ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.264
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.264 Rolnummer: A. 240579/IX-10381 Zaak: Arrest 261264 - Wapens – exportvergunningen - 04/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-11-12 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-03 09:12 Fiche Arrest nr 261.264 van 4 november 2024...
9 min de lecture · 1,855 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 04 november 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.264
Rolnummer:
A. 240579/IX-10381
Zaak:
Arrest 261264 – Wapens – exportvergunningen – 04/11/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-11-12
Raadplegingen:
83 – laatst gezien 2026-06-03 09:12
Fiche
Arrest nr 261.264 van 4 november 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken
en lokale besturen – Wapens – exportvergunningen Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.264 no lien 279878 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 261.264 van 4 november 2024
in de zaak A. 240.579/IX-10.381
In zake : S.S.
woonplaats kiezend te
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Boomstraat 14 bus 2
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 15 november 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de minister van Justitie van 5 september 2023 inzake het beroep van verzoeker tegen de beslissing van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 13 juni 2022.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van
IX-10.381-1/8
23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 september 2024.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht.
De verzoekende partij en advocaat Bernard Derveaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoeker is in het bezit van drie vuurwapens.
Op 13 juni 2022 trekt de gouverneur van de provincie Antwerpen de vergunningen voor verzoekers vuurwapens in.
Verzoeker stelt op 22 juli 2022 een beroep in tegen die beslissing.
Op 5 september 2023 verwerpt de minister van Justitie dat beroep. Dat is de bestreden beslissing.
IX-10.381-2/8
IV. Ontvankelijkheid van het beroep
Exceptie
4. De verwerende partij werpt op dat het beroep laattijdig is ingesteld. Zij argumenteert dat de bestreden beslissing op 7 september 2023 aan verzoeker is verstuurd en dat verzoeker die brief ten laatste op 12 september 2023
moet hebben ontvangen, aangezien de federale wapendienst de antwoordkaart van de aangetekende brief op 13 september 2023 heeft ontvangen. Volgens de verwerende partij is de termijn van zestig dagen om een beroep tot nietigverklaring in te stellen dienvolgens verstreken op zaterdag 11 november 2023. De verwerende partij merkt op dat het verzoekschrift 12 november 2023 is gedateerd maar dat de griffie van de Raad van State de ontvangst van het verzoekschrift pas heeft gedateerd op 27 november 2023. Hoewel zij niet kan nagaan wanneer de brief met het verzoekschrift door de post is afgestempeld, meent de verwerende partij uit het feit dat het verzoekschrift door de griffie pas is ontvangen op 27 november 2023 te kunnen afleiden dat het verzoekschrift meerdere dagen na zaterdag 11 november 2023 of zelfs maandag 13 november 2023 aan de postdiensten is overhandigd.
Beoordeling
5. Het door verzoeker ingestelde beroep is een beroep bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
Artikel 4, § 1, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’ (het algemeen procedurereglement) bepaalt in verband met de verjaringstermijn van een dergelijk beroep:
“De beroepen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3 van de gecoördineerde wetten verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Indien ze noch bekendgemaakt noch ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.264 IX-10.381-3/8
betekend dienen te worden, gaat de termijn in met de dag waarop de verzoeker er kennis heeft van gehad.”
6. De bestreden beslissing is verstuurd middels een aangetekende brief met ontvangstmelding.
Artikel 4, § 2, eerste lid, van het algemeen procedurereglement bepaalt in dat geval over de aanvang van de verjaringstermijn:
“Wanneer de in paragraaf 1 genoemde kennisgeving geschiedt bij aangetekende brief met ontvangstmelding, is de eerste dag van de termijn voor het indienen van het verzoekschrift die welke volgt op de ontvangst van de brief en is hij inbegrepen in de termijn.”
7. Uit het administratief dossier blijkt dat de bestreden beslissing op 7 september 2023 is verstuurd met een aangetekende brief. In de bestreden beslissing wordt melding gemaakt van de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State en van de daarbij in acht te nemen termijn en vormvoorschriften.
Uit de handtekening op het ontvangstbewijs blijkt dat de zending behoorlijk is uitgereikt. Er is door de ontvanger evenwel geen datum van ontvangst ingevuld.
De verwerende partij heeft het ontvangstbewijs van de aangetekende zending op 13 september 2023 ontvangen, zo blijkt uit de stempel die de federale wapendienst op het ontvangstbewijs heeft aangebracht.
Verzoeker betwist dit gegeven niet.
8. In die omstandigheden moet de stelling van de verwerende partij worden bijgevallen dat verzoeker ten laatste op 12 september 2023 de bestreden beslissing heeft ontvangen.
IX-10.381-4/8
Met toepassing van artikel 4, § 2, eerste lid, van het algemeen procedurereglement heeft de termijn om op ontvankelijke wijze bij de Raad van State een beroep in te stellen ten laatste een aanvang genomen op 13 september 2023.
