ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.410

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.410 Rolnummer: A. 239623/X-18431 Zaak: Arrest 261410 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 22/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-11-29 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-06-03 22:57 Fiche Arrest nr 261.410 van...

Source officielle

19 min de lecture 4,081 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 22 november 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.410

Rolnummer:

A. 239623/X-18431

Zaak:

Arrest 261410 – Stedenbouw en ruimtelijke ordening – Reglementen – 22/11/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-11-29

Raadplegingen:

96 – laatst gezien 2026-06-03 22:57

Fiche

Arrest nr 261.410 van 22 november 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Stedenbouw en ruimtelijke
ordening – Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping
overige

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 261.410 van 22 november 2024
in de zaak A. 239.623/X-18.431
In zake : E.M.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Blockeel kantoor houdend te 9300 Aalst Leo de Béthunelaan 46
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de GEMEENTE MERELBEKE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anne-Sophie Claus kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 19 juli 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Merelbeke van 28 maart 2023 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 15 ‘Bescherming Open Ruimte’.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.
X-18.431-1/16
De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2024.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Jo Blockeel, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Anne-Sophie Claus, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Op 26 november 2019 neemt de gemeenteraad van de gemeente Merelbeke de principebeslissing tot opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de woonuitbreidingsgebieden (hierna: WUG’s), wat uiteindelijk tot het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 15
‘Bescherming Open Ruimte’ (hierna: het gemeentelijk RUP) zal leiden. De doelstelling van het voorgenomen plan is volgens de toelichtingsnota erbij de volgende:
“Merelbeke telt nog verschillende niet ontwikkelde woonuitbreidingsgebieden (WUG).
Ze bepalen mee de open ruimte van de gemeente. Vanuit kwantitatief oogpunt, zijn ze overbodig. Reeds in het GRS werd berekend dat er geen behoefte was om woonuitbreidingsgebieden gelegen in het buitengebied
X-18.431-2/16
aan te snijden. Deze berekening wordt in deze nota geactualiseerd, met hetzelfde resultaat […].
Merelbeke kiest er daarom voor om alle onbebouwde woonuitbreidingsgebieden gelegen in het buitengebied om te zetten naar open ruimte, waarbij een aantal percelen mogelijks een openbare functie kan krijgen (bv. in het kader van het aanleggen van een centrumparking).
Enkel voor een klein nog niet ontwikkeld deel van het WUG te Kwenenbos (net buiten de afbakening van het grootstedelijk gebied) (deelplan 3) wordt geopteerd om op korte termijn wel een woonontwikkeling, als afwerking van het eigenlijke centrum en binnen de schaal van de kern, te voorzien.
Voor het WUG gelegen binnen het grootstedelijk gebied Gent (deelplan 4), kiest het beleid ervoor om dit direct te laten ontwikkelen, gelet op de ruimtelijke context.
Het RUP heeft volgende concrete doelstellingen:
• De open ruimte beschermen door ontwikkelingsmogelijkheden van onbebouwde gebieden waarvan geoordeeld wordt dat ze beter niet ontwikkeld worden in te perken:
– 6 onbebouwde (delen van) woonuitbreidingsgebieden herbestemmen naar open ruimte (deelRUP’s 1, 2, 5, 6, 7 en 9)
– In de bebouwde delen van woonuitbreidingsgebieden kan minstens de bestaande toestand behouden blijven. Meergezinswoningen worden er hoe dan ook uitgesloten.
• Om een actief woonaanbodbeleid te kunnen voeren in randstedelijk Merelbeke worden ontwikkelingsperspectieven van strategische reservegebieden bijgestuurd.
– 1 woonuitbreidingsgebied vrijgeven voor wonen op korte termijn (deelRUP’s 3,4)
Deze 7 gebieden zullen elk als deelRUP deel uitmaken van één groter RUP.
Voor deze deelRUP’s worden bestemmingen vastgelegd en bijhorende stedenbouwkundige voorschriften opgemaakt.”
3.2. Verzoeker is eigenaar van twee percelen, gelegen aan de Burgemeester Van Cauwenbergestraat te Schelderode (hierna: verzoekers percelen). Verzoekers percelen situeren zich in het deelplan 2 ‘Grepstraat (Schelderode)’ (waarvan de contour op de navolgende afbeelding in rood is aangegeven). Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 14 september 1977
vastgestelde gewestplan ‘Gentse en Kanaalzone’ hebben verzoekers percelen de bestemming woonuitbreidingsgebied – ter verduidelijking worden de percelen op de weergave van het gewestplan hierna aangeduid:
X-18.431-3/16
3.3. Volgens de informatieve kaart 49 van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Merelbeke, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Merelbeke in zitting van 8 november 2005 en goedgekeurd door de deputatie op 16 maart 2006 (hierna: het GRS), situeren verzoekers percelen zich in het deel 25c van het betreffende WUG – verzoekers percelen worden ter verduidelijking benaderend op de kaart aangeduid:
X-18.431-4/16
De op de voormelde kaart weergegeven delen 25a, b, c en d van het betreffende WUG worden ook op kaart 6 van het richtinggevend gedeelte van het GRS met betrekking tot de woningbouwprogrammatie weergegeven.
3.4. Het deelplan 2 ‘Grepstraat (Schelderode)’ wordt in de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP als volgt omschreven:
“4.2 Deelplan 2 – Grepstraat (Schelderode)
• Oppervlakte: circa 33 ha, waarvan 20,7ha onbebouwd.
• Ligging: gelegen aan beide zijden van de Grepstraat tussen Molenstraat, Meierij, Bosstraat te Schelderode. De Grepstraat, en Burgemeester van Cauwenberghestraat doorsnijden het gebied. Het gebied sluit aan op de kern van Schelderode. Het is bereikbaar vanuit het dorpsplein via trage wegen ‘Sint-Martinusgang’ en ‘Ronkaartwegel’. Schelderode is een kern van het buitengebied met een eerder laag voorzieningenniveau. Ook de OV-bereikbaarheid is eerder beperkt.
• Huidig gebruik: Ter hoogte van de dorpskern is een speelterrein gelegen.
Het resterende onbebouwde deel is in gebruik als tuinzone en weiland.
Het gebied sluit wel aan bij 2 grote aaneengesloten landbouwgebieden.
Ook de Moortelbeek en Schragebeek lopen doorheen dit gebied. Het gebied is vrij versnipperd door de aanwezigheid van enkele gemeentewegen met lintbebouwing. Ook centraal in het gebied is een residentiële verkaveling gelegen.”
X-18.431-5/16
3.5. Op 26 oktober 2021 besluit de gemeenteraad een eerste maal tot de voorlopige vaststelling van het ontwerp van het gemeentelijk RUP.
3.6. Van 16 november 2021 tot en met 16 januari 2022 wordt een openbaar onderzoek over het ontwerp van het gemeentelijk RUP gehouden.
Ook verzoeker dient een bezwaarschrift in.
3.7. Op 12 april 2022 verleent de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Merelbeke (hierna: de Gecoro) een advies over het ontwerp van het gemeentelijk RUP.
3.8. Op 28 juni 2022 stelt de gemeenteraad van de gemeente Merelbeke het ontwerp van het gemeentelijk RUP een tweede maal voorlopig vast.
