ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067 Rolnummer: A. 238467/VII-41925 Zaak: Arrest 261067 - Kansspelen - 17/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-21 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-04 08:22 Fiche Arrest nr 261.067 van 17 oktober 2024 Justitie -...

Source officielle

20 min de lecture 4,335 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 17 oktober 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067

Rolnummer:

A. 238467/VII-41925

Zaak:

Arrest 261067 – Kansspelen – 17/10/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-10-21

Raadplegingen:

90 – laatst gezien 2026-06-04 08:22

Fiche

Arrest nr 261.067 van 17 oktober 2024 Justitie – Kansspelen Beslissing
: Verwerping

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067 no lien 279383 identiques

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VIIe KAMER
nr. 261.067 van 17 oktober 2024
in de zaak A. 238.467/VII-41.925
In zake : de NV DERBY
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled en Junior Geysens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de STAD MECHELEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Van Der Straten kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A, bus 10
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 20 februari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen van 5 december 2022 om geen convenant af te sluiten met de nv Derby voor het verder exploiteren van een kansspelinrichting klasse IV, op het adres Leopoldstraat 88 te Mechelen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Wendy Depester heeft op 4 september 2023 een verslag opgesteld.
VII-41.925-1/13
De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 mei 2024.
Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Junior Geysens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Christophe Coen, die loco advocaat Patrick Van Der Straten verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De verzoekende partij exploiteert een wedkantoor aan de Leopoldstraat 88 te Mechelen. Zij beschikt daartoe over een vergunning F2 die op 23 april 2020 door de Kansspelcommissie werd verleend voor een geldigheidstermijn van drie jaar.
3.2. Op 7 juni 2022 richt de verzoekende partij een aanvraag tot het stadsbestuur om een convenant af te sluiten voor de verdere exploitatie van de inrichting, zoals wordt vereist door de artikelen 43/4, § 1, vierde lid, en 43/5, eerste lid, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet).
VII-41.925-2/13
3.3. Op 27 juni 2022 neemt de gemeenteraad van de stad Mechelen een modelconvenant voor de exploitatie van een wedkantoor aan. Er wordt beslist om dit model als een uniform document te gebruiken zodat elk wedkantoor op het grondgebied van de stad Mechelen onder dezelfde modaliteiten open kan zijn.
Tegelijk wordt de bevoegdheid tot het afsluiten van afzonderlijke convenanten gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen.
In dat verband wordt gepreciseerd dat het college enkel bevoegd is “om individuele convenanten per wedkantoor af te sluiten en dit op basis van het goedgekeurde modelconvenant”.
3.4. De verzoekende partij dient op 19 augustus 2022 een door haar ondertekend (model)convenant in.
3.5. Op 20 juli 2022 levert de brandweer een brandveiligheidsattest B af.
3.6. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen legt op 29 augustus 2022 een kader vast waarbij het begrip ‘nabijheid’ uit de kansspelwet nader wordt ingevuld. Voor de afbakening van “de nabijheid in de Mechelse context” worden de volgende feitelijke elementen in aanmerking genomen:
“- Perimeter van 500 m wandelafstand tot plaatsen waar jongeren samen komen (jeugdhuizen, jeugdbewegingen, sportclubs, …), onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, …
