ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.109
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.109 Rolnummer: A. 238900/X-18377 Zaak: Arrest 261109 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 18/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-29 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-04 08:40 Fiche Arrest nr 261.109 van...
22 min de lecture · 4,689 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 18 oktober 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.109
Rolnummer:
A. 238900/X-18377
Zaak:
Arrest 261109 – Stedenbouw en ruimtelijke ordening – Reglementen – 18/10/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-10-29
Raadplegingen:
85 – laatst gezien 2026-06-04 08:40
Fiche
Arrest nr 261.109 van 18 oktober 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Stedenbouw en ruimtelijke
ordening – Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping
overige
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.109 no lien 279423 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 261.109 van 18 oktober 2024
in de zaak A. 238.900/X-18.377
In zake : 1. G.P.
2. T.S.
3. D.V.
4. M.L.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Vande Casteele kantoor houdend te 2900 Schoten Klamperdreef 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anne-Sophie Claus kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partijen:
1. de INTERGEMEENTELIJKE VERENIGING VOOR
ONTWIKKELING VAN HET GEWEST MECHELEN EN
OMGEVING
2. de GEMEENTE SINT-KATELIJNE-WAVER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karolien Beké kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141
bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter-Jan Defoort kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4
————————————————————————————————–
X-18.377-1/18
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 17 april 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse regering van 23 december 2022
houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Regionaalstedelijk gebied Mechelen’.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Verzoekers hebben een toelichtende memorie ingediend.
De Intergemeentelijke Vereniging voor Ontwikkeling van het Gewest Mechelen en Omgeving en de gemeente Sint-Katelijne-Waver hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 12 juli 2023. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend.
Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.
Verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 september 2024.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Philippe Vande Casteele, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Anne-Sophie Claus, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Karlien Vernieuwe, die loco advocaten Pieter-Jan Defoort en Karolien Beké verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord.
X-18.377-2/18
Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Bij besluit van 18 juli 2008 stelt de Vlaamse regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Mechelen’ definitief vast (hierna: het gewestelijk RUP van 2008). Het gewestelijk RUP van 2008 omvat 14 deelgebieden.
3.2. Op 23 september 2016 beslist de Vlaamse regering om het voormelde besluit van 18 juli 2008 in te trekken, in zoverre dit de deelgebieden 8
en 9 betreft.
De intrekking steunt op de volgende motieven:
“Overwegende arrest nr. 226.658 van 10 maart 2014 van de Raad van State waarin de onwettigheid wordt vastgesteld van het ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Mechelen’ wat betreft het deelgebied nr. 8 ‘Gemengd stedelijke ontwikkeling Stuivenberg’ wegens het niet-naleven van de plan-MER-plicht;
Overwegende arrest nr. S/1516/0358 van 15 december 2015 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen waarin de onwettigheid wordt vastgesteld van het ruimtelijk uitvoeringsplan wat betreft het deelgebied nr. 9
‘Stedelijk woongebied Maenhoevevelden’ wegens het niet-naleven van de plan-MERplicht;
Overwegende dat in de voormelde arresten werd geoordeeld dat de opmaak van een plan-MER verplicht was ingevolge de directe werking in de interne rechtsorde van de plan-MER-plicht, zoals bepaald in artikel 3.2 van Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s;
Overwegende dat het niet-naleven van de plan-MER-plicht heeft geleid tot de vaststelling van de onwettigheid van het ruimtelijk uitvoeringsplan wat betreft de deelgebieden nr. 8 ‘Gemengd stedelijke ontwikkeling Stuivenberg’ en nr. 9 ‘Stedelijk woongebied Maenhoevevelden’;
X-18.377-3/18
Overwegende dat de door de Raad van State en de Raad voor Vergunningsbetwistingen vastgestelde schending van de plan-MER-plicht aldus kan worden beschouwd als een manifest wettigheidsgebrek dat de intrekking van het besluit houdende de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan wat betreft de deelgebieden nr. 8 ‘Gemengd stedelijke ontwikkeling Stuivenberg’ en nr. 9 ‘Stedelijk woongebied Maenhoevevelden’ wenselijk maakt;
Overwegende dat beide deelgebieden planologisch isoleerbare en afsplitsbare onderdelen vormen van het ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Mechelen’ en de intrekking ervan geen afbreuk doet aan de algemene economie van het ruimtelijk uitvoeringsplan.”