3.9. Van 15 juli 2022 tot en met 15 september 2022 wordt een tweede openbaar onderzoek over het ontwerp van het gemeentelijk RUP gehouden.
Verzoeker dient opnieuw een bezwaarschrift in.
3.10. Op 26 oktober 2022 verleent de Gecoro nogmaals advies over het ontwerp van het gemeentelijk RUP.
3.11. Bij besluit van 20 december 2022 stelt de gemeenteraad van de gemeente Merelbeke het gemeentelijk RUP definitief vast.
3.12. Op 2 februari 2023 schorst de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen (hierna: de deputatie) de uitvoering van het voormelde gemeenteraadsbesluit van 20 december 2022, en vraagt zij – teneinde het gemeentelijk RUP in overeenstemming te brengen met het provinciaal ruimtelijk structuurplan van de provincie Oost-Vlaanderen (hierna: PRS) – om ofwel het deelplan 3 ‘Sallemeulekouter (Kwenenbos)’ uit het gemeentelijk RUP te schrappen, ofwel dit deelplan een openruimtebestemming te geven.
X-18.431-6/16
3.13. Met het bestreden besluit van 28 maart 2023 stelt de gemeente-raad van de gemeente Merelbeke het gemeentelijk RUP andermaal definitief vast, met uitzondering van het deelplan 3 ‘Sallemeulekouter (Kwenenbos)’.
3.14. Verzoekers percelen die, zoals gezien, zijn gesitueerd in het deelplan 2 ‘Grepstraat (Schelderode)’, krijgen de bestemming ‘bouwvrij agrarisch gebied’ (artikel 2). De stedenbouwkundige bestemmingsvoorschriften voor deze bestemming (artikel 2.1) luiden:
“2.1. Bestemmingsvoorschriften Het gebied is bestemd voor de beroepslandbouw.
Bos, natuurontwikkeling en landschapszorg, recreatief medegebruik en waterbeheersing zijn ondergeschikte functies.
Alle werken, handelingen en wijzigingen die nodig of nuttig zijn voor de landbouwbedrijfsvoering van landbouwbedrijven zijn toegelaten, met uitzondering van het oprichten van gebouwen en vergelijkbare constructies.”
Het grafisch plan van het deelplan 2 ‘Grepstraat (Schelderode)’ is het volgende – ter verduidelijking worden verzoekers percelen erop aangegeven:
X-18.431-7/16
3.15. In de toelichtingsnota wordt een afweging gemaakt van de woonuitbreidingsgebieden op basis van een inhoudelijke multi-criteria-analyse.
De conclusie daarvan voor het deelplan 2 ‘Grepstraat (Schelderode)’ luidt:
“Rekening houdende met de ligging bij een aaneensloten open-ruimtegebied, de beperkte [openbaar vervoer]-bereikbaarheid en de eerder lage voorzieningengraad, wordt er voorgesteld om dit woonuitbreidingsgebied definitief te schrappen. Het huidige gebruik als landbouwgrond kan bevestigd worden in de toekomstige bestemming.
Gelet op de ligging nabij de kern worden bijkomend een ontmoetingsplein/speelplein en een 30-tal openbare parkeerplaatsen voorzien.”
IV. Onderzoek van het eerste middel
Standpunt van de partijen
4. Verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van artikel 2.1.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) en van “de materiële motiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en de verplichting tot zorgvuldige feitenvinding, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwens-beginsel”.
Verzoeker zet uiteen dat zijn percelen zich volgens het GRS
situeren in het WUG 25. De delen 25b, c, d daarvan worden in het richtinggevend gedeelte van het GRS (tabel 6) aangeduid als “ontwikkelbare gebieden in het buitengebied na 2013” en als “te reserveren in het buitengebied op lange termijn:
zeker geen ontwikkeling voor 2013”. Verder wordt letterlijk, en niet voor interpretatie vatbaar, in het richtinggevend gedeelte van het GRS over deze delen van het WUG 25 gesteld dat zij niet worden herbestemd. Kernbeslissing 12 van het bindend gedeelte van het GRS houdt in dat de niet te ontwikkelen gebieden van het buitengebied worden herbestemd en dat de nog niet onmiddellijk te ontwikkelen gebieden worden gereserveerd. Kernbeslissing 25 van het bindend gedeelte van het GRS bepaalt dienovereenkomstig dat de gemeente RUP’s opmaakt voor de te herbestemmen gebieden 20, 26, 29b, 30, 31 en 35 in het buitengebied. Daar is het
X-18.431-8/16
WUG 25 logischerwijze niet bij. Het GRS kan niet door middel van een gemeentelijk RUP gewijzigd worden. Dit is nochtans wat het bestreden gemeentelijk RUP doet door de delen b, c, d van het WUG 25, in strijd met de bepalingen van het GRS, definitief tot open ruimte te herbestemmen. Indien de verwerende partij meent dat bepalingen van het GRS achterhaald zijn, dient zij het GRS te herzien.
5. De verwerende partij stelt in haar memorie van antwoord dat het besluit van de deputatie tot goedkeuring van het GRS uitdrukkelijk stelt dat een gebied na 2007 enkel kan aangesneden worden indien dit past binnen het gewestelijk en provinciaal beleid, meer bepaald binnen het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (hierna: RSV) en het PRS. In de toelichtingsnota van het gemeentelijk RUP wordt uitdrukkelijk gemotiveerd dat dit niet het geval is. Het deelplan 2 ‘Grepstraat (Schelderode)’ is gelegen in buitengebied, waar het GRS
enkel een ontwikkeling in functie van sociaal wonen wenselijk acht. Vermits de gemeente Merelbeke haar sociaal objectief voor sociale huurwoningen tot 2025
reeds heeft bereikt, bestaat er op heden geen behoefte meer om de open ruimte aan te snijden. Conform het RSV en het PRS dient de open ruimte “als groene long van bovenlokaal belang” behouden te worden. Bovendien kan het betreffende gebied conform de omzendbrief RO 2017/1 ‘Een gedifferentieerd ruimtelijk transformatiebeleid in de ²bebouwde en de onbebouwde gebieden’ (hierna: omzendbrief RO 2017/1) als “onbebouwd gebied” worden beschouwd.
Ook overeenkomstig de omzendbrief RO 2017/1 dient de open ruimte van het kwestieuze gebied gevrijwaard en versterkt te worden. Dit alles wordt uitdrukkelijk gemotiveerd in de toelichtingsnota van het gemeentelijk RUP. Waar de scopingnota de herbestemming van het kwestieuze gebied naar ‘bouwvrij agrarisch gebied’ als een beperkte afwijking van het GRS beschouwt, is dit niet tegenstrijdig met de motivering in de toelichtingsnota. Bovendien is een scopingnota een evolutief document en is het de plannende overheid toegestaan om in een latere fase van het planningsproces te oordelen dat er geen sprake is van een afwijking van het GRS.
X-18.431-9/16
6. Verzoeker betoogt in de memorie van wederantwoord dat het GRS geen aanknopingspunt bevat om de delen b, c en d van het WUG 25 definitief tot open ruimte te herbestemmen. Kernbeslissing 12 van het GRS heeft duidelijk betrekking op de overwegingen van het richtinggevend gedeelte van het GRS
waarin sprake is van “te reserveren”, dan wel “te herbestemmen” gebieden in het buitengebied. Deze “te reserveren” gebieden worden luidens het richtinggevend gedeelte van het GRS uitdrukkelijk “niet herbestemd”.
7. De verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat aangezien het GRS uitdrukkelijk bepaalt dat er in het buitengebied geen enkele woonbehoefte meer is, en er bijgevolg geen WUG’s meer kunnen aangesneden worden, de zinsnede “als open ruimte gereserveerd of herbestemd” van het GRS zo moet geïnterpreteerd worden dat ook de open ruimte kan gereserveerd worden middels een gemeentelijk RUP. De verwerende partij geeft toe dat de formuleringen in het GRS “m.b.t. de actiepunten” ietwat tegenstrijdig zijn, maar dit doet volgens haar geen afbreuk aan de gewenste ruimtelijke structuur voor het buitengebied en aan de duidelijke inhoud