– De focus moet liggen op locaties en verenigingen, zoals sportclubs waar specifiek jongeren elkaar treffen (cfr. leeftijdscategorie onder bullet 4 […]).
– In het kader van locatie onderzoek zal ook steeds gekeken worden naar o.a.
looplijnen, nabijheid van openbaar vervoerknooppunten aangezien Mechelen een centrumstad is en een uitgebreid aanbod heeft aan secundaire en hoger onderwijsinstellingen die heel wat pendelende scholieren en studenten aantrekt. Zo wordt ook de blootstelling aan potentieel gokken in kaart gebracht.
– Onder jongeren verstaan we personen tussen 16 en 30 jaar.
– Onder onderwijsinstellingen verstaan we in dit kader onderwijsinstellingen vanaf het secundair onderwijs t.e.m. hoger onderwijs. Primair onderwijs wordt hier buiten gelaten, gezien we lagere schoolkinderen niet als jongeren kunnen beschouwen. We verwijzen hiervoor graag naar rechtspraak van de Raad van State waaruit blijkt dat de vaststelling dat een wedkantoor gelegen is nabij onderwijsinstellingen voor middelbaar onderwijs op zich volstaat om ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067 VII-41.925-3/13
het convenant te weigeren. Hier is reeds rechtspraak rond, namelijk RvS, nr. 208.789 van 9 november 2010.
– Onder ziekenhuizen verwijst de wetgever specifiek naar ziekenhuizen of andere soorten instellingen waar verslavingsproblematieken worden behandeld.”
3.7. Op 5 december 2022 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen om met de verzoekende partij een convenant af te sluiten aangaande de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Leopoldstraat 88 te Mechelen.
Dit is de thans bestreden beslissing die als volgt is gemotiveerd:
“Voorgeschiedenis • 27 juni 2017: Goedkeuring van de aanpassing aan de Algemene Bestuurlijke Politieverordening (ABP) door de gemeenteraad, waarbij er een verplichte Uitbatingsvergunning voor Wedkantoren wordt opgelegd.
• 5 augustus 2019: het college (punt 80) beslist om geen vergunningen af te leveren voor wedkantoren.
• 25 mei 2021: Federale verplichting voor elk wedkantoor om een convenant af te sluiten met de gemeente waarin het wedkantoor gevestigd is, om een F2-vergunning van de Kansspelcommissie te kunnen bekomen.
• 17 februari 2020: toekenning uitbatingsvergunning wedkantoor aan Derby/Ladbrokes voor het kantoor aan de Leopoldstraat 78 te 2800
Mechelen.
• 25 mei 2021: inwerkingtreding federale verplichting voor exploitanten kansspelinrichtingen klasse IV die op 25 mei 2019 reeds over een kansspelvergunning F2 (wedkantoor) beschikten om een convenant te sluiten met de gemeente waarin het wedkantoor gevestigd is, als noodzakelijke vereiste om een hernieuwing van de F2-vergunning van de Kansspelcommissie te kunnen bekomen.
• 7 juni 2022: aanvraag wijziging uitbatingsvergunning Derby/Ladbrokes wegens adreswijziging. Het nieuwe adres is Leopoldstraat 88 te Mechelen.
• 13 juni 2022: collegebeslissing – agendapunt 38: verwijzing naar de gemeenteraad.
• 27 juni 2022: Gemeenteraad keurt het modelconvenant voor wedkantoren goed en delegeert de bevoegdheid tot het afsluiten van een convenant naar het college uitgezonderd de mogelijkheid tot het afwijken van de nabijheidsregels.
• 20 juli 2022: Derby nv, gelegen aan de Waversesteenweg 1100 bus 3 te 1160 Oudergem, met ondernemingsnummer BE 0407.042.484, vraagt tot het afsluiten van een convenant voor een wedkantoor aan de Leopoldstraat 88 te Mechelen. De vergunning F2 bij de kansspelcommissie moet in april 2023 vernieuwd worden.
Feiten en argumentatie ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067 VII-41.925-4/13
