ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.883
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.883 Rolnummer: A. 241398/XII-9672 Zaak: Arrest 261883 - Dierenwelzijn - 24/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-06 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-05-31 03:59 Fiche Arrest nr 261.883 van 24 december 2024 Sociale zaken...
7 min de lecture · 1,437 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 24 december 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.883
Rolnummer:
A. 241398/XII-9672
Zaak:
Arrest 261883 – Dierenwelzijn – 24/12/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2025-01-06
Raadplegingen:
76 – laatst gezien 2026-05-31 03:59
Fiche
Arrest nr 261.883 van 24 december 2024 Sociale zaken en volksgezondheid
– Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 261.883 van 24 december 2024
in de zaak A. 241.398/XII-9672
In zake: J.G.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Van Hecke kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38, bus 2
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 28 maart 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van de Vlaamse Overheid van 6 februari 2024 waarbij werd besloten tot het in volle eigendom geven van de hond – geïdentificeerd met chip nr. 967000009346052 – aan een erkend asiel waar hij op dat ogenblik verbleef, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 260.361 van 2 juli 2024 heeft de Raad van State het debat heropend en de zaak verwezen naar de gewone rechtspleging.
XII-9.672-1/5
De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 december 2024.
Staatsraad Frédéric Vanneste heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Bruno Lenssens, die loco advocaat Christophe Van Hecke verschijnt voor verzoeker, en advocaat Steve Ronse, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Na een telefonische oproep over de mishandeling van een hond op straat begeeft een inspecteur van de lokale politie zich op 27 januari 2024 ter plaatse van het incident, waar hij de hond van de verzoekende partij aantreft met enkele omstaanders. Na het aanhoren van de getuigen en verzoeker beslist de inspecteur de hond in beslag te nemen en te laten overbrengen naar een erkend asiel.
3.2. Verzoeker wordt op 3 februari 2024 gehoord.
3.3. Op 6 februari 2024 beslist het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving om de hond in volle eigendom te geven aan het erkend asiel waar de hond verblijft. Dit is de bestreden beslissing.
XII-9.672-2/5
3.4. De hond werd inmiddels door het asiel overgedragen aan een derde met een “overeenkomst voor plaatsing van dieren”.
IV. Schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
V. Spoedeisendheid
Standpunt van verzoeker
5. Verzoeker voert aan dat hij enorm lijdt onder de bestreden beslissing. Hij is zeer gehecht aan zijn hond. De hond was reeds dertien jaar zijn metgezel. Verzoeker heeft sinds de inbeslagname van zijn hond suïcidale gedachten. Hij lijdt dermate onder de bestemmingsbeslissing dat hij niet meer kan eten of eten kan binnenhouden. Hij is tot alles bereid om zijn hond terug te krijgen.
Ook de hond lijdt schade. Hij ondervindt stress door in het asiel te zitten. Hij is enorm verdikt. Verzoeker zet uiteen dat de hond volgens de vrijwilligers van het dierenasiel onmogelijk een mishandelde hond kan zijn.
Verzoeker zet uiteen dat hij onmogelijk sneller kon handelen. In eerste instantie was hij te emotioneel. Hij wijst op zijn precaire financiële situatie.
Na de verwerping van het verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid heeft hij alles in het werk gesteld om extra stukken te verzamelen teneinde na 10 werkdagen een nieuw verzoekschrift tot schorsing en nietigverklaring in te dienen. Er zijn voldoende bijzondere omstandigheden aanwezig die een schorsing kunnen verantwoorden om aan zijn moreel nadeel een halt toe te roepen.
XII-9.672-3/5
Beoordeling
6. Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verant-woorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”.
Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.
Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging.
Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State).
Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
XII-9.672-4/5
7. Verzoeker voert aan dat de bestreden beslissing gevolgen heeft voor zijn emotioneel welzijn. De afwezigheid van zijn hond weegt hem bijzonder zwaar. Dit betreft een moreel nadeel dat in de regel kan worden hersteld door de morele genoegdoening die een vernietiging van de bestreden beslissing met zich meebrengt. Verzoeker zet niet uiteen, laat staan dat hij aannemelijk maakt, waarom dit te dezen anders zou zijn. Het feit dat de hond verdikt zou zijn in het asiel is geen bijzonder omstandigheid die anders doet besluiten.
Verzoeker brengt geen andere concrete elementen aan, zodat de spoedeisendheid niet is aangetoond.
8. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumula-tief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Frédéric Vanneste, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Frédéric Vanneste
XII-9.672-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.883
Gerelateerde publicatie(s)
voorafgegaan door:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.140
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.361
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...