3.3. Vervolgens wordt de procedure tot opmaak van het gewestelijk RUP ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Mechelen’ hernomen. De startnota bij het thans bestreden gewestelijk RUP ‘Regionaalstedelijk gebied Mechelen’ vermeldt daaromtrent:
“Zoals in bovenstaande paragrafen besproken, is in 2016 besloten om de deelplannen die een juridische basis vormen voor MER-plichtige projecten te hernemen. Daartoe is een traject opgestart met in eerste instantie de opmaak van een plan-MER. De door de Dienst Mer volledig verklaarde kennisgeving heeft ter inzage gelegen in juni-juli 2016. Na een overlegvergadering met de adviesinstanties en betrokkenen zijn de richtlijnen voor opstelling van het plan-MER uitgevaardigd door de Dienst Mer (1 september 2016). Op 9 oktober 2017 werd een ontwerptekstbespreking over het ontwerp plan-MER met de betrokken adviesinstanties georganiseerd. Op basis van de bespreking en de uitgebrachte adviezen, werd het ontwerp plan-MER aangepast.
Op basis van het ontwerp van plan-MER is een voorontwerp GRUP
gemaakt, dat op 20 december 2018 werd voorgelegd aan een plenaire vergadering. Hiermee was aan de cumulatieve voorwaarden voldaan om het GRUP verder tot stand te laten komen volgens de procedure waarbij eerst een planMER en pas daarna een GRUP werd opgemaakt, de sequentiële aanpak.
Uit het plan-MER-onderzoek bleek dat het voorgenomen plan resulteerde in significante effecten op vlak van o.a. luchtkwaliteit ten gevolge van het gegenereerd verkeer op sommige wegsegmenten. Door de betrokken MER-deskundigen is onderzocht welke milderende maatregelen zowel het vastgestelde effect konden milderen als vertaalbaar waren in het GRUP. De uiteindelijk geformuleerde maatregelen situeerden zich op het vlak van programmareductie. Het plan-MER werd goedgekeurd op 23 april 2019.
Naar aanleiding van bijkomend overleg en fundamentele vragen van de betrokken lokale overheden en initiatiefnemers over het goedgekeurd plan-MER is gebleken dat het goedgekeurde plan-MER fouten bevatte, met name twee technische fouten in het verkeersmodel. Deze hadden hun effect op de berekende verkeersintensiteiten maar secundair ook op berekeningen ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.109 X-18.377-4/18
en beoordelingen in de disciplines lucht, geluid, gezondheid, …en dus ook op de geformuleerde maatregelen. Het goedgekeurde plan-MER vormde dus geen robuuste basis om het planningsproces verder te zetten. Ook waren deze fouten niet eenvoudig recht te zetten gelet op de gevolgen ervan binnen verschillende disciplines, waardoor een volledig nieuw plan-MER
noodzakelijk was. Bovendien biedt een herneming volgens de nieuwe geïntegreerde planprocedure de kans om andere instrumenten in te zetten om eventuele negatieve milieueffecten op een efficiëntere en effectievere wijze te milderen.
Op 27 maart 2020 werd de goedkeuring van het plan-MER door het daartoe bevoegde team MER ingetrokken. Aangezien het plan-MER een voorbereidende rechtshandeling is, heeft deze intrekking geen directe rechtsgevolgen voor derden.”