• Met de wet van 7 mei 2019 tot wijzing van de Kansspelwet werd in artikel 43/4 §1, vierde lid van de kansspelwet de convenantverplichting ingevoerd voor uitbatingen van vaste kansspelinrichtingen klasse IV. Het convenant bepaalt waar de kansspelinrichting wordt gevestigd alsook de nadere voorwaarden. Sinds 25 mei 2021 is het bijgevolg verplicht voor elke uitbater van een wedkantoor (=vergunningshouder F2, uitbater van een kansspelinrichting klasse IV) die op het moment van de inwerkingtreding van voorgaande wet op 25 mei 2019 reeds over een kansspelvergunning F2 (wedkantoor) beschikte, om bij de aanvraag tot het verkrijgen of hernieuwen van een vergunning F2 bij de kansspelcommissie een convenant toe te voegen dat werd gesloten tussen de kansspelinrichting klasse IV en de gemeente waar die inrichting gevestigd is.
• Stad Mechelen ontving een aanvraag van Derby nv, gelegen aan de Waverse Steenweg 1100 bus 3 te 1160 Oudergem, met ondernemingsnummer BE 0407.042.484, voor het afsluiten van een convenant voor een wedkantoor aan de Leopoldstraat 88 te Mechelen, met openingsuren van 10.30-22 uur. De aanvraag werd ingediend met het oog op het bekomen van een hernieuwing van de vergunning F2 bij de kansspelcommissie. Die vergunning laat de vergunninghouder toe om weddenschappen aan te nemen in de vaste kansspelinrichting klasse IV
(=wedkantoor met commerciële naam Ladbrokes), gelegen te Leopoldstraat 88.
• Artikel 43/5 5° van de Kansspelwet bepaalt dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, dit met het oog op het beschermen van potentiële spelers en het beperken van de sociale risico’s in verband met de ligging van het wedkantoor. De wetgever heeft hiermee een principieel verbod uitgevaardigd op het vestigen van een wedkantoor in de nabijheid van voormelde plaatsen, waarbij de lokale overheid over een discretionaire bevoegdheid beschikt om deze nabijheidsvoorwaarden naar eigen inzicht toe te passen bij de beslissing om een convenant te weigeren/af te sluiten. Het kader waarin de specifieke nabijheidsregels worden bepaald, werd op 29 augustus 2022
door het college goedgekeurd.
• Naar aanleiding van een in concreto onderzoek van de plaatsgesteldheid van de vestigingslocatie, nl. Leopoldstraat 88, blijken volgende gevoelige plaatsen en instellingen waar jongeren samen komen zich in de nabijheid van het wedkantoor te bevinden:
• Op ongeveer 190m afstand: Crescendo CVO – Campus Diploma secundair onderwijs, een Instelling voor tweedekansonderwijs, gelegen te Leopoldstraat 42;
• Op ongeveer 190m afstand: AP Hogeschool, een instelling voor hoger onderwijs, gelegen te Leopoldstraat 42;
• Op minder dan 100 meter: Centraal Station (De Lijn en NMBS), een druk openbaar vervoerknoopppunt dat dagelijks honderden pendelende scholieren en studenten aantrekt;
• Leerlingen van Crescendo CVO en AP Hogeschool, gelegen te Leopoldstraat 42, moeten voorbij het wedkantoor om naar het Centraal Station (De Lijn en NMBS) te gaan;
VII-41.925-5/13
• Op minder dan 100 meter: Koning Albertplein waar verschillende cafés gevestigd zijn die een ontmoetingsplaats voor jongeren vormen.
• De nabijheid van deze locaties is op zich voldoende om het convenant te weigeren, in toepassing van de hierboven vermelde wetsbepaling, aangezien het vermelden van de concrete afstand volstaat om te gewagen van de aantrekkingskracht die de kansspelinrichting uitoefent op scholieren en jongeren. Dit werd in het verleden reeds bevestigd door de Raad van State (zie arrest RvS, nr. 208.789 van 9 november 2010).
Vanwege de nagestreefde sociale bescherming van jongeren betreft de aangevraagde vestigingsplaats aldus een ongeschikte locatie gezien de kansspelwet uitdrukkelijk verbiedt dat kansspelinrichtingen gelegen zijn in de buurt van onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. Gelet op voorgaande wordt aan het college van burgemeester en schepenen gevraagd om het afsluiten van een convenant met de aanvrager te weigeren.
De nabijheid van deze locaties op zich volstaat om de weigering van het gevraagde convenant te verantwoorden.
Juridische grond • Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichting en de bescherming van de spelers: artikel 43/4, §1, 4de alinea en 43/5 5° en 6°.
