, onherroepelijk te laat zou komen.
Onder de titel “moeilijk te herstellen ernstig nadeel” wijst verzoeker op de nadelige gevolgen die hij zou ondervinden in afwachting van de uitspraak van de Raad van State over het beroep tot nietigverklaring : hij zou gehinderd worden in zijn recht op arbeid, hij zou inkomensverlies lijden en niet kunnen genieten van overheidssteun, hij zou een moreel nadeel lijden (aanhoudende stress, teleurstelling, verslechterde levenskwaliteit), en door zijn leeftijd niet gemakkelijk aan een degelijke baan kunnen geraken. Al deze aangevoerde schadelijke gevolgen worden door verzoeker echter enkel besproken als nadelen die moeilijk hersteld zouden kunnen worden met een vernietigings-
arrest dat pas na lange tijd zou worden uitgesproken. Verzoeker voert hiermee niet aan, laat staan dat hij aannemelijk zou maken, dat de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing ertoe zou leiden dat deze aangevoerde schade zich inmiddels onherroepelijk zou voordoen.
Het besluit dat verzoeker niet erin slaagt aannemelijk te maken dat zijn zaak een uiterst dringend karakter heeft, volgt eveneens uit de vaststelling dat verzoeker beweert op 10 juni 2024 in kennis te zijn gesteld van de bestreden beslissing, doch vervolgens vijf weken heeft gewacht met het indienen van zijn vordering bij de Raad van State, zonder voor dit stilzitten enige verklaring te verschaffen. Dit tijdsverloop tussen de kennisname van het bestreden besluit en het instellen van de vordering ondergraaft de stelling dat de zaak dermate spoedeisend is dat zij onmiddellijk moet worden behandeld.
IX-10.497-4/5
7. Bij gebreke aan gegevens die aannemelijk maken dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing, is niet voldaan aan de voorwaarden om de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te bevelen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit:
Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier.
De griffier De voorzitter
Johan Pas Francis Van Nuffel
IX-10.497-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.455
Gerelateerde publicatie(s)
gevolgd door:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.415
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...