3.4. De hernomen procedure tot opmaak van het gewestelijk RUP
‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Mechelen’ wordt stopgezet, waarna het geïntegreerd planningsproces voor de opmaak van het gewestelijk RUP
‘regionaalstedelijk gebied Mechelen’ (hierna: het gewestelijk RUP) wordt opgestart.
De startnota verduidelijkt omtrent het plangebied:
“De geografische situering van het plangebied betreft het in het GRUP van 2008 afgebakende stedelijk gebied van Mechelen op grondgebied van Mechelen, Sint-Katelijne-Waver, Bonheiden en Zemst in de provincie Antwerpen en Vlaams-Brabant.”
Ook vermeldt de startnota:
“De afbakening van het Regionaalstedelijk Gebied Mechelen gebeurt, net als die van alle andere geselecteerde stedelijke gebieden in Vlaanderen, in uitvoering van het RSV. De afbakening van de regionaalstedelijke gebieden is de verantwoordelijkheid van het Vlaams gewest, leidt tot een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP). Het uit het afbakeningsproces resulterende actieprogramma moet uitvoering geven aan het beleid van ‘gedeconcentreerde bundeling’, zoals vooropgesteld in het RSV, waarbij het merendeel van de bijkomende woningen en bedrijventerreinen binnen de stedelijke gebieden moet[en] voorzien worden, maar waar ook ruimte wordt gecreëerd voor stedelijk groen en stadslandbouw.
Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor het regionaalstedelijk gebied Mechelen werd in 2008 reeds definitief vastgesteld (vastgesteld bij Besluit van de Vlaamse regering van 18/07/2008). Deze vaststelling werd niet voorafgegaan door een plan-MER en is om die reden deels vernietigd
X-18.377-5/18
en dus voor bepaalde onderdelen ervan onvoldoende robuust en rechtszeker als basis voor vergunningen.
Om deze reden heeft de Vlaamse overheid geopteerd om de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Mechelen te hernemen (met aanpassingen waar nodig). Er is dus geen beleidsalternatief voor de opmaak van het GRUP Afbakening RSG Mechelen.
Het vertrekpunt inzake ruimtelijk programma is de voorgenomen activiteit van het GRUP uit 2008, aangevuld met enkele nieuwe inzichten na overleg met de lokale actoren. In principe is de basis het planvoornemen het GRUP
uit 2008 en worden de deelgebieden integraal hernomen; indien er beperkte actualisaties nodig zijn, worden die ook meegenomen. […].”
3.5. Tot het gewestelijk RUP behoort het te dezen relevante deelgebied 9 ‘stedelijk woongebied Maenhoevevelden’. De startnota geeft de bestaande juridische toestand ervan als volgt weer:
“
.”
3.6. De startnota beschrijft de bestaande feitelijke toestand binnen dat gebied als volgt:
“3.3.9 Stedelijk woongebied Maenhoevevelden Het deelgebied Maenhoevevelden is omgeven door bebouwing maar bestaat grotendeels uit graslanden, die centraal doorsneden worden door een verbossende strook. De Maanhoevebeek, een waterloop van tweede categorie, doorkruist het gebied van noord naar zuid. Centraal in het deelgebied vloeit er een niet benoemde beek in die vanuit het oosten komt.
Langs deze beek en wat verder westelijk langs de Maanhoevebeek komen
X-18.377-6/18
enkele percelen voor die als mogelijk overstromingsgevoelig opgenomen zijn in de watertoetskaarten (2017).
Ten noorden grenst het gebied aan de Mechelsesteenweg, die voor een mogelijke ontsluiting naar de R6 (en verder het hogere wegennet) zorgt. De zuidelijke grens van het deelgebied wordt gevormd door de Berkelei, die via de Meidoornstraat eveneens op de Mechelsesteenweg uitgeeft. Langs de oostzijde geeft de Berkelei op de Berlaarbaan uit, die richting noordoosten ook op de R6 uitgeeft, en richting zuiden via de N15 ook naar Mechelen ontsluiting biedt. De Berlaarbaan en de Mechelsesteenweg zijn uitgerust met aanliggende verhoogde fietspaden, in de andere straten is geen fietsinfrastructuur aanwezig.