• Besluit van de gemeenteraad betreffende de delegatie aan het college van burgemeester en schepenen van de bevoegdheid tot het afsluiten van convenanten voor wedkantoren, uitgezonderd de mogelijkheid tot het afwijken van de nabijheidsregels, goedgekeurd op 26 juni 2022.”
3.8. Deze beslissing wordt met een schrijven van 12 december 2022
aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. In dit schrijven wordt nog het volgende gesteld:
“Het college van Burgemeester en Schepenen heeft in zijn vergadering van 5 december 2022 besloten geen convenant af te sluiten met de bvba voor het wedkantoor, met de commerciële benaming Derby nv, gelegen aan de Leopoldstraat 88 te 2800 Mechelen.
[…]
Bovengenoemde beslissing van het college van Burgemeester en Schepenen is gebaseerd op volgende motieven:
1. Niet voldoen aan de voorwaarden van art. 43/5, 5° Kansspelwet. Op basis van dit wetsartikel mag een kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd zijn in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht.
In casu is het wedkantoor gelegen:
• Op ongeveer 190m afstand: Crescendo CVO – Campus Diploma secundair onderwijs, een Instelling voor tweedekansonderwijs, gelegen te Leopoldstraat 42;
• Op ongeveer 190m afstand: AP Hogeschool, een Instelling voor hoger onderwijs, gelegen te Leopoldstraat 42;
VII-41.925-6/13
• Op minder dan 100 meter: Centraal Station (De Lijn en NMBS), een druk openbaar vervoerknoopppunt dat dagelijks honderden pendelende scholieren en studenten aantrekt;
• Leerlingen van Crescendo CVO en AP Hogeschool (+18 jaar), gelegen te Leopoldstraat 42, moeten voorbij het wedkantoor om naar het Centraal Station (De Lijn en NMBS) te gaan;
• Op minder dan 100 meter: Koning Albertplein waar verschillende cafés gevestigd zijn die een ontmoetingsplaats voor jongeren vormen.
De nabijheid van deze locaties is op zich voldoende om het convenant te weigeren, in toepassing van de hierboven vermelde wetsbepaling, aangezien het vermelden van de concrete afstand volstaat om te gewagen van de aantrekkingskracht die de kansspelinrichting uitoefent op scholieren en jongeren. Dit werd in het verleden reeds bevestigd door de Raad van State (zie arrest RvS, nr. 208.789 van 9 november 2010).
Vanwege de nagestreefde sociale bescherming van jongeren betreft de aangevraagde vestigingsplaats aldus een ongeschikte locatie gezien de kansspelwet uitdrukkelijk verbiedt dat kansspelinrichtingen gelegen zijn in de buurt van onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht.
2. De gemeenteraad van de Stad Mechelen heeft in haar vergadering van 27 juni 2022, overeenkomstig art. 43/4 §1 van de Kansspelwet, de nadere voorwaarden bepaald waaronder een convenant kan worden afgesloten met een kansspelinrichting klasse IV op haar grondgebied. Eén van deze voorwaarden is dat kansspelinrichting aan alle verplichtingen inzake de Stedenbouw- en Milieuwetgeving moet voldoen. In casu heeft het wedkantoor echter een inbreuk op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening begaan: er werd zonder omgevingsvergunning publiciteit aangebracht op het gebouw Brusselsesteenweg 177 te Mechelen, hetwelk een beschermd monument is. Hiervoor werd op 05.05.2017 een Proces Verbaal Ruimtelijke Ordening opgesteld. Dergelijke niet vergunde publiciteit vergroot de aantrekkingskracht voor het gokken bij passanten, en jongeren in het bijzonder. […]”
IV. Ontvankelijkheid van het beroep
4. In haar laatste memorie werpt de verwerende partij op dat de verzoekende partij niet langer over een actueel belang beschikt bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing aangezien zij op 10 juli 2023 een brief van de verzoekende partij heeft ontvangen waarin sprake is van een “toekomstig verkooppunt” op het grondgebied van de stad Mechelen en van de “verhuis van ons bestaand verkooppunt”. De verwerende partij leidt uit de inhoud van deze brief af dat de verzoekende partij voor het wedkantoor aan de Leopoldstraat 88 te Mechelen geen convenant meer wenst af te sluiten.