van kernbeslissing 12 van het GRS. Dit geldt des te meer, nu het goedkeuringsbesluit van de deputatie uitdrukkelijk bepaalt dat de aansnijding van een gebied na 2007 dient te passen binnen het RSV en PRS. De aansnijding van WUG’s in buitengebied gaat onmiskenbaar tegen dit beleid in. Dit wordt ook zo gemotiveerd in de toelichtingsnota van het gemeentelijk RUP. De verwerende partij wijst er ook op dat het GRS stelt dat de invulling van de behoefte aan sociale woningen gebeurt door kleinschalige projecten die geïntegreerd worden in het bestaande weefsel of die deel uitmaken van een groter gemengd project.
Onbebouwde WUG’s vallen niet onder deze omschrijving. In het kader van kernversterking en verdichting dienen in eerste instantie de gronden binnen het woongebied ingezet te worden voor de ontwikkeling van bijkomende wooneenheden, vooraleer er een beroep op WUG’s kan worden gedaan. Dit geldt voor betaalbare woningen en voor sociale woningen. Op vandaag is voldaan aan het bindend sociaal objectief tot 2025, dat de minimale taakstelling voor sociaal wonen voorziet. Daarnaast stelt de Vlaamse regering tegen 2040 een bouwshift voor, waarbij geen greenfield meer wordt ontwikkeld, maar eerder aan kernversterking “op basis van bereikbaarheid voorzieningen/openbaar vervoer”
X-18.431-10/16
wordt gedaan. Gelet op de algemene doelstelling van het GRS om onbebouwde WUG’s in buitengebied absoluut te vrijwaren, is het niet foutief om te beslissen dat deze gebieden naar ‘bouwvrij agrarisch gebied’ kunnen worden herbestemd.
Uit de samenlezing van het bindend en het richtinggevend gedeelte van het GRS blijkt onmiskenbaar dat de gemeente Merelbeke géén ontwikkeling in onbebouwd WUG in buitengebied nastreeft, wel integendeel. Een te stringente lezing van het GRS zou bovendien alleen maar tot een te lange periode van rechtsonzekerheid leiden. De concrete realisaties van de principes van het GRS mogen niet voor onbepaalde duur worden uitgesteld door gebieden “eeuwig in de tijd” te reserveren. In het actiepunt met betrekking tot de delen b, c en d van het WUG 25, wordt de reservatie alleszins slechts tot 2013 vooropgesteld.
Nadien kan er hoogstens nog ontwikkeld worden volgens de richtlijnen sociale woningbouw. Het sociaal objectief is intussen bereikt. Het beleid van de gemeente Merelbeke is dan ook duidelijk: de open ruimte moet gevrijwaard blijven. De herbestemming van verzoekers percelen naar ‘bouwvrij agrarisch gebied’ voldoet daar volledig aan.
8. Verzoeker stelt in zijn laatste memorie dat de verwerende partij er niet in slaagt om de letterlijke en niet mis te verstane bewoordingen van het GRS
te weerleggen, en enkel post factum tracht te overtuigen dat het GRS anders zou moeten gelezen worden. Waar de verwerende partij verwijst naar het sociaal objectief dat reeds bereikt zou zijn en het vermeend onbebouwd karakter, stelt verzoeker dat de beide opmerkingen irrelevant zijn ter weerlegging van de onwettigheid van de herbestemming van zijn percelen, gelet op de strijdigheid daarvan met het GRS. In de mate dat de verwerende partij voorts van oordeel is dat de gebieden niet “eeuwig in de tijd” mogen worden gereserveerd, lijkt zij haar eigen mening/frustratie te verkondigen.
Inzake het bebouwd karakter van de terreinen zoals bedoeld in de omzendbrief RO 2017/01, wijst verzoeker erop dat zijn percelen, samen met twee andere percelen, gelegen zijn aan de Burgemeester Van Cauwenbergestraat, met een reeds voorziene, bijkomende ontsluiting achteraan de percelen, via de
X-18.431-11/16