De strategische geluidsbelastingskaarten voor het wegverkeer modelleren de R6 niet verder dan de aansluiting met de Mechelsesteenweg, aangezien de weg op het moment van de opmaak van de kaarten nog niet doorgetrokken was. Tijdens de opmaak van het vorige MER voor de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Mechelen werden dan ook specifieke modelleringen uitgevoerd, op basis van verkeersmodellen en metingen van het geluidsklimaat ter plekke. Uit de resultaten van deze modelleringen kan afgeleid worden dat een brede zone rond de R6 aan een geluidsdrukniveau van meer dan 55 dB(A) blootgesteld wordt. Samen met de bijkomende geluidsdruk die afkomstig is van het verkeer op de Mechelsesteenweg zorgt dit ervoor dat een groot deel van het deelgebied te maken krijgt met een geluidsdruk Lden boven de 55 dB(A), en het volledige deelgebied bevindt zich binnen de 50 dB(A)-contour. Tevens zijn metingen uitgevoerd in 2019 naar aanleiding van de herstart van de project-MER voor de doortrekking van de R6.
Langs de Berkelei bevindt zich de Cretenburghoeve, een beschermd monument. Het is een 18e eeuws hoevegebouw met een bewaarde structuur en interieurelementen. Door de inplanting en het volume is de hoeve beeldbepalend in de straat. Meer oostelijk in diezelfde Berkelei ligt de Kapel Onze-Lieve-Vrouw, bouwkundig erfgoed, die samen met haar toegangsdreef (bestaande uit gekandelaberde lindes) een beschermd dorpsgezicht vormt.”
3.7. Op 22 februari 2022 wordt een plenaire vergadering over het voorontwerp van het gewestelijk RUP gehouden.
3.8. Op 1 april 2022 stelt de Vlaamse regering het ontwerp van het gewestelijk RUP voorlopig vast.
3.9. Van 2 mei 2022 tot en met 30 juni 2022 vindt een openbaar onderzoek over het ontwerp van het gewestelijk RUP plaats.
X-18.377-7/18
3.10. De afdeling Wetgeving van de Raad van State verleent op 15 december 2022 het advies nr. 72.543/1 over het ontwerp van het gewestelijk RUP.
3.11. Op 23 december 2022 stelt de Vlaamse regering het gewestelijk RUP definitief vast.
Dit is het bestreden besluit. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 17 februari 2023.
3.12. Het plangebied van het bestreden gewestelijk RUP bestaat uit elf deelgebieden. Het verordenend grafisch plan van het te dezen relevante deelgebied 9 ‘stedelijk woongebied Maenhoevevelden’ is het volgende:
X-18.377-8/18
De stedenbouwkundige voorschriften van artikel 9.1
‘Woongebied’ van het gewestelijk RUP luiden:
“9.1.1. Bepalingen over de bestemming Het gebied is bestemd voor wonen en kleinschalige aan het wonen verwante activiteiten en voorzieningen voor zover deze verenigbaar zijn met de omgeving. Onder aan het wonen verwante activiteiten en voorzieningen worden verstaan: handel en diensten, kleinschalige verblijfsrecreatie openbare en private nuts- en gemeenschapsvoorzieningen, openbare groene ruimten en openbare verharde ruimten, socioculturele voorzieningen en recreatieve voorzieningen.
Er kunnen maximaal 400 bijkomende wooneenheden gerealiseerd worden.