VII-41.925-7/13
5. Uit de niet betwiste verklaringen ter terechtzitting blijkt dat (1) tot op heden geen convenant werd afgesloten voor de exploitatie van het wedkantoor op een andere vestigingsplaats in de stad Mechelen en (2) de verzoekende partij bevestigt dat zij nog steeds het wedkantoor, gelegen aan de Leopoldstraat 88 te Mechelen, wenst verder te exploiteren.
In de gegeven omstandigheden kan aan de verzoekende partij niet het vereiste belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing worden ontzegd.
6. De exceptie wordt verworpen.
V. Onderzoek van het enige middel
Standpunt van de partijen
7. De verzoekende partij voert in een enig middel de schending aan van de artikelen 43/4, 43/5 en 43/6 van de kansspelwet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: motiveringswet), van het zorgvuldigheidsbeginsel en van de materiëlemotiveringsplicht.
Zij stelt vast dat het verzoek tot het sluiten van een convenant onder meer werd geweigerd omdat het wedkantoor gesitueerd is in de nabijheid van een aantal “onderwijsinstellingen” en “plaatsen waar vooral jongeren samenkomen” en dat uit de bestreden beslissing kan worden afgeleid dat “alle plaatsen waar een vorm van onderwijs wordt aangeboden en waar potentieel jongeren (samen)komen of passeren” worden aangegrepen om het sluiten van een convenant te weigeren. De verwerende partij zou echter hebben nagelaten om “aan te geven of deze plaatsen moeten worden beschouwd als onderwijsinstellingen dan wel als plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”. Daardoor zou het nabijheidsverbod van artikel 43/5 van de kansspelwet worden veralgemeend door “zonder onderscheid elke plaats van onderricht en elke jongere in aanmerking te nemen”.
VII-41.925-8/13
Daarnaast argumenteert de verzoekende partij dat een aantal aangehaalde plaatsen niet wettig in aanmerking kunnen worden genomen als “onderwijsinstelling”, dan wel als “plaats waar vooral jongeren samenkomen”. Zij bekritiseert in dat verband de verwijzing in de bestreden beslissing naar “Crescendo CVO – Campus Diploma secundair onderwijs, een instelling voor tweedekansonderwijs, gelegen te Leopoldstraat 42” omdat deze instelling zich tot volwassenen richt, de verwijzing naar het “Centraal station (De Lijn en NMBS), een druk openbaar vervoerknooppunt dat dagelijks honderden pendelende scholieren en studenten aantrekt” omdat dit station door een zeer divers publiek wordt gebruikt en naar het “Koning Albertplein waar verschillende cafés gevestigd zijn die een ontmoetingsplaats voor jongeren vormen” omdat een openbaar plein in de stad net als het station door een zeer divers publiek wordt gefrequenteerd.
Tot slot wordt gesteld dat een stedenbouwkundige inbreuk de weigering tot het afsluiten van een convenant niet kan verantwoorden.
8. De verwerende partij antwoordt dat, voor zover het middel steunt op het feit dat in de begeleidende brief bij de kennisgeving van de bestreden beslissing gewag wordt gemaakt van een stedenbouwkundige inbreuk, geen kritiek wordt uitgebracht op een dragend motief van de bestreden beslissing. Voorts stelt zij dat de opsomming in de bestreden beslissing van onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, met vermelding van reële afstanden, volstaat om het convenant niet af te sluiten, dat het in de opgegeven motieven vermelde centrum voor volwassenenonderwijs evident een onderwijsinstelling is en dat ook een hogeschool bezwaarlijk anders kan worden gekwalificeerd. Daarnaast wordt specifiek verwezen naar het centraal station dat in de onmiddellijke nabijheid van het wedkantoor gelegen is waardoor dagelijks honderden scholieren en studenten langs de inrichting moeten passeren. Ter zake benadrukt de verwerende partij dat het begrip ‘jongere’ niet samenvalt met ‘minderjarige’ en dat bijvoorbeeld Van Dale woordenboek refereert aan de categorie van personen tussen de leeftijd van 16 tot 30 jaar.