Land van Rodelaan. De percelen zijn volledig door bewoning omgeven. Zoals blijkt uit de definitie van “Bebouwd Gebied” uit de omzendbrief 2017/01, wordt als vuistregel gehanteerd dat bebouwde gebieden samenvallen met “geselecteerde kernen”, zoals Schelderode, gevat door het deelplan 2, er een is.
Beoordeling
9. Het bindend gedeelte van het GRS vermeldt met betrekking tot het wonen het volgend ‘programmatorisch element’:
“12. Alle in het buitengebied gelegen woonuitbreidingsgebieden worden als open ruimte gereserveerd of herbestemd met uitzondering van:
Grepstraat-Molenstraat-Gaversesteenweg in Schelderode (gebied 25a). Dit deel van het woonuitbreidingsgebied wordt gereserveerd in functie van een kleinschalig sociaal huisvestingsproject […].”
10. In het richtinggevend gedeelte van het GRS wordt onder de hoofding III. ‘Ontwikkelingsperspectieven voor deelstructuren’, 2. ‘Gewenste nederzettingsstructuur’, 2.3.4. ‘Voorstel van woningbouwprogrammatie’, een “woningbouwprogrammatie” voor het buitengebied ingeschreven. Onder de titel ‘Te reserveren in het buitengebied op lange termijn: zeker geen ontwikkeling voor 2013’ wordt daarbij het volgende gesteld:
“Na 2013 kunnen indien de behoefte bestaat een aantal woonuitbreidingsgebieden (gedeeltelijk) ontwikkeld worden. Zij worden niet herbestemd. Ook voor deze periode worden de richtlijnen inzake sociale woningbouw en openbaar groen vooropgesteld. In totaal gaat het over 384 bouwmogelijkheden.”
Het zijn deze te reserveren gebieden waaraan het programmatorisch element 12 van het bindend gedeelte van het GRS
(randnummer 9) refereert. De in het richtinggevend gedeelte van het GRS
opgenomen richtlijnen ‘sociale woningbouw’ houden in dat 15% van het totaal aantal bijkomende woningen voor sociale huisvesting bestemd zijn, waarbij in het buitengebied kleinschalige projecten worden vooropgesteld. Overeenkomstig de richtlijnen ‘openbaar groen’ dient het aspect openbaar groen mee geïntegreerd te worden in de structuur van het woningbouw- of verkavelingsproject.
X-18.431-12/16
In de tabel 6 van het richtinggevend gedeelte van het GRS
worden de delen b, c en d van het WUG 25 – waarvan het huidig gebruik blijkens de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP landbouwgrond is – als zulk een te reserveren gebied aangeduid.
11. Tabel 7 geeft dan weer de “niet te ontwikkelen gebieden in het buitengebied” aan, die “voor zover zij niet zijn ingesloten door bebouwing van de woonkern, een ontwikkelingsperspectief op lange termijn met als invulling een open ruimte functie [krijgen]”. Het betreft de gebieden 20, 26, 29b, 30, 31 en 35.
Het zijn deze te herbestemmen gebieden waaraan het programmatorisch element 12 van het bindend gedeelte van het GRS
(randnummer 9) ook refereert. Met betrekking tot deze te herbestemmen gebieden vermeldt het bindend gedeelte van het GRS nog de volgende actie, waarbij de gebieden 20, 26, 29b, 30, 31 en 35 uitdrukkelijk worden vermeld:
“25. De gemeente maakt ruimtelijk uitvoeringsplannen op voor de te herbestemmen woonuitbreidingsgebieden in het buitengebied. Het betreft minimaal de woonuitbreidingsgebieden Hollebeek-zuid (gebied 20), Meierij te Schelderode (gebied 26), Steenstraat-B. Van Gansberghelaan te Lemberge (gebied 35), Edelarendries te Bottelare (gebied 31), Munte-oost (gebied 30) en een deel van Munte-west (gebied 29b).”
12. De delen b, c en d van het WUG 25 dienen volgens de richtinggevende bepalingen van het GRS derhalve “gereserveerd” te worden “op lange termijn”, waarbij “zeker geen ontwikkeling voor 2013” ervan mogelijk is.
Daar wordt ook nog uitdrukkelijk aan toegevoegd: “zij worden niet herbestemd”.
Actiepunt 25 van het bindend gedeelte van het GRS vermeldt in het verlengde daarvan de delen b, c en d van het WUG 25 evident niet als een te herbestemmen gebied.