9.1.2. Bepalingen over de inrichting […]
X-18.377-9/18
9.1.3. Bepalingen over duurzame mobiliteit […]
9.1.4. Bepalingen over waterbeheer […]
Aanduiding in overdruk Deze overdruk heeft geen eigen bestemmingscategorie, maar volgt de bestemmingscategorie van de grondkleur Artikel 9.1.5. Bepalingen over geluid Voor alle woningen moeten de nodige maatregelen genomen te worden met het oog op het bekomen van een kwaliteitsvolle woon- en leefomgeving met een geluidsklimaat dat aanvaardbaar is voor een woongebied. Dit kan gebeuren door maatregelen aan de bron, door het behouden van voldoende afstand tussen de bron en de woningen of door geluidsisolatie of specifieke inrichting van de woningen.
In de zone aangegeven door de overdruk gelden beperkte bouwmogelijkheden. Met het oog op het geluidsklimaat moet deze zone gevrijwaard worden van residentiële bebouwing.
Art. 9.1.6 Gefaseerde ontwikkeling […]
9.1.7. Bepalingen over de inrichtingsstudie […].”
De stedenbouwkundige voorschriften van artikel 9.3
‘Watergevoelig openruimtegebied’ (WORG) bepalen:
X-18.377-10/18
“9.3.1 Bepalingen over de bestemming Binnen de aangeduide watergevoelige openruimtegebieden zijn waterbeheer, natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, landbouw en recreatie nevengeschikte functies.
Voor zover de ruimtelijk-ecologische draagkracht en de waterbeheersfunctie van het gebied niet worden overschreden zijn, in alleen de volgende handelingen die nodig of nuttig zijn voor de functies, vermeld in het eerste lid, toegelaten:
– het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur gericht op de sociale, educatieve of recreatieve functie van het gebied, waaronder sanitaire gebouwen of schuilplaatsen van één bouwlaag met een oppervlakte van ten hoogste 100 m² met uitsluiting van elke verblijfsaccommodatie;
– het aanleggen, herstellen, heraanleggen of verplaatsen van openbare wegen en nutsleidingen. Openbare wegen en nutsleidingen kunnen aangelegd of verplaatst worden voor zover dat noodzakelijk is voor de kwaliteit van het leefmilieu, het beheer van het landschap, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu, de openbare veiligheid of de volksgezondheid;
– het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur, gericht op het gebruik van het gebied voor landbouw of hobbylandbouw;
– handelingen die nodig of nuttig zijn om overstromingen te beheersen of om wateroverlast buiten de natuurlijke overstromingsgebieden te voorkomen;
– handelingen voor natuurbehoud en landschapszorg.
Vergunde constructies, zoals tuininrichtingen en infiltratieconstructies, kunnen behouden blijven en verbouwd worden.
9.3.2. Bepalingen over de inrichting […]
9.3.3. Bepalingen over waterhuishouding […]
9.3.4 Op te heffen bepalingen […].”
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
4. De griffie heeft op vrijdag 12 mei 2023 een afschrift van het verzoekschrift aan de verwerende partij ter kennis gebracht. Zij heeft op woensdag 12 juli 2023, dit is buiten de daartoe voorziene termijn van zestig dagen, een memorie van antwoord ingediend. De laattijdige memorie van antwoord wordt uit het debat geweerd.
X-18.377-11/18
V. Onderzoek van het enige middel
Uiteenzetting van het enige middel
5. Verzoekers voeren in een enig middel de schending aan van onder meer artikel 4.1.7 van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’ (hierna: DABM) en van het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur.
Zij wijzen op de kwalificatie van beschermd erfgoed van de Cretenburghoeve en bekritiseren de “loutere omfloerste bepaling” in de stedenbouwkundige voorschriften dat “rekening moet worden gehouden met de Cretenburghoeve en haar context”. De verwerende partij beoordeelt aldus op onwettige wijze de culturele en esthetische gevolgen en milieugevolgen van het bestreden besluit. De “omfloerste” plicht om “rekening [te houden] met de Cretenburghoeve en haar context” klemt met de verplichting die onder meer artikel 4.1.7 DABM voorschrijft. Door in de stedenbouwkundige voorschriften met betrekking tot de Cretenburghoeve in te schrijven dat bij omgevingsvergunningsaanvragen een inrichtingsstudie moet worden gevoegd, bepaalt de verwerende partij niet zelf de voorschriften voor de globale ontwikkeling en de draagkracht van het deelgebied. Bovendien is een inrichtingsstudie enkel vereist voor omgevingsvergunningsaanvragen “voor een project dat bepalend is voor de globale ontwikkeling van het gebied of vanaf 25 woongelegenheden”, en dus niet voor elk project dat het erfgoed kan aantasten.