VII-41.925-9/13
9. In de memorie van wederantwoord neemt de verzoekende partij akte van de verklaring dat de beweerde stedenbouwkundige inbreuk geen decisief motief vormt voor de weigering om een convenant af te sluiten. Voorts blijft zij bij het standpunt dat het nabijheidsonderzoek niet voldoende accuraat werd uitgevoerd. Bijkomend voert zij aan dat de bestreden beslissing in wezen steunt op een algemene beleidsoptie om wedkantoren zo veel als mogelijk te weren op het grondgebied van de stad Mechelen en dat bij het nemen van de bestreden beslissing het nabijheidsverbod werd veralgemeend door zonder onderscheid elke plaats in aanmerking te nemen waar mogelijk jongeren aanwezig zijn. Tot slot herhaalt zij dat ‘CVO Crescendo – Campus Diploma secundair onderwijs’, waar tweedekansonderwijs wordt gegeven, niet beschouwd kan worden als een door de kansspelwet beschermde onderwijsinstelling en dat het Centraal Station kennelijk niet gekwalificeerd kan worden als een onderwijsinstelling of plaats die vooral door jongeren wordt bezocht.
10. In haar laatste memorie beklemtoont de verzoekende partij dat het op basis van de tekst van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet niet volstaat om de weigering tot het sluiten van een convenant te verantwoorden omdat “een bepaalde plaats door jongeren wordt bezocht, of dat jongeren hier voorbij moeten”.
Beoordeling
11. Artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de kansspelwet kent aan de gemeente een discretionaire bevoegdheid toe die onder meer betrekking heeft op de beoordeling van de plaats waar een kansspelinrichting kan worden gevestigd.
Op grond van voormelde bepaling moet de exploitatie van een vaste kansspelinrichting klasse IV immers geschieden krachtens een convenant dat “voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater”
waarin wordt bepaald “waar de kansspelinrichting wordt gevestigd”, alsook waarbij “de nadere voorwaarden, de openings- en sluitingsuren, de openings- en sluitingsdagen […] en wie het gemeentelijk toezicht waarneemt” worden vastgesteld. De beoordelingsbevoegdheid van de gemeente houdt in wezen in dat op grond van een in concreto onderzoek van de eigen en particuliere ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067 VII-41.925-10/13
omstandigheden van elke zaak, geval per geval wordt uitgemaakt of al dan niet een convenant kan worden gesloten. Artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de kansspelwet verplicht de gemeente van vestiging alleszins niet om elke aanvraag tot het sluiten van een convenant in te willigen en nog minder om aan een dergelijke aanvraag een positief gevolg te geven zonder acht te slaan op de in artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van dezelfde wet bedoelde prohibitieve nabijheid die vereist dat de “de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, [en] plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”.
12. De kansspelwet staat er niet aan in de weg dat de gemeente een algemeen kader aanneemt waarin de aandachtspunten kenbaar worden gemaakt die een rol zullen spelen bij de uitoefening van de haar door de wet toegekende discretionaire beoordelingsbevoegdheid in particuliere gevallen. Er moet worden erkend dat het aannemen van een dergelijke algemene gedragslijn kan bijdragen tot een eenvormige en transparante uitoefening van de discretionaire beoordelingsbevoegdheid door het lokaal bestuur. De gedragslijn mag evenwel niet het karakter aannemen van een stringente en absoluut bindende regel waardoor de inhoud en de strekking van de te nemen beslissing in een individueel geval rechtstreeks voortvloeit uit de dwingende toepassing van de algemene beleidslijn, zonder acht te slaan op de concrete gegevens van de zaak.
