ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.682

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.682 Rolnummer: A. 241879/IX-10468 Zaak: Arrest 261682 - Varia (justitie) - 09/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-16 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-03 10:46 Fiche Arrest nr 261.682 van 9 december 2024 Justitie...

Source officielle

8 min de lecture 1,694 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 09 december 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.682

Rolnummer:

A. 241879/IX-10468

Zaak:

Arrest 261682 – Varia (justitie) – 09/12/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-12-16

Raadplegingen:

101 – laatst gezien 2026-06-03 10:46

Fiche

Arrest nr 261.682 van 9 december 2024 Justitie – Varia (justitie) Beslissing
: Verwerping Schorsing als niet verricht beschouwd

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.682 no lien 280434 identiques

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 261.682 van 9 december 2024
in de zaak A. 241.879/IX-10.468
In zake : 1. J.D.
2. K.B.
woonplaats kiezend te
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie
————————————————————————————————–
I. Voorwerp
1. Het verzoekschrift, ingediend op 22 april 2024, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beschikking van de Beslagrechter in de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 23 februari 2024 om over te gaan tot de openbare verkoop bij uitvoerend beslag van [een onroerend goed dat eigendom is van de verzoekende partijen]”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Op 30 augustus 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de tweede verzoekende partij de mededeling verzonden, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De tweede verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
IX-10.468-1/6
Adjunct-auditeur Christiaan Lesaffer heeft voor wat het door de eerste verzoekende partij ingestelde beroep tot nietigverklaring betreft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 november 2024.
Staatsraad Wouter Pas heeft verslag uitgebracht.
Attaché Brecht Vandenberghe, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Adjunct-auditeur Christiaan Lesaffer, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. De door de tweede verzoekende partij ingestelde vordering tot schorsing
3. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van voormeld besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, de vordering als niet verricht worden beschouwd.
In het aangetekend schrijven waarbij aan de tweede verzoekende partij de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden verzonden, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid.
IX-10.468-2/6
De tweede verzoekende partij heeft de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen.
Om die reden dient de door de tweede verzoekende partij ingestelde vordering tot schorsing als niet verricht te worden beschouwd.
Het door de tweede verzoekende partij ingestelde beroep tot nietigverklaring kan slechts behandeld worden indien zij zou overgaan tot betaling van het op grond van artikel 70, § 1, tweede lid, van voormeld besluit van de Regent verschuldigde rolrecht. De tweede verzoekende partij wordt erop gewezen dat zulk beroep behandeld zal worden zoals het door de eerste verzoekende partij ingestelde beroep tot nietigverklaring, dat hierna besproken wordt.
IV. Het door de eerste verzoekende partij ingestelde beroep tot nietigverklaring
4. Uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde stukken blijkt dat de eerste verzoekende partij met huidig beroep de nietigverklaring vordert van de beschikking van kamer Abe2 (beslagrechter) van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 23 februari 2024 in de zaak met rolnummer 24/536/B. In die beschikking wordt een notaris aangesteld in het kader van een uitvoerend beslag op een onroerend goed dat eigendom is van de verzoekende partijen en dit naar aanleiding van een fiscaal geschil tussen de verzoekende partijen en de federale overheidsdienst Financiën.
5. Artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt:
“Indien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege wordt toegekend, doet de afdeling uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen:
1° van de onderscheiden administratieve overheden;
2° van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en de administratieve ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.682 IX-10.468-3/6
rechtscolleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie, met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel, evenals de aanwerving, de aanwijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een tuchtkarakter vertonen.
De in het eerste lid bedoelde onregelmatigheden geven slechts aanleiding tot een nietigverklaring als ze, in dit geval, een invloed konden uitoefenen op de draagwijdte van de genomen beslissing, de betrokkenen een waarborg hebben ontnomen of als gevolg hebben de bevoegdheid van de steller van de handeling te beïnvloeden.
Artikel 159 van de Grondwet is eveneens van toepassing op de in het eerste lid, 2°, bedoelde akten en reglementen.”
Overeenkomstig deze bepaling is de afdeling Bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State slechts bevoegd om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring, indien de bestreden beslissing kan worden beschouwd, hetzij als een handeling van een administratieve overheid, in de zin van voormeld artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, hetzij als een handeling van één van de overheden opgesomd in voormeld artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, voor zover het in het laatste geval gaat om een handeling met betrekking tot een overheidsopdracht of met betrekking tot een lid van het personeel van de betrokken overheid, evenals de aanwerving, de aanwijzing of de benoeming in een openbaar ambt of maatregelen die een tuchtkarakter vertonen.
Noch voornoemd artikel 14, noch enige andere grondwets- of wetsbepaling verleent de Raad van State de bevoegdheid om uitspraak te doen over een beroep tot nietigverklaring gericht tegen een beschikking van een rechtscollege dat behoort tot de rechterlijke macht, zoals te dezen een beschikking van de beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen.
De Raad van State is ook niet bevoegd om, in de plaats van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke macht, kennis te nemen van geschillen over burgerlijke rechten. De betwistingen inzake de toepassing van een belastingwet behoren, overeenkomstig artikel 569, eerste lid, 32°, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals aangevuld bij artikel 4 van de wet van 23 maart 1999
‘betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken’, tot de uitsluitende bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg. Uit het in samenhang lezen van artikel 569, eerste lid, 32°, en artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek blijkt dat een geschil dat betrekking heeft op de toepassing van een belastingwet in de meest ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.682 IX-10.468-4/6
ruime zin moet worden opgevat. Blijkens de parlementaire voorbereiding van de voormelde wet van 23 maart 1999, is het de bedoeling van de wetgever geweest om het fiscaal contentieux, met uitzondering van de betwisting van normatieve fiscale bepalingen, volledig te integreren in de rechterlijke macht. De Raad van State is alleen nog maar bevoegd voor “normatieve fiscale rechtshandelingen”. Alle andere fiscale geschillen behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de rechterlijke macht. Die exclusieve bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg voor geschillen over individuele fiscale rechtshandelingen sluit de algemene residuaire bevoegdheid van de Raad van State uit.
6. Uit wat voorafgaat blijkt dat de Raad van State niet bevoegd is om van het door de eerste verzoekende partij ingestelde beroep tot nietigverklaring kennis te nemen.
7. Het auditoraat heeft terecht geoordeeld dat het door de eerste verzoekende partij ingestelde beroep kan worden afgedaan met een kort debat in de zin van artikel 93, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948.
V. De door de eerste verzoekende partij ingestelde vordering tot schorsing
8. De verwerping van het beroep tot nietigverklaring in hoofde van de eerste verzoekende partij heeft tot gevolg dat ook haar vordering tot schorsing, die er het accessorium van is, verworpen moet worden.
BESLISSING
1. De door de tweede verzoekende partij ingestelde vordering tot schorsing wordt als niet verricht beschouwd.
2. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing die door de eerste verzoekende partij zijn ingesteld.
IX-10.468-5/6
3. De eerste verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Wouter Pas, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Wouter Pas
IX-10.468-6/6

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.682

Gerelateerde publicatie(s)

gevolgd door:

ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.298

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.682

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.