6. De verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat de feitelijke toestand van de Cretenburghoeve in het plan-MER uitdrukkelijk wordt onderzocht en dat de stedenbouwkundige voorschriften afdoende waarborgen dat het beschermd erfgoed gevrijwaard blijft. Voor de mogelijke woonontwikkeling nabij de Cretenburghoeve worden er immers uitdrukkelijk inrichtingsprincipes gestipuleerd. Daarenboven geldt ook de sectorale wetgeving, die sowieso van toepassing is “ter bescherming van het onroerend erfgoed”. De plannende overheid heeft dit ook zo gemotiveerd in de bestreden beslissing.
X-18.377-12/18
Beoordeling
7. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat de overheid haar besluiten op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden door de relevante gegevens en de op het spel staande belangen te inventariseren en deze gegevens en belangen tegen elkaar af te wegen in het licht van het doel van het besluit.
Van een zorgvuldig handelende plannende overheid mag worden verwacht dat zij een rechtszekere oplossing biedt voor een door haar erkend probleem. Het kan niet worden aanvaard dat de plannende overheid een aspect dat ze zelf als een belangrijk aandachtspunt heeft erkend, onttrekt aan het besluitvormingsproces dat door de decreetgever voor een ruimtelijk uitvoeringsplan is geconcipieerd en doorschuift naar een andere overheid.
Artikel 4.1.7 DABM luidt:
“Art. 4.1.7. De overheid houdt bij haar beslissing over de voorgenomen actie, en in voorkomend geval ook bij de uitwerking ervan, terdege rekening met het goedgekeurde rapport of de goedgekeurde rapporten en met de opmerkingen en commentaren die over het rapport of de rapporten werden uitgebracht.
Zij motiveert elke beslissing over de voorgenomen actie in het bijzonder op volgende punten:
1° de keuze voor de voorgenomen actie, een bepaald alternatief of bepaalde deelalternatieven, behalve dan voor wat het omgevingsveiligheidsrapport betreft;
2° de aanvaardbaarheid van te verwachten of mogelijke gevolgen voor mens of milieu van het gekozen alternatief;
3° de in het rapport of de rapporten voorgestelde maatregelen.”
De parlementaire voorbereiding van het decreet van 18 december 2002 ‘tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect-
en veiligheidsrapportage’ stelt dat deze bepaling een motiveringsplicht inhoudt die “bedoeld [is] om te verzekeren dat de informatie die door het milieueffect- en veiligheidsrapport wordt aangereikt daadwerkelijk wordt gebruikt bij het nemen van de beslissing omtrent de voorgenomen actie. Daarnaast is zij ook het sluitstuk ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.109 X-18.377-13/18
van de inspraakregeling m.b.t. de actie die mede op grond van het milieueffect- en veiligheidsrapport wordt gevoerd. De motiveringsplicht en de inspraak zijn hefbomen om het milieubelang een volwaardige plaats te verschaffen bij de besluitvorming” (Memorie van Toelichting, Parl.St. Vl.Parl. 2001-02, nr. 1312/1, 78).
8.1. In het plan-MER wordt de impact van het voorgenomen plan op de Cretenburghoeve als volgt beoordeeld:
“[…] De toegang tot het zuidelijk deel van het nieuwe woongebied wordt op de ontwikkelingsschets voorzien langs de beschermde Cretenburghoeve (ID 3147). Daarmee wordt wat nog rest van landschappelijke relatie vernietigd. De toegang tot het gebied is niet opgenomen op het ontwerp-bestemmingsplan. De mogelijkheid om de directe omgeving van de hoeve te bebouwen is wel voorzien. De impact op [het] bouwkundig erfgoed wordt daarom als negatief beoordeeld.”