13. In dit geval is de weigeringsbeslissing op decisieve wijze gestoeld op een in concreto onderzoek van de nabijheid van het wedkantoor waarbij wordt vastgesteld dat “[zich] gevoelige plaatsen en instellingen waar jongeren samen komen […] in de nabijheid van het wedkantoor […] bevinden”. In het bijzonder wordt verwezen naar “Crescendo CVO – Campus Diploma secundair onderwijs, een Instelling voor tweedekansonderwijs”, gelegen op een afstand van 190 meter, naar “AP Hogeschool, een instelling voor hoger onderwijs” eveneens gelegen op een afstand van ongeveer 190 meter, naar “Centraal Station (De Lijn en NMBS), een druk openbaar vervoerknoopppunt dat dagelijks honderden pendelende scholieren en studenten aantrekt”, gelegen op minder dan 100 meter, en tot slot naar het “Koning Albertplein waar verschillende cafés gevestigd zijn die een ontmoetingsplaats voor jongeren vormen” op een afstand van minder dan ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067 VII-41.925-11/13
100 meter. Bovendien wordt erop gewezen dat de “leerlingen van Crescendo CVO
en AP Hogeschool […] voorbij het wedkantoor [moeten] om naar het Centraal Station (De Lijn en NMBS) te gaan”.
14. Uit wat voorafgaat volgt dat de kritiek van de verzoekende partij dat de bestreden beslissing enkel zou steunen op de toepassing van een algemeen beleidskader om wedkantoren uit de stad Mechelen te weren, feitelijke grondslag mist.
Voorts wordt in de bestreden beslissing in eerste plaats verwezen naar de aanwezigheid van een aantal onderwijsinstellingen in de nabije omgeving van het wedkantoor. De verzoekende partij toont niet aan dat ‘Crescendo CVO –
Campus Diploma secundair onderwijs’ en ‘AP Hogeschool’ geen onderwijsinstellingen zijn in de zin van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet. Naar luid van voormelde bepaling vormen onderwijsinstellingen trouwens een afzonderlijke categorie van te beschermen plaatsen die onderscheiden moeten worden van “plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”. In het licht van de beschermingsdoelstellingen van de kansspelwet is het dus niet relevant dat ‘Crescendo CVO’ een instelling voor tweedekansonderwijs is waarvan het onderwijsaanbod is gericht op (jong)volwassenen (18+). De overweging dat de studenten van Crescendo CVO en AP Hogeschool het wedkantoor moeten passeren op de weg naar het Centraal Station (De Lijn en NMBS), betekent overigens niet dat de verwerende partij het Centraal Station heeft aangemerkt als een plaats die vooral door jongeren wordt bezocht, maar wel dat het wedkantoor door zijn specifieke ligging een bijzondere aantrekkingskracht kan uitoefenen op de studenten van beide onderwijsinstellingen die er voorbijkomen.
De ligging van het wedkantoor in de nabijheid van twee onderwijsinstellingen volstaat op zich om het sluiten van het gevraagde convenant te weigeren. In die omstandigheden is het niet nodig ook de kritiek op het motief aangaande de nabijheid van het Koning Albertplein “waar verschillende cafés gevestigd zijn die een ontmoetingsplaats voor jongeren vormen” te onderzoeken.
De kritiek op een overtollig weigeringsmotief kan immers niet tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing leiden.
VII-41.925-12/13
15. Tot slot bevat de bestreden beslissing zelf geen weigeringsmotief dat gestoeld is op een beweerde overtreding van de stedenbouwkundige voorschriften. Kritiek op een niet bestaand motief kan evenmin tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing leiden.
16. Het enige middel is niet gegrond.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Carlo Adams
VII-41.925-13/13

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.067

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.