De laatste dag van de beroepstermijn is in dat geval maandag 13 november 2023.
9. Verzoeker heeft met een op 15 november 2023 ter post aangetekende brief het voorliggende beroep tot nietigverklaring ingesteld. Dit is buiten de beroepstermijn.
10. De termijn om op ontvankelijke wijze een beroep in te stellen, raakt de openbare orde.
De strengheid van de wet kan echter worden gemilderd in geval van bewezen overmacht of onoverwinnelijke dwaling. Er is sprake van overmacht indien verzoeker een gebeurtenis is overkomen die hem volkomen vreemd is, die het hem onmogelijk maakt zijn verplichtingen na te komen en waaraan hijzelf geen schuld heeft.
Een verzoeker die zich in de onoverkomelijke onmogelijkheid bevindt om binnen de wettelijke termijn het beroep in te stellen, kan weliswaar overmacht inroepen om zijn buiten de beroepstermijn ingediend verzoekschrift toch ontvankelijk te horen verklaren. Het bewijs daarvan rust evenwel op wie deze uitzonderlijke omstandigheden aanvoert.
11. Verzoeker roept in het inleidend verzoekschrift geen redenen van overmacht in die zouden verklaren dat hij niet tijdig huidig beroep heeft kunnen instellen.
IX-10.381-5/8
12.1. In de memorie van wederantwoord repliceert verzoeker op de opgeworpen exceptie van laattijdigheid als volgt:
“Na het negatief antwoord van de Federale Wapendienst heeft mijn schietclub mij aangeraden om een advokaat te nemen. Dit heb ik dan onderzocht doch bij nader inzien viel dit voor mij veel te kostelijk uit. Moest ik hiermede vertraging opgelopen hebben? met het indienen van mijn verzoekschrift gelieve mij dan te verontschuldigen.”
In een nota die verzoeker kort voor de terechtzitting aan de Raad van State bezorgt, herhaalt hij dat hij “enkele dagen te laat [zijn] aanvraag [heeft]
ingediend [hetgeen] is te wijten aan het eerst te onderzoeken en raad te vragen aan verschillende instanties”.
12.2. Het zoeken naar een advocaat of het anderszins inwinnen van advies vormt geen reden van overmacht. Als de financiële situatie van verzoeker penibel is, dan bestaat overigens de mogelijkheid om een beroep te doen op kosteloze juridische tweedelijnsrechtsbijstand (pro-deoadvocaat). Dat een advocaat “te kostelijk” uitvalt, vormt evenmin een reden van overmacht.
13.1. In een tweede nota die verzoeker kort voor de terechtzitting aan de Raad van State bezorgt, heet het dan weer dat de “echte reden” waarom hij enkele dagen te laat zijn beroep heeft ingesteld een medische overmacht is. In augustus 2023 werd een aandoening vastgesteld. Een operatief ingrijpen was vereist. Omdat zijn arts-specialist niet onmiddellijk beschikbaar was, kon die ingreep pas enkele maanden later plaatsvinden. Ondertussen werd hem gezegd dat hij “zeer voorzichtig de tijd tot de operatie later in het jaar moest doorbrengen”. Hij voegt een medisch attest bij van zijn huisarts.
13.2. Het mag verrassend heten dat verzoeker, die in de memorie van antwoord uitdrukkelijk geconfronteerd wordt met een exceptie van onontvankelijkheid, in zijn memorie van wederantwoord een bepaalde verantwoording geeft en op de terechtzitting plots een ándere, nieuwe en nu “echte reden” voorlegt.
IX-10.381-6/8
Daargelaten of de Raad bij zulke proceshouding nog rekening mag houden met deze nieuwe verantwoording, kan ze hoe dan ook niet overtuigen.
Het attest van de huisarts vermeldt enkel dat verzoeker om medische redenen “van 2015 tot nu” zijn hobby niet kan uitoefenen. Het leert niets over de absolute onmogelijkheid om een verzoekschrift bij de Raad van State tijdig neer te leggen.
Dat verzoeker het een tijd “zeer voorzichtig” moest houden, verklaart evenmin waarom het hem geheel onmogelijk was om zijn verzoekschrift tijdig neer te leggen of zich tijdig te organiseren door daartoe instructies te geven aan anderen.
Verzoeker toont niet aan dat hij zich wegens zijn gezondheidstoestand in de volstrekte onmogelijkheid bevond om tijdig een verzoekschrift bij de Raad van State in te dienen.
14. Wat voorafgaat noopt tot het besluit dat het beroep laattijdig is.
De exceptie van de verwerende partij is gegrond.
15. Het auditoraat heeft terecht geoordeeld dat de zaak kan worden afgedaan met een kort debat in de zin van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24
IX-10.381-7/8
euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-10.381-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.264
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...