Onder ‘milderende maatregelen, aanbevelingen en monitoring’ vermeldt het plan-MER voor het ‘[s]tedelijk woongebied Maenhoevevelden’:
“De invulling van het gebied is er op gericht op het woningprogramma maximaal te realiseren met behoud van een centrale groen-blauwe kern rond de Maanhoevebeek. Bij de concrete invulling van het gebied moet ingezet worden op het maximaal ontwikkelen van deze kern, vertrekkende vanuit de actuele waarde. Tevens moet erover worden gewaakt dat de draagkracht van het gebied niet wordt overschreden.
De directe omgeving van de Cretenburghoeve moet gevrijwaard worden van bebouwing. Bij de ontwikkeling moet ernaar gestreefd worden om de hoeve meer ‘ruimte’ te geven en beter te laten aansluiten bij het achterliggende landschap.”
8.2. Artikel 9.1.2 van de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gewestelijk RUP bepaalt:
“9.1.2. Bepalingen over de inrichting […]
Bij de inrichting van het gebied moet voldaan worden aan volgende algemene inrichtingsprincipes:
– […]
– bij het inplanten van de bebouwing en de ontsluiting van de ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de Cretenburghoeve en haar context.”
X-18.377-14/18
Artikel 9.1.7 van de stedenbouwkundige voorschriften luidt:
“9.1.7. Bepalingen over de inrichtingsstudie Bij omgevingsvergunningsaanvragen voor een project dat bepalend is voor de globale ontwikkeling van het gebied of vanaf 25 woongelegenheden wordt een inrichtingsstudie gevoegd.
De inrichtingsstudie is een informatief document voor de vergunningverlenende overheid met het oog op het beoordelen van de omgevingsvergunningsaanvraag in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de stedenbouwkundige voorschriften voor het gebied.
De inrichtingsstudie geeft ook aan hoe het voorgenomen project zich verhoudt tot wat al gerealiseerd is in het gebied en/of tot de mogelijke ontwikkeling van de rest van het gebied. Specifiek gaat de inrichtingsstudie ook in op de inrichtingsprincipes art. 9.1.2, met bijzondere aandacht voor de Cretenburghoeve, de onverharde groene ruimtes die ruim voorzien worden per wooncluster, de landschappelijke inpassing van de parkeerclusters, op de wijze waarop voldaan wordt aan de voorwaarden rond duurzame mobiliteit art. 9.1.3. en op de bepalingen over water en geluid art. 9.1.4 en 9.1.5.
De inrichtingsstudie maakt deel uit van het dossier betreffende de aanvraag van [de] omgevingsvergunning en wordt als zodanig meegestuurd aan de adviesverlenende instanties overeenkomstig de toepasselijke procedure voor de behandeling van de aanvragen. Elke nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag kan een bestaande inrichtingsstudie of een aangepaste of nieuwe inrichtingsstudie bevatten.”
8.3. De plannende overheid heeft een en ander als volgt gemotiveerd in de bestreden beslissing:
“In een aantal bezwaarschriften wordt ingegaan op de beschermde Cretenburghoeve en wordt bezwaar aangetekend tegen het voorzien van een ontsluitingsweg naast deze hoeve, minimaal dient een groenbuffer voorzien te worden. Men verwijst naar het MER, waar wordt gesteld dat de directe omgeving van de hoeve dient gevrijwaard te worden.