13. De verwerende partij mag in haar laatste memorie dan wel voorhouden dat “de algemene doelstelling” van het GRS erin bestaat om onbebouwde WUG’s in buitengebied “absoluut te vrijwaren”, het opzet van het
X-18.431-13/16
GRS voor de delen b, c en d van het WUG 25 is gezien het voormelde volstrekt duidelijk: het zijn reservegebieden die gereserveerd worden op lange termijn en die “niet worden herbestemd”. Gezien deze duidelijke bewoordingen, die geen interpretatie behoeven, is van een “een te stringente lezing van het GRS”, zoals de verwerende partij voorhoudt, geen sprake.
14. Het bestreden besluit, dat niettegenstaande het duidelijk verbod tot niet-herbestemming van de delen b, c en d van het WUG 25 toch tot een definitieve herbestemming ervan als ‘bouwvrij agrarisch gebied’ overgaat, schendt het GRS. Dat in het goedkeuringsbesluit van de deputatie van het GRS wordt bepaald dat de aansnijding van een gebied ná 2007 dient te passen binnen het RSV
en het PRS, dat het bindend sociaal objectief tot 2025 voor Merelbeke is bereikt, en dat de Vlaamse regering tegen 2040 een bouwshift voorstelt waarbij geen greenfield meer zal ontwikkeld worden, kan deze inbreuk op de bepalingen van het GRS niet doen voorbijzien.
15. Waar de verwerende partij in haar laatste memorie nog betoogt dat de concrete realisaties van de principes van het GRS niet voor onbepaalde duur mogen worden uitgesteld door de gebieden “eeuwig in de tijd” te reserveren, zij opgemerkt dat een wijziging van achterhaalde bepalingen van het GRS in de regel middels de daartoe voorziene procedure tot wijziging van dit beleidsplan dient te gebeuren. Verder kan een plannende overheid van de bepalingen van het richtinggevend gedeelte van het GRS afwijken om reden van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of om reden van dringende sociale, economische of budgettaire redenen, indien zij daartoe een bijzondere motivering overeenkomstig artikel 2.1.2, § 3, VCRO geeft. Dit blijkt te dezen evenmin het geval te zijn.
Integendeel is de verwerende partij uitdrukkelijk van oordeel dat het gemeentelijk RUP geen afwijking van het GRS inhoudt.
16. Het middel is in de aangegeven mate gegrond.
X-18.431-14/16
V. Partiële vernietiging
17. In antwoord op de exceptie in de memorie van antwoord van de verwerende partij dat een gebeurlijke vernietiging van het gemeentelijk RUP tot het deelplan 2 ‘Grepstraat (Schelderode)’ moet worden beperkt, stelt verzoeker in zijn memorie van wederantwoord dat hij zich niet verzet tegen een vernietiging van het gemeentelijk RUP, beperkt tot dat deelplan. De Raad van State ziet het niet anders dan de verwerende partij. De hierna uit te spreken vernietiging van het bestreden besluit dient beperkt te worden tot het deelplan 2 ‘Grepstraat (Schelderode)’. De vraag van de verwerende partij, eerst ter terechtzitting, om de vernietiging nog meer te beperken tot verzoekers percelen, wordt niet ingewilligd, gelet op de samenhang van het kwestieuze deelgebied.
BESLISSING
1. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Merelbeke van 28 maart 2023 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 15 ‘Bescherming Open Ruimte’, in zoverre dit besluit het deelplan 2 ‘Grepstraat (Schelderode)’ betreft.
De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
2. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, op een bijdrage van 24 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
X-18.431-15/16
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-18.431-16/16

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.410

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.410

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.