ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.070

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.070 Rolnummer: A. 242135/VII-42549 Zaak: Arrest 261070 - Milieuvergunningen - 17/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-29 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-04 08:24 Fiche Arrest nr 261.070 van 17 oktober 2024 Ruimtelijke ordening,...

Source officielle

8 min de lecture 1,693 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 17 oktober 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.070

Rolnummer:

A. 242135/VII-42549

Zaak:

Arrest 261070 – Milieuvergunningen – 17/10/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-10-29

Raadplegingen:

94 – laatst gezien 2026-06-04 08:24

Fiche

Arrest nr 261.070 van 17 oktober 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Milieuvergunningen Beslissing
: Verwerping

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.070 no lien 279386 identiques

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 261.070 van 17 oktober 2024
in de zaak A. 242.135/VII-42.549
In zake: de NV ELECTRABEL GREEN PROJECTS FLANDERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Laurens De Brucker kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 23 mei 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de gewestelijk omgevingsambtenaar van 25 maart 2024 “houdende de weigering tot akteneming van de mededeling met vraag tot omzetting door de NV ELECTRABEL GREEN
PROJECTS FLANDERS […] met betrekking tot een milieuvergunning […] voor het exploiteren van een windturbinepark te 8870 Izegem, Lodewijk de Raetlaan –
Noordkaai (industriezone Mandeldal)”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
VII-42.549-1/6
Auditeur Benny De Sutter heeft op 22 augustus 2024 een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2024.
Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Patrik De Maeyer, die loco advocaat Laurens De Brucker verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Tim De Ketelaere, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Op 19 juni 2023 dient de verzoekende partij een aanvraag in tot omzetting van een milieuvergunning voor het exploiteren van een windturbinepark, gelegen in de industriezone ‘Mandeldal’ te Izegem, naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.
3.2. Het departement Omgeving verklaart de aanvraag op 16 augustus 2023 volledig en ontvankelijk.
3.3. Van 29 augustus 2023 tot 27 september 2023 vindt een openbaar onderzoek plaats over de vraag tot omzetting. Er worden geen bezwaarschriften ingediend.
VII-42.549-2/6
3.4. De wettelijk vereiste adviezen worden vervolgens ingewonnen.
3.5. Op 25 maart 2024 beslist de gewestelijk omgevingsambtenaar:
“Overeenkomstig het artikel 390, § 3 van het Omgevingsvergunningendecreet breng ik u er hierbij van op de hoogte dat vermelde mededeling tot omzetting niet in aanmerking kan worden genomen voor aktename: de mededeling is niet tijdig ingediend, namelijk tussen de 48
en 36 maanden voor het verstrijken van de vergunningstermijn (zie artikel 390, paragraaf 1, eerste lid, 1°).”
Dit is de thans bestreden beslissing.
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
4. De brief van de verzoekende partij van 25 juli 2024 “ter vervollediging van het dossier” is te beschouwen als een processtuk dat niet voorzien is in het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’.
Voormelde brief wordt dan ook uit het debat geweerd.
V. Onderzoek van de vordering
5. Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
VII-42.549-3/6
Spoedeisendheid
Uiteenzetting van de verzoekende partij
6. Over de spoedeisendheid van haar vordering zet de verzoekende partij het volgende uiteen:
“[…] Aangezien de verwerende partij niet enkel de bevoegde overheid is om de vraag tot omzetting te beoordelen, maar zij tevens de overheid is die belast is met het toezicht op en de handhaving van ingedeelde inrichtingen in het Vlaamse Gewest, moet […] worden vastgesteld dat het in het rechtsverkeer aanwezig blijven van de bestreden beslissing op korte termijn bijzonder nadelig zal zijn voor verzoekende partij.
[…] Indien de verwerende partij het foutieve uitgangspunt zou handhaven dat de geldigheidsduur van de milieuvergunning op 9 augustus 2024 zou verstrijken, dan zal zij er in het kader van haar toezichts- en handhavingsbevoegdheden toe gehouden zijn om verzoekende partij op voormelde datum te verplichten om te stoppen met exploiteren. In de foutieve lezing van de feiten door de verwerende partij zou verzoekende partij op 10 augustus 2024 immers een windproject uitbaten, zonder daarvoor over de noodzakelijke vergunning te beschikken, hetgeen niet is toegelaten en zelfs een milieumisdrijf betreft.
Het feit dat verzoekende partij haar windturbines niet meer zou mogen exploiteren, terwijl zij daarvoor wel degelijk over de noodzakelijke milieuvergunning beschikt, zal voorts zonder meer aanleiding geven tot economische schade in haren hoofde, die onomkeerbaar is. Het verlies aan energetische opbrengst kan achteraf immers niet worden gecompenseerd. De financiële verliezen die daaruit zouden voortvloeien evenmin.
Bovendien vloeit de schade die verzoekende partij zou lijden ook rechtstreeks voort uit de bestreden beslissing. Voor zover deze in het rechtsverkeer aanwezig blijft, zal de verwerende partij er immers geen abstractie van kunnen maken, aangezien artikel 159 van de Grondwet niet door het bestuur kan worden toegepast. Dienvolgens zal de verwerende partij in het kader van de uitoefening van haar toezichts- en handhavingsbevoegdheden dan ook niet anders kunnen dan hetzelfde standpunt te hanteren als datgene dat n.a.v. de aanvraag tot omzetting werd ingenomen. Het lijkt immers onwaarschijnlijk dat de verwerende partij er inzake de geldigheidsduur van de milieuvergunning plotsklaps een andere mening op na zou houden i.h.k.v. toezichts- en handhavingsbevoegdheden.
[…] Teneinde te vermijden dat verzoekende partij er ten onrechte toe verplicht zou worden om de exploitatie stop te zetten en zij ten gevolge daarvan financiële verliezen zou leiden, is het dan ook absoluut noodzakelijk dat de bestreden beslissing geschorst wordt. Er dient immers te allen tijde worden vermeden dat er op 9 augustus 2024 een beslissing in het rechtsverkeer aanwezig is die vertrekt vanuit de opvatting dat de geldigheidsduur van de milieuvergunning op voormelde datum zou zijn verstreken.
VII-42.549-4/6
Aangezien de normale doorlooptijd van de procedure het niet mogelijk maakt om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te bekomen voor 9 augustus 2024, dient dan ook te worden besloten dat de zaak spoedeisend is en een dringende behandeling vereist.”
Beoordeling
7. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten]
die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.
Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment”. Met deze regeling heeft de wetgever de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4).
Een nieuwe vordering mag worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State).
8. Te dezen wordt de spoedeisendheid in essentie verantwoord door de veronderstelling dat de verwerende partij op grond van het in de bestreden beslissing ingenomen standpunt over de geldigheidsduur van de milieuvergunning van 15 juli 2004 in de toekomst handhavend zou kunnen optreden ten opzichte van de betrokken inrichting.
De Raad van State kan er niet aan voorbijgaan dat het door de verzoekende partij aangehaalde gegeven vooralsnog louter hypothetisch is en dat ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.070 VII-42.549-5/6
de uiteenzetting omtrent de spoedeisendheid bijgevolg een voorbarig karakter heeft.
De spoedeisendheid van de vordering wordt niet aangetoond.
9. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen.
Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Peter Sourbron
VII-42.549-6/6

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.070

Gerelateerde publicatie(s)

gevolgd door:

ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.265

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.070

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.