De Vlaamse Regering beantwoordt deze opmerking door te verwijzen naar de ‘bepalingen over de inrichting’, zoals verordenend opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften voor het woongebied. Hierin is, in aanvulling op de sectorale regelgeving die voor deze situatie van toepassing is, als inrichtingsprincipe opgenomen dat bij het inplanten van de bebouwing en de ontsluiting rekening moet worden gehouden met de Cretenburghoeve en haar context. Deze bepaling is opgenomen als antwoord op één van de in het plan-MER voorgestelde maatregelen. In de milieutabel is, in antwoord op dit bezwaarschrift, bijkomend verwezen naar de feitelijke toestand en de mogelijkheden terzake. Bij de inrichtingsstudie, die moet gevoegd worden bij omgevingsvergunningsaanvragen voor een project dat bepalend is voor de
X-18.377-15/18
globale ontwikkeling van het gebied of vanaf 25 woongelegenheden, dient aangegeven te worden hoe met deze bepaling is omgegaan.”
9. In het plan-MER wordt er aldus op gewezen dat “[d]e mogelijkheid om de directe omgeving van de hoeve te bebouwen is […] voorzien”
en dat “wat nog rest van landschappelijke relatie” van de Cretenburghoeve wordt “vernietigd”. Vooropgesteld wordt in het plan-MER dat “[d]e directe omgeving van de Cretenburghoeve moet gevrijwaard worden van bebouwing. Bij de ontwikkeling moet ernaar gestreefd worden om de hoeve meer ‘ruimte’ te geven en beter te laten aansluiten bij het achterliggende landschap”.
De in het plan-MER vooropgestelde maatregelen hebben in de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestelijk RUP geen afdoende doorvertaling gekregen. In deze voorschriften is niet opgenomen dat de directe omgeving van de Cretenburghoeve gevrijwaard wordt van bebouwing. Dat wordt noch gegarandeerd door de in artikel 9.1.2 van de stedenbouwkundige voorschriften vermelde verplichting dat “bij het inplanten van de bebouwing en de ontsluiting van de ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de Cretenburghoeve en haar context”, verplichting die reeds volgt uit de sectorale wetgeving inzake onroerend erfgoed, noch door de in artikel 9.1.7 van de stedenbouwkundige voorschriften opgelegde inrichtingsstudie, die alleen maar blijkt te bevestigen dat een en ander naar het vergunningsniveau wordt doorgeschoven.
De plannende overheid heeft zodoende een aspect dat ze zelf als een belangrijk aandachtspunt heeft erkend, onttrokken aan het besluitvormingsproces dat door de decreetgever voor een ruimtelijk uitvoeringsplan is geconcipieerd en doorgeschoven naar een andere overheid.
10. Het middel is in de aangegeven mate gegrond.
X-18.377-16/18
VI. Partiële vernietiging
11. De verwerende partij vraagt in haar laatste memorie om een gebeurlijke vernietiging van het bestreden gewestelijk RUP te beperken tot het deelgebied 9 ‘stedelijk woongebied Maenhoevevelden’. Dit deelgebied is ruimtelijk afsplitsbaar van de rest van het gewestelijk RUP zonder aan de algemene economie ervan afbreuk te doen, en verzoekers’ belang is tot dit deelgebied beperkt.
12. Verzoekers, die allen wonen binnen het deelgebied 9 ‘stedelijk woongebied Maenhoevevelden’, of in de directe omgeving daarvan, voeren tegen de voormelde vraag om partiële vernietiging van het gewestelijk RUP geen verzet.
13. De Raad van State treedt het onder randnummer 11 vermelde standpunt van de verwerende partij bij. De hierna uit te spreken vernietiging van het gewestelijk RUP dient beperkt te worden tot het deelgebied 9 ‘stedelijk woongebied Maenhoevevelden’.
BESLISSING
1. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse regering van 23 december 2022 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Regionaalstedelijk gebied Mechelen’, in zoverre dit het deelgebied 9 ‘stedelijk woongebied Maenhoevevelden’ betreft.
De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
2. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk.
X-18.377-17/18
De tussenkomende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-18.377-18/18